Verlaten op zolder

De Oostenrijkse schrijfster Marlen Haushofer is al ruim veertig jaar dood, maar vergeten is ze niet. Haar bekendste roman De wand werd onlangs verfilmd. En in Nederland verschijnen nieuwe vertalingen van haar werk, zoals onlangs van De mansarde.

Die hernieuwde belangstelling heeft ongetwijfeld te maken met Haushofers centrale, nog altijd aansprekende thema: de vrouw, teruggeworpen op zichzelf. De hoofdpersoon in De mansarde is eenzaam, maar niet alleen. Ze heeft een man, twee kinderen en enige kennissen, maar met niemand onderhoudt ze een liefdevolle relatie. De enige plek waar ze zich geborgen weet, is de mansarde, het zonderkamertje, waar ze kan tekenen en zich kan overgeven aan haar gedachten en herinneringen.

Daarbij wil ze die gedachten en herinneringen het liefst negeren. 'Met nadenken ben ik nog nooit iets opgeschoten', merkt ze op. En: 'Bepaalde dingen moet je vergeten als je wilt leven.' Maar onontkoombaar dringen de herinneringen haar geest binnen.

Er ploffen enveloppen in haar brievenbus. Ze bevatten de aantekeningen die ze zeventien jaar geleden maakte tijdens haar eenzame verblijf in een jachthuis in de bergen. Ze moest daar genezen van een plotselinge doofheid. Die doofheid was het fysieke gevolg van het feit dat het vuur van haar liefde na vier jaar huwelijk was uitgedoofd.

Als ze weer kan horen, keert ze terug naar man en kind, maar mentaal is ze veranderd. Uiterlijk is ze een toegewijde huisvrouw, innerlijk voelt ze zich door alles en iedereen verlaten.

'De wereld is een doolhof, waarin ik nooit de weg zal vinden, met dit hoofd dat slechts voor beelden is geschapen en niet voor verstandige gedachten.'

Marlen Haushofer: De mansarde.

Uit het Duits vertaald door Ria van Hengel.

Van Gennep; 207 pagina's; € 16,-.

ISBN 978 94 6164 029 1.

undefined

Meer over