Verlieslijnen

De in camouflagekleuren beschilderde vrachtwagens op het terrein van de kazerne in Bergen op Zoom staan er wat verlaten bij....

Aan de overkant van de straat ligt sportpark Rozenoord, waaruit het bos van vroeger nog niet helemaal verdwenen is. In de luwte tussen de stammen bloeien paarse rododendrons. Het toegangspad leidt naar een clubhuis waar vlaggen wapperen.

Ik ben precies op tijd, want een aantal heren in donkerblauwe blazer beklimt juist een bescheiden schavot. Een van hen geeft het woord aan de wethouder, die zegt dat zijn vrouw met dit mooie weer misschien toch liever een dagje op stap was gegaan.

Dan spreekt de wedstrijdleider, die een zwarte baret van de bond draagt. Na hem neemt de hoofdscheidsrechter de microfoon over. Hij verklaart dat er vandaag volgens de internationale reglementen zal worden gespeeld: 'Dat wil zeggen: alle lijnen zijn verlieslijnen, en but en cirkel liggen er minstens een meter vandaan.' De bomen op het speelveld, vervolgt hij, doen mee en gelden als obstakels.

Binnen hangt op een prikbord het wedstrijdschema. Het gaat dit weekeinde om de finales van de nationale beker. Er zijn nog zestien equipes in de strijd.

Ze hebben namen als Midi (Delft), Les Mille Îles (Oudkarspel), Plop (Uden), Cercle d'Amis (Maastricht), Wij Liggen (Schijndel), Pres le But (Groningen), Museumplein (Amsterdam) en Les Cailloux (Zeist). Op een hoekje van het prikbord prijkt een volle verjaardagskalender. Elke pagina is voorzien van een limerick. Die voor de maanden mei/juni luidt:

Een boulende monnik uit Heeten

Fraudeerde altijd bij het meten.

Hij zei: 'Wat een stunt,

Ik lig altijd 'op punt!'

Maar de hemel. . . die kan hij vergeten.

Een paar uur later bekruipt me het vermoeden dat de monnik misschien helemaal niet zo taalde naar de hemel, omdat hij hem allang op aarde had gevonden.

Jeu de boules is een spel voor op de camping en het dorpsplein, en de grote schrijver Louis Paul Boon had een petanquebaan in de achtertuin, maar het is ook wedstrijdsport. De triplettes die in Bergen op Zoom meedoen (ieder lid van het drietal beschikt over twee boules) hebben een vaste man die de beginworp placeert en een 'tireur' die erin is gespecialiseerd gunstig liggende ballen van de tegenpartij weg te ketsen.

De tireurs gooien er van meters afstand uit een losse pols recht bovenop. Bij een mooie worp tikken de teamgenoten bij wijze van waardering een paar maal met de zilvergrijze stalen boules tegen elkaar.

De werpcirkel wordt met de punt van de schoen in het grint getrokken. Sommigen gooien staand, anderen hurkend. Men draagt poloshirts. Meestal heeft een triplette dezelfde kleur aan, maar er zijn uitzonderingen. Ik zie een sjofele Afrikaan in bruine broek en T-shirt.

Elders speelt een tanige oudere man met grijze baard en paardenstaart. Hij draagt een hippe zwarte broek met daarboven een overhemd dat eruit ziet als een collage van Braque. Om zijn rechterpols bungelt een zilveren ketting. Zijn wedstrijduitrusting bestaat uit een lapje om de boules schoon te vegen en een pakje sigaretten.

Langs de kant staan tafeltjes met parasols waaraan de deelnemers kunnen pauzeren. Sommigen zitten al voor elf uur aan het bier. Een klein buikje is bij deze sport geen bezwaar.

In het grasperk naast een van de banen ligt een zwarte poes te slapen. Ze heeft haar kop op haar poten gelegd. Soms bewegen de oren. Wat hoort ze? Vogelgekwetter. Stappers op grint. Het tikken en ploffen van de boules.

Meer over