Nieuwspensioenen

Verlaging pensioenen met ruim 10 procent dreigt voor miljoenen gepensioneerden in 2022

De verlaging van de pensioenen blijft volgend jaar beperkt tot 0,2 procent. Dat is te danken aan een versoepeling van de regels. Het jaar erop dreigt voor miljoenen werknemers en gepensioneerden alsnog een verlaging van de pensioenen met ruim 10 procent.  

Scootmobieltocht in Asten.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Dit schrijft minister Wouter Koolmees (D66) van Sociale Zaken aan de Tweede Kamer. Het is het tweede jaar dat Koolmees pensioenkortingen voorkomt. De pensioenfondsen moeten nu minimaal 90 cent per toegezegde pensioeneuro in kas hebben. Eigenlijk zou dat 1,04 euro moeten zijn. Een jaar geleden gaf hij de fondsen ook respijt. Daardoor zijn massale pensioenkortingen dit jaar voorkomen. Die worden nu doorgeschoven naar 2022.

Als de pensioenfondsen er dan niet beter voor staan, dreigt de massale pensioenkorting dan alsnog. Dat legt een bom onder het moeizaam gesloten pensioenakkoord van vakbeweging, werkgevers en kabinet over vernieuwing van het pensioensysteem. Want als de fondsen te weinig vermogen hebben om de toegezegde pensioenen te ‘dekken’, dan moet of de premie fors omhoog of de pensioenregeling versoberd. Werkgevers, die meestal tweederde van de pensioenpremie betalen, voelen niets voor premiestijging, zeker niet nu de coronacrisis uitmondt in een economische crisis. Terwijl de vakbeweging niets ziet in kariger pensioenen.

Koolmees biedt vakbeweging en werkgevers nu een opening om pensioenverlagingen, versobering van de pensioenregeling of sterke premiestijging in 2022 te voorkomen. Hij stelt voor om snel nieuwe spelregels vast te stellen die gaan gelden voor pensioenfondsen die overstappen naar het nieuwe pensioensysteem. Hij wil dat nieuwe pensioen volgend jaar in de wet regelen. Pensioenfondsen krijgen dan tot 2026 de tijd om over te stappen naar dat nieuwe systeem. Het is volgens Koolmees ‘wenselijk de transitieperiode in het licht van het nieuwe stelsel te bezien’, zo schrijft hij de Tweede Kamer.

‘In dat stelsel’, schrijft Koolmees, ‘gelden andere regels voor bijvoorbeeld het verdelen van financiële mee- en tegenvallers, gelden andere buffereisen, heeft de premie een andere rol en worden rendementen bepalender.’ De huidige regels voor pensioenfondsen kunnen daar haaks op staan, meent de minister. ‘Daarom’, schrijft Koolmees, ‘ben ik bereid om te kijken naar een aanpassing van het huidige financiële toetsingskader voor de fondsen.’

Hoe dat eruit gaat zien, maakt Koolmees nog niet duidelijk. Dat wordt maatwerk waarbij gekeken wordt naar bijvoorbeeld de leeftijdssamenstelling van de ‘deelnemers’ in een fonds - werkenden en gepensioneerden – en de beleggingen. ‘Pensioenverlagingen zijn nodig zover zij bijdragen aan een evenwichtige, uitlegbare en verantwoorde overstap, met inachtneming van een zekere veiligheidsmarge om de transitie niet te bemoeilijken. Als pensioenverlagingen met het oog op het nieuwe stelsel niet nodig zijn, hoeven ze nu niet te worden doorgevoerd. De aanpak die ik voornemens ben uit te werken’, schrijft Koolmees.

De aankondiging van Koolmees kan volgens FNV-vicevoorzitter Tuur Elzinga ook forse premiestijgingen in 2021 voorkomen. ‘Als het jaar erna soepeler regels gelden, kun je daar rekening mee houden. Dat voorkomt premieschommelingen.’ Hij wil dan ook dat Koolmees de nieuwe regels snel bekendmaakt. 

Het ABP, het pensioenfonds voor vooral ambtenaren, voorziet dat de premie stijgt van 24,9 procent naar 26,6 procent. Zulke stijgingen worden ook bij andere fondsen verwacht. ‘Op de korte termijn kunnen premieverhogingen ook een negatief effect hebben op het economisch herstel’, constateert Koolmees. Maar hij schrijft erbij dat veel fondsen nu eigenlijk een veel te lage premie vragen voor het pensioen dat daartegenover staat. Bij 119 fondsen wordt slechts 69 cent betaald voor elke euro toegezegd pensioen.

De premiestijging bij het ABP staat nog niet vast. Die wordt waarschijnlijk minder omdat de pensioenrekenaars – actuarissen – voorzien dat de levensverwachting door corona minder snel stijgt dan verwacht, waardoor pensioenen minder lang hoeven uitbetaald. Als het ABP met die verwachting rekening gaat houden staat het fonds er plots iets minder beroerd voor. Eind november stelt het ABP, net zoals de andere pensioenfondsen, de premie definitief vast voor 2021.

Meer over