Verliefd gestamel en gestotter

RODDEL, schrijft Roland Barthes in Uit de taal van een verliefde, is 'pijn die het verliefde subject voelt wanneer hij constateert dat over de geliefde 'gekletst' wordt en wanneer hij op banale wijze over hem hoort praten'....

'Zo ontstaat de liefdestheorie', zegt Barthes, 'toevallig, uit verveling, uit behoefte om te praten of, zo u wilt, uit een roddelverhaal van drie kilometer lang.'

In 1977, het jaar van zijn entree in het Collège de France - de kroon op zijn loopbaan -, publiceerde Roland Barthes (1915-1980) Fragments d'un discours amoureux. Het boek verkocht, zei de verbaasde schrijver, 'alsof het een roman was'.

Jacques Leenhardt maakte er een theaterbewerking van, een toneelmonoloog die maandenlang in Parijs volle zalen trok. De vedette Barthes werd zelfs door Playboy geïnterviewd. Toch was het geen gemakkelijk boek, maar het onderwerp sprak aan.

Barthes schreef over 'het verliefde spreken', dat altijd gestamel en gestotter is, hij schreef over herkenbare vertwijfelingen en onzekerheden die bij de verliefdheid horen.

Barthes had in een interview met L'Express gezegd ooit de geschiedenis van zijn eigen verliefdheden te willen schrijven. In een sanatorium in de Zwitserse Alpen, waar hij als tuberculosepatiënt in de winter van 1945 werd opgenomen, ontmoette hij de vrijgevochten Robert David. Hij was verliefd op de jongen. David, die Barthes' intelligentie bewonderde, verkoos de vriendschap boven de liefde.

Na zijn genezing keerde zijn vriend naar Parijs terug, maar Barthes bleef nog zes maanden in het sanatorium. Dagelijks, soms twee keer per dag, schreef hij David een brief, lange brieven, minstens acht kantjes. De eenzame Barthes had het in die brieven over 'modellen van verliefdheid', hij noteerde ook voor zichzelf in schriften 'fragmenten over de liefde'.

Het waren de eerste aanzetten en overpeinzingen voor zijn Fragments d'un discours amoureux, het boek dat Barthes pas meer dan dertig jaar later zou schrijven, enkele jaren voor zijn dood.

Hij was populair, in die dagen. De openbare colleges van de 'semioloog' Barthes werden druk bezocht. Hij sprak alsof hij hardop dacht, hij pakte elk onderwerp aan en speelde ermee. De zaal zat altijd vol. 'Hij verzamelde', herinnerde de schrijfster Ethel Portnoy zich bij zijn overlijden, 'als de rattenvanger van Hameln steeds meer volgelingen in zijn kielzog.'

In het derde deel van zijn driedelige Oeuvres complètes kun je rapporten lezen over zijn colleges, over het seminarie van 1975 in de 'École pratique des hautes études' over 'le discours amoureux', de meer wetenschappelijke ontstaansgeschiedenis van het boek.

Aan de hand van een nauwgezette lezing en een diepgaande analyse van de Werther van Goethe bestudeerde Barthes 'figuren' van het verliefde spreken. Hij had een feilloos geheugen voor alles wat hij had gelezen, en uit die wirwar van fragmenten - 'lees-en luisterherinneringen' - ontstond zijn discours.

Aanhoudende lectuur van Plato's Symposium en de Werther van Goethe, maar ook van mystici als Ruusbroec ('sublieme verwoording van de liefdestaal'), psychoanalytici en Duitse Lieder, leverde een desperate hoeveelheid tekstfragmenten op. Hij schreef ook over zijn eigen ervaringen en over gesprekken die hij met zijn vrienden had. Ze worden in de tabula gratulatoria achter in het boek genoemd.

Barthes schreef zelden een lopend verhaal. Ook zijn autobiografie Roland Barthes par Roland Barthes (1975) is een aaneenrijging of juist een versnippering van 'momentopnamen'. Hij verzamelde een aantal uitgesponnen gedachten en citaten, alles wat hij tegenkwam en gelezen had noteerde hij op systeemkaartjes. Hij herschikte vervolgens zijn kaartenbak, zijn fichier; alles werd uiteengerafeld, opnieuw geordend en uiteindelijk weer gecombineerd. Barthes ensceneerde taal, hij botaniseerde 'het verliefde spreken'.

In Uit de taal van een verliefde staat voorin, een soort gebruiksaanwijzing, 'hoe dit boek tot stand is gekomen', waarin Barthes zijn werkwijze uiteenzet. Iedere verliefde is ten prooi aan 'figuren', voor iedereen herkenbare maar ook weer anders geïnterpreteerde 'spreekwijzen'.

