NIEUWSNieuw pensioenstelsel

Verlaging miljoenen pensioenen vrijwel zeker van de baan

De regels voor pensioenfondsen worden al in de aanloop naar de invoering van het nieuwe pensioenstelsel versoepeld. Het verlagen van pensioenen kan daardoor de komende jaren vrijwel vermeden worden. 

Met verkiezingen in zicht wil geen partij de verlaging van de pensioenen in de schoenen geschoven krijgen. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Met verkiezingen in zicht wil geen partij de verlaging van de pensioenen in de schoenen geschoven krijgen.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Dit blijkt uit het conceptwetsvoorstel voor de nieuwe Pensioenwet, waar minister Koolmees van Sociale Zaken, de vakbeweging en de werkgevers deze week over willen besluiten. 

Het gaat om de uitwerking van het Pensioenakkoord dat zij eerder sloten over een nieuw pensioensysteem. In dat nieuwe stelsel geldt een soepeler regime voor de financiële positie van de fondsen, maar het gaat pas over enkele jaren in. Daardoor dreigt in 2022 voor ruim tien miljoen mensen alsnog een pensioenverlaging met gemiddeld 10 procent als de huidige strenge regels worden toepast. De pensioenfondsen halen weliswaar mooie rendementen maar hebben veel last van de lage rente waarmee zij hun vermogenspositie moeten berekenen.

Het kabinet voelt er echter weinig voor in de aanloop naar de verkiezingen op 17 maart 2021 de dreigende pensioenverlagingen voor zijn rekening te nemen. Dat geldt ook voor de vakbeweging en voor GroenLinks en de PvdA, oppositiepartijen die het pensioenakkoord steunen en het in de Eerste Kamer aan een meerderheid kunnen helpen. 

Het conceptwetsvoorstel bevat daarom soepele overgangsregels voor pensioenfondsen die willen overstappen naar het nieuwe pensioen. Heeft een pensioenfonds een dekkingsgraad van 105 procent of hoger dan mogen de pensioen al verhoogd worden. Nu ligt die grens nog op 110 procent.

Is de dekkingsgraad minimaal 95 procent dan hoeven de pensioenen niet verlaagd. Is de dekkingsgraad maar 90 procent dan moet een ‘overbruggingsplan’ worden opgesteld waarin het pensioenfonds aangeeft hoe het de 95 procent ‘op het moment van invaren’ in het nieuwe systeem alsnog denkt te bereiken.  

Korting uitsmeren

Is de dekkingsgraad minder dan 90 procent, dan ‘neemt het fonds binnen zes maanden maatregelen’. Dat komt erop neer dat de pensioenen worden verlaagd zodat de dekkingsgraad weer 90 procent wordt. ‘De onvoorwaardelijke korting naar 90 procent’ mag worden uitgesmeerd over de jaren tot de overstap naar het nieuwe systeem. Op dit moment zitten vrijwel alle grote pensioenfondsen net boven de grens van 90 procent. 

‘De 90 procent dekkingsgraad’, zo staat in het conceptwetsvoorstel, ‘is een ultieme grens waarvan de regering het niet wenselijk vindt dat pensioenfondsen daaronder zakken met het oog op de continuïteit van het pensioenstelsel en de belofte van het nieuwe stelsel dat minimaal 90 procent van je premie naar je eigen pensioen gaat'. 

 Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zondag bij het Catshuis.  Beeld Bart Maat / ANP
Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zondag bij het Catshuis.Beeld Bart Maat / ANP

Zo hopen alle betrokken partijen het draagvlak voor het nieuwe stelsel overeind te houden tijdens de geleidelijke invoering. Pensioenfondsen kunnen overstappen zodra de wet van kracht is. Het kabinet en de sociale partners hopen dat dit in 2022 al kan.  Maar pensioenfondsen krijgen, als ze willen overstappen, tot 2026 de tijd. 

Het toekomstige stelsel verschilt op één fundamenteel punt van het huidige: nu geldt de pensioenhoogte nog als een belofte. Daarom gelden er strenge regels voor het vermogen dat pensioenfondsen in kas moeten hebben. In het nieuwe systeem zijn de ingelegde premie en de behaalde beleggingsresultaten bepalend voor de pensioenhoogte. 

De rente speelt daarbij geen allesbepalende rol meer. De uiteindelijke hoogte van het pensioen wordt daardoor flexibeler en onzekerder. De fondsen kunnen  straks eerder overgaan tot pensioenverlaging als ze financiële tegenvallers hebben maar ook eerder verhogen als het meezit. 

Jongere werknemers

In het nieuwe systeem krijgen alle ‘deelnemers’ aan een pensioenfonds een eigen pensioenrekening waar de premie op wordt gestort. Nu subsidiëren jongere werknemers indirect de pensioenopbouw van oudere collega’s. Dat vervalt als ieder voor zichzelf spaart. Oudere werknemers worden voor het wegvallen van de subsidie gecompenseerd met extra premie die iedereen betaalt. Die mag tien jaar lang 3 procent zijn van het salaris waarover pensioen wordt opgebouwd.

Uit het wetsvoorstel blijkt ook dat de gewone pensioenpremie maximaal 30 procent mag zijn van het salaris waarover pensioen wordt opgebouwd. Daarbij wordt gerekend met 1,5 procent rendement waarbij na 42 jaar werken, van 25 jaar tot 67 jaar, het pensioen kan uitkomen op 80 procent van het gemiddeld verdiende loon. 

De toezichthouder, de Nederlandsche Bank, houdt in het oog dat door hoge beleggingswinsten niet teveel pensioen wordt opgebouwd. ‘Het risico dat dan de pensioenopbouw te ruim zou kunnen worden met als consequentie ongewenste gevolgen voor de arbeidsparticipatie en de overheidsfinanciën is dan te groot.’ 

Test uw kennis
Door de vergrijzing komt het Nederlandse pensioenstelsel in de knel. Aan minister Koolmees (Sociale Zaken) de taak het probleem op te lossen. Wat weet u over pensioenen? Doe de quiz. 

Het nieuwe stelsel: de kansen en de risico's
Het nieuwe pensioenstelsel moet de onzekerheid over de pensioenen wegnemen. Maar komt er niet juist onzekerheid voor in de plaats? We zetten de kansen de risico's voor u op een rij. 

Eerder met pensioen: dief van je eigen portemonnee?
Eerder stoppen met werken, voor velen een aanlokkelijk idee. Eindelijk verlost van het juk van de arbeid. Maar kun je eventueel opgebouwd pensioen eerder laten uitbetalen? En welke nadelen kleven daaraan?

Meer over