Verlokkingen van aardse driften

ER IS EEN sterke behoefte de Middeleeuwen te zien als een onuitputtelijke moppentrommel die aan de lopende band bizarre contrasten levert met huidige ervaringen van het dagelijkse leven....

Zo sappig mogelijk probeert hij te vertellen over de zintuiglijke beleving van het aardse leven destijds, hetgeen bijna automatisch leidt tot hoofdstukken over wijn, maaltijden, mooie vrouwen, mode, kleuren en klanken.

Daarbij streeft hij ernaar in een razend tempo zoveel mogelijk anekdoten in een hoofdstuk te persen, uit alle eeuwen en streken van de Middeleeuwen, met een zekere nadruk op de Lage Landen. Van enige diepgang is bijgevolg geen sprake.

Van Uytven zapt wild rond in zijn consumentvriendelijk gemaakte Middeleeuwen, geschraagd door de overtuiging dat per item de aandacht van zijn verhoopt brede publiek slechts een paar seconden gevangen kan blijven. En verder tracht hij lezers te lokken met olijke titels als 'De middeleeuwer had ze alle vijf', waarmee gezinspeeld wordt op de vijf zintuigen.

Op deze wijze is een tamelijk onleesbaar boek totstandgekomen. Juist de wat bredere belangstelling voor studies over de Middeleeuwen kenmerkt zich eerder door een behoefte aan begrijpelijke verdiepingen van wat zich op vakanties, maar ook in films en tv-series voordoet.

Van Uytven probeert te concurreren met de bewegende media door hun snelheid en mooie kleurenplaatjes na te bootsen. Maar die strijd is nooit te winnen. Winst voor een leesboek kan alleen in reflectie en beschouwing liggen, orde en verdieping: er zit meer achter de dingen dan wat de oppervlakte laat zien. En dat levert een heel eigen spanning op. Daarvan was men in de Middeleeuwen ook overtuigd. Terecht opent Van Uytven zijn boek met contemporaine opvattingen over de werking van de zintuigen. Maar in enkele bladzijden wordt dit wezenlijke probleem van de middeleeuwse ervaringswerkelijkheid afgedaan.

Gebruik en misbruik van de zintuigen zijn zwaar omkleed met theologie. Deze vensters van de ziel naar de wereld openen immers de mogelijkheid voor al het aardse om de ziel te bezoedelen. En de aarde is sinds de zondeval het speelterrein van de duivel, één groot verleidingsinstituut om de doortocht naar het eeuwige leven te belemmeren.

Bovendien zijn velen ervan overtuigd dat het meest superieure stuntwerk van de duivel bestaat uit het ontregelen van het menselijke waarnemingssysteem door het lichaam van binnenuit valselijk te dirigeren. Daardoor verdient alles wat men ziet, hoort, proeft, voelt en ruikt, de hoogste argwaan, nog wel in dubbele zin. Indrukken van buiten zijn in principe aardse smetstof, die ook niet stroken met de abstracte waarheid zoals God die in Bijbel en natuur heeft geopenbaard voor de juiste waarnemer.

In dergelijke perspectieven staat het middeleeuwse genieten. Misschien valt daaruit te verklaren waarom dat middeleeuwse zwelgen van de natuur zo provocerend aandoet met die bijna kamikaze-achtige ambiance. Worden dood en duivel zo getart? Bestrijdt men de duivel met zijn eigen middelen?

Tegelijkertijd kan men zich verbazen over de hardnekkigheid van enkele geleerden om niettemin elke kennis primair te baseren op eigen waarnemingen en niet op gezag van Bijbel en kerkvaders. Die uitvinding van de experimentele wetenschap in de dertiende eeuw vormt de basis voor de moderne samenleving. Maar zij is ooit begonnen als speculatieve nieuwlichterij met ketterse trekken, optornend tegen een massaal duivelgeloof.

Maar Van Uytven houdt het bewust op de buitenkant, citeert wat loshangende kreten van grote geleerden en duikt dan snel onder in de middeleeuwse wijncultuur. Het meest dankbaar maakt hij echter gebruik van de naar huidige begrippen onvoorstelbare stankproblemen. Vooral uit de late Middeleeuwen is daarover veel bekend, aangezien er in de steden een toenemende behoefte ontstaat aan beperkende maatregelen.

Daarbij spelen hygiëne en gezondheid niet de hoofdrol, al worden zulke factoren wel onderkend. Allerlei smetstof zou zich via water en lucht verspreiden. Zo werd het baden in open water ontraden vanwege de mogelijkheid zwanger te worden, terwijl de pestepidemieën vanaf het midden van de veertiende eeuw onder meer het gevolg zouden zijn van kwalijke dampen.

Maar belangrijker is dat fatsoen en beschaving gaan fungeren als richtlijnen voor een exclusieve distantie van de massa. Deze begrippen worden allereerst herleid tot een verdere verwijdering van de natuur en al het aardse, domein van de duivel waar men overgehaald wordt tot even irrationeel als dierlijk gedrag.

Daarom is het mogelijk zich te onderscheiden door afstand te nemen van de natuur, de aardse driften te onderdrukken en de natuurlijke lichaamsfuncties aan de openbare waarneming te onttrekken. Wanneer dan het privé-toilet met waterspoeling ontwikkeld wordt in patriciërshuizen, heet dat heel nadrukkelijk het 'secreet', de geheime plaats die zichtbaarheid, geluid en stank zoveel mogelijk beperkt en daardoor de betrokken persoon kan verheffen boven de massa.

Maar ook hier houdt Van Uytven het bij de voor ons spectaculaire verschijnselen zelf. En dus trakteert hij de lezer graag op het bekende variéténummer van middeleeuwse potsenmakers, dat bestond uit het voortbrengen van melodieuze winden. Sommigen bestonden het zelfs om complete deunen te blazen, wat nog naklonk in Parijse nachtclubs van de vorige eeuw.

Maar zelfs bij zulke hilarische anekdoten is een verdieping mogelijk. De kerkvader Augustinus vertelt in het begin van de vijfde eeuw over zo'n petomaan, omdat hij in die komische windenlater nog de resten bespeurt van het eertijds paradijselijke vermogen alle lichaamsfuncties perfect te beheersen en te dirigeren. Hij doet dat in een betoog over paradijsseks, waaraan Adam en Eva zich zonder enige lustgevoelens overgegeven zouden hebben als ze daaraan toegekomen waren. Maar door de zondeval is de mens de controle over zijn lichaamsfuncties kwijtgeraakt, die nu een speelbal zijn geworden voor de duivel. Door deze implicaties kreeg het muzikale ventileren van de buik een bewonderenswaardige dimensie meer in de Middeleeuwen, die nu ten enenmale ontbreekt in de waardering daarvan.

Zo strandt dit mooi uitgevoerde boek over de kolkend bedoelde Middeleeuwen in een oppervlakkig beredeneerde bloemlezing van losjes verbonden anekdoten. Dat resultaat berust jammer genoeg op een ongelukkig uitgevallen keuze van de auteur, die verder bulkt van de eruditie. Maar waarom moet deze dan in de studeerkamer blijven zo gauw een breder publiek wordt gezocht?

Meer over