Het boek is een compendium, met tachtig trefwoorden in de oorspronkelijke editie, nu in de nieuwe vertaling aangevuld met twee postuum uitgegeven fragmenten. Het is een encyclopedie van de gevoelscultuur, van herinneringen aan de taal van al degenen die voorheen aan verliefdheid geleden hebben: romanfiguren, schrijvers, vrienden en de schrijver zelf.

Het gaat niet om een liefdesgeschiedenis of liefdesgeschiedenissen, Barthes ontmoedigt eenduidige betekenissen. Het is een panorama. Hij koos voor een absoluut betekenisloze volgorde van de trefwoorden, voor het arbitraire van het alfabet of het woordenboek, waardoor de volgorde in de oorspronkelijke Franse tekst anders is dan in de vertaling, en in de nieuwe vertaling ook weer anders. Barthes koos voor de volgorde van het alfabet omdat hij 'de sluwheid van het pure toeval' kent, 'waardoor makkelijk logische opeenvolgingen hadden kunnen worden voortgebracht'. Hij herinnert aan een wiskundige die zei dat je niet moet 'onderschatten hoezeer het toeval in staat is monsters voort te brengen'. Dat monster zou een 'liefdesfilosofie' zijn geweest. Dat zocht hij niet.

Het boek verscheen in 1980 in de Nederlandse vertaling van Maartje Luccioni, met de onjuiste titel De taal der verliefden. Terecht is dat nu, in de nieuwe vertaling van Dennis van den Broek, Uit de taal van een verliefde geworden en niet Het verliefde discours of De verliefde rede zoals J.F. Vogelaar ooit suggereerde.

Want wie is hier aan het woord? Niet Roland Barthes. Ook zijn autobiografie schreef Barthes in de derde persoon, hij vervreemdde de al te vertrouwde 'ik' en maakte er een derde persoon van, een romanpersonage dat over het leven van Barthes vertelt. 'Het is dus een verliefde die praat en zegt', luidt de aanhef van Uit de taal van een verliefde, niet de verliefde, maar 'een stem' in het koor van het discours.

Taal is voor Barthes iets fysieks. Hij heeft een erotische verhouding tot de taal. In zijn Le Plaisir du texte (1973) zegt hij dat de tekst die je schrijft 'het bewijs moet leveren dat hij naar mij verlangt'. Dit bewijs bestaat: dat is het schrijven. 'Het schrijven is dit: haar Kama Soetra (voor deze wetenschap is er slechts één handleiding: het schrijven zelf).' Le Plaisir du texte, schreef Bertrand Poirot-Delpech in Le Monde, is 'le petit kama-sutra de Roland Barthes'. Dat slaat op haast al zijn boeken. Al schrijvend ontdekte hij de taal en het discours.

Taalspel is als liefdesspel, als een mantra, soms helder soms duister, tegen heersende en eenduidige meningen, vrijgevochten en alert. De betekenis van een woord, van zo'n uitdrukking als ik-hou-van-jou, is niet vanzelfsprekend. Iets wat vertrouwd is, een woord of een begrip, moet je tot een vreemd voorwerp maken.

Het vertalen van teksten van Barthes is omgaan met dat plezier. Barthes is een woordgevoelig schrijver met een grote voorliefde voor neologismen. Dat maakt het de vertaler niet gemakkelijk, Luccioni faalde, maar Van den Broek heeft het barthesiaanse denken begrepen.

Is Barthes een wetenschapper of een schrijver, meer een oplettend toeschouwer dan een theoreticus? Zijn biograaf Louis-Jean Calvet noemde hem 'een schrijver, vermomd als wetenschapper'. Misschien heeft sedert Gustave Flaubert niemand zo gepassioneerd nagedacht over wat schrijven is als Barthes. Wanneer Flaubert de woorden niet meer kon vinden, ging hij altijd op zijn divan liggen, marinade noemde hij dat.

'Wanneer iets te heftig weerklinkt', schrijft Barthes in zijn Discours, 'maakt het zo'n herrie in mijn lichaam dat ik elke bezigheid moet staken; ik ga liggen op mijn bed en laat, zonder weerwoord, de 'innerlijke storm' voorbijtrekken; in tegenstelling tot de Zen-monnik, die de beelden uit zich wil laten wegvloeien, laat ik me door die beelden opvullen, ik onderga hun bitterheid tot op het eind.'

Dat is het verschil tussen plaisir en jouissance, tussen genoegen en genot, het al te gemakkelijk welbehagen bij het lezen en het leesgenot dat zeer wel kan samengaan met onbehagen, wellustgevoelens en pijn - zoals in elk relaas of bij elke vertwijfelde overpeinzing van een verliefde.

Meer over