Verkracht tussen het beton

Samira Bellil schreef een boek als een vuistslag. Een aanklacht tegen de omgangsvormen in de Franse banlieues. Waar meisjes verkracht kunnen worden omdat ze om zes uur 's avonds met een jongen zijn gezien....

Door Martin Sommer

Ze is klein, met een kop vol krullen, en draagt een halflange rok boven Arabische puntsloffen. Niet volgens de wet van de cité, legt ze uit. 'Meisjes hebben basketballschoenen aan, een spijkerbroek, T-shirt. De code daarvan is: ik ben een braaf meisje en geen pute. Geen hoer. Geen rok! Geen vrouwelijkheid! Rokken dragen meisjes alleen als ze uitgaan, ver buiten hun eigen buurt.'

Samira Bellil (30) schreef een boek over het leven in de Franse banlieues, de voorsteden van revolutiebeton waar de werkloosheid giert en de wet van de jungle regeert. Een even schokkend als moedig boek. Ontsnapt uit de hel heet het, in het Frans Dans l'enfer des tournantes. Letterlijk: In de hel van de groepsverkrachtingen. Tweemaal werd ze verkracht in de Parijse voorstad Garges, eenmaal op vakantie in Algerije. Verkrachting als straf voor het overtreden van de regels van de cités.

Ze was veertien toen het voor het eerst gebeurde. 'Ik had een relatie met de belangrijkste jongen van een groepje. Hij was negentien. Ik dácht dat het een relatie was. Hij gebruikte mijn lichaam. Ik was eigenlijk nog een kind, maar deed dingen die thuis verboden waren. Uitgaan in plaats van thuis zitten en voor mijn twee zusjes zorgen. Ik had geen idee dat een reputatie zo belangrijk was.'

In de Franse voorsteden zijn er 'brave meisjes' en 'makkelijke meisjes'. Brave meisjes doen het huishouden, gaan alleen de deur uit voor school. 'Makkelijke meisjes' hangen buiten rond, net als de jongens. Ze roken, maken zich op, gaan naar de disco. Niks kwalijks, maar voor je het weet heb je de naam van een hitsige meid. Dan is de jacht vrij. De wetenschap dat je als meisje wel eens gevrijd hebt, is ruim voldoende.

De jongens doen aan 'wijven pakken'. Ze 'laten ze rondgaan', zoals de letterlijke vertaling van tournante luidt. Samira werd door haar vriend uitgeleend 'zoals een cd of een trui'. Haar beschrijving van de eerste verkrachting door drie jongens, met instemming van haar 'vriend' is even klinisch als afstotelijk. Wat daarna volgde, is bijna nog schokkender.

Terwijl ze huilde, vervuild en bont en blauw geslagen, vroeg hij doodleuk: 'Heb je honger?' Hij wilde wel een broodje voor haar kopen. Dat wil zeggen: het gebeurde hoorde in zijn ogen bij de normale vormen.

'Zo ga je met wijven om. En je bent zo ongelooflijk snel een kelderwijf, zoals dat heet. Als je om zes uur 's avonds met een jongen wordt gezien, ben je al verkocht. Vanaf het moment dat je in het quartier komt, kun je je er niet meer aan onttrekken. Die jongens fungeren als waakhonden en iedereen weet alles.'

Samira Bellil komt uit een betrekkelijk welvarend gezin, haar vader had een vrijstaand huisje. Wel banlieue, niet de monotone flats, de 'kippenhokken' van de cité. Haar moeder was op zesjarige leeftijd naar Frankrijk gekomen vanuit Algerije, haar vader op zijn veertiende. Haar grootvader woonde ook al in Parijs, werkte als groenteverkoper.

'Mijn ouders waren heel Europees georiënteerd, modern gekleed. Moeder droeg geen hoofddoek. Tegelijk klemden ze zich vast, ik zou zeggen niet aan de religie maar aan de traditie. Ik moest hetzelfde doen als mijn moeder, binnenblijven. Ze vond dat het zo hoorde, een beetje zoals geslagen kinderen van zichzelf zeggen: het heeft me toch goed gedaan. Terwijl ze zelf echt heeft geleden.'

Ze kwam in opstand, wilde de deur uit. De vier muren kwamen op haar af. Precies dat kwam haar duur te staan na de eerste 'tournante'. 'Daar maken die jongens misbruik van. Ze weten dat je een breuk met je familie hebt, dat je onafhankelijk wilt zijn. Daar profiteren ze van, want je gaat er thuis niet over praten. En ze weten: als je wel praat, zullen de ouders zeggen: pute et salope, vieze hoer!'

Samira Bellil durfde wat heel weinig meisjes durven: ze deed aangifte. Na de derde verkrachting, in Algerije, kwam haar dat te staan op de hoon van de dienstdoende agent. Ze was immers eerder met een man naar bed geweest. 'Ah, dat had u eerder moeten zeggen.'

De Franse justitie beoordeelt ze nauwelijks minder hard. 'Men maakt geen onderscheid tussen een enkelvoudige verkrachting en een groepsverkrachting. Vijftien jaar geleden, toen het mij overkwam, was het nog veel moeilijker. Ik ken zoveel meisjes die geen aangifte hebben gedaan. Ze krijgen geen enkele steun van justitie. Die jongens worden meteen vrijgelaten of na een paar dagen. Ik vind dat laks.

Ze moeten aangepakt worden, minderjarig of niet. En dan wordt er in de buurt enorme druk uitgeoefend op die meiden om de aanklacht in te trekken. Die jongens komen terug, worden de held van het quartier, en laten geen kans onbenut om hun haat uit te dragen. Om duidelijk te maken dat het aan het meisje lag: zíj hoorde daar niet te zijn!'

Ze spreekt over haar 'strijd', ze wil erkenning voor het feit dat een 'tournante' iets anders is dan een enkelvoudige verkrachting. 'Ook vreselijk natuurlijk. Maar dat kan door een gek gedaan zijn, of willekeurig wie.

'Een groepsverkrachtig is bijna altijd het werk van mensen uit je eigen buurt. Mannen die je kent. Je naam is kapot, want iedereen weet het. Je familie spuugt je uit. Tegelijkertijd zwijgt iedereen, je raakt in een wereld van onuitgesproken verwijt. Dat kan heel ver gaan. Ik ken een gezin dat na een groepsverkrachting is verhuisd. Het hielp niet, de ramen werden ingegooid, er werd in het portiek gepiest, de kinderen werden gepest.'

Volgens haar wordt de situatie voor meisjes in de voorsteden alleen maar slechter. De cijfers geven haar gelijk, het aantal veroordelingen in Frankrijk liep tussen 1995 en 2000 op met 61 procent. 'Eerst was er een minderheid van de jongens die zo dacht. Nu maken de grote broers de dienst uit en denken bijna alle jongens dat je ieder meisje dat niet 'braaf' is zomaar mag pakken. Ook als ze het in de praktijk niet doen. Het merendeel is werkloos, dus ze hangen rond en doen niets anders dan de konten van de meiden bespreken.'

Haar verhaal werpt een ander licht op de toename van het aantal hoofddoekjes die iedereen om zich heen kan zien. De draagster praat meestal over de vrijheid om haar eigen godsdienst te beleven, zoals zij dat wil. 'Zij heeft het geaccepteerd. In de spiegel is ze een braaf meisje. Maar met een andere houding zou ze zeker niet vrij zijn. Dus er is een sociale druk. