Verliefd op een computeranimatie

William Gibson werd in 1984 bekend met Neuromancer, het boek dat de geboorte markeerde van de cyberpunkbeweging. Sindsdien schreef hij nog een aantal vergelijkbare futuristische romans, maar het succes van Neuromancer wist hij nooit meer te evenaren....

Niet dat Gibson-volgers bang hoeven te zijn dat hun held opeens een compleet nieuwe weg is ingeslagen. Ook Beeld voor beeld is weer gesitueerd in de wereld van de hyperintelligente en ultrasensitieve nerds. Lieden die een liefdesrelatie onderhouden met hun I-book, pakken geld neertellen voor een zeldzame codeermachine of halsoverkop verliefd worden op een knappe computeranimatie.

Hoofdpersoon Cayce Pollard bijvoorbeeld is lid van een kleine virtuele gemeenschap. Zij is gefascineerd door een serie mysterieuze beelden die zijn opgedoken op het internet. Niemand weet waar de beelden vandaan komen, wat ze betekenen of in welke volgorde ze bekeken moeten worden, maar kenners vermoeden dat ze door hun schoonheid en intensiteit spoedig een internationale mediahype zullen veroorzaken.

Cayce is niet zomaar in de beelden geeresseerd. Van beroep is ze coolhunter, hetgeen betekent dat ze de wereldsteden afstruint op zoek naar nieuwe trends in de populaire cultuur. Cayce is goed: met haar haviksoog registreert ze van elk kledingstuk, apparaat of voertuig automatisch afkomst, merk, bouwjaar en gebruikte materialen. Ironisch genoeg is ze zelf in de loop der jaren allergisch geworden voor merken. Ze kan bijna fysiek onwel raken van de aanblik van een Tommy Hilfigerproduct en heeft alle merktekens laten verwijderen van haar Levi's 501. 'Zelfs de knopen zijn een week geleden helemaal gladgeschuurd door een verbaasde Koreaanse smid in de Village.'

Als we Cayce leren kennen, bivakkeert ze in Engeland, een land dat ze 'de spiegelwereld' noemt. Alles is er nog steeds net even anders dan in Amerika, al worden de verschillen door de globalisering in rap tempo kleiner. Maar hoezeer ze zich ook probeert te concentreren op de hippe tieners in Camden Town, de beelden laten haar niet los. Haar fascinatie is zelfs zo sterk, dat ze zich door de Belgische reclamebons Hubertus Bigend laat inhuren om op zoek te gaan naar de herkomst van de plaatjes, hoewel ze weet dat hij ze slechts zal gebruiken om er munt uit te slaan.

De opdracht voert Cayce aanvankelijk naar Tokio. Samen met haar virtuele vrienden weet ze het spoor van de beelden te traceren naar een Japanse computerprogrammeur, die ze met hulp van een niet-bestaande virtuele geliefde aan het praten krijgt. Na afloop van het gesprek, als twee mannen op een motor proberen haar te beroven, wordt duidelijk dat ze niet de enige is die achter de beelden aanzit. Cayce weet het duo als een volleerde Bond-girl uit te schakelen, maar ze moet haast maken met haar zoektocht, die uiteindelijk naar Rusland zal leiden.

Naarmate ze dichter bij haar doel komt, duikt ook haar verdwenen vader steeds vaker in haar gedachten op. Win Pollard werkte voor de Amerikaanse veiligheidsdiensten tijdens de Koude Oorlog, en is sinds 11 september 2001 in het niets opgelost. Op de een of andere manier lijkt ook hij iets met de beelden te maken te hebben.

Omdat de verhaallijnen aanvankelijk los van elkaar lijken te staan en je vrijwel zonder introductie midden in de plot belandt, is het boek zeker in het eerste gedeelte niet altijd even makkelijk te volgen. Maar dat euvel wordt meer dan goedgemaakt door de toverachtige sfeer waarin je vanaf de eerste pagina wordt meegezogen. Gibson is een meester in sfeervolle beschrijvingen, en zijn proza leest als een kruising tussen een Bond-film (Brosnan, geen Connery) en Lost in Translation, met een dromerige soundtrack van Air eronder. Ook de wereld van vriend en stadgenoot Douglas Coupland (beiden wonen in Vancouver) is nergens ver weg.

Het verhaal staat vol met intelligente observaties en esoterische overpeinzingen, zoals bijvoorbeeld Cayces jetlag-theorie: 'Haar sterfelijke ziel ligt vele kilometers achter haar, meegesleept aan een onzichtbare navelstreng, ver weg in het allang verdwenen kielzog van het vliegtuig dat haar hierheen heeft gebracht, zo'n tienduizend meter boven de Atlantische Oceaan. Zielen kunnen niet zo snel reizen. Ze blijven achter en moeten bij aankomst worden opgewacht, als bagage die zoek is geraakt.'

Beeld voor beeld is tegelijk een bijna griezelig eigentijds portret van de wereld anno 2003. Globalisering, no logo en de toekomst van het internet zijn geen thema's die je in het thrillergenre altijd tegenkomt, maar Gibson weet er wel raad mee. 'Vergeleken met hem zijn wij auteurs uit het Stenen Tijdperk', meende collega Michael Cunningham nadat hij het boek had gelezen.

Het enige wat je Gibson zou kunnen verwijten is dat de lucht in zijn boek wel erg ijl is. Een normaal mens komt in zijn door superintelligente wezens bevolkte universum niet voor, en dat maakt Beeld voor beeld hier en daar wat bloedeloos en ongeloofwaardig. Maar voor het overige steekt het mijlenver boven het gros van de concurrentie uit.

Meer over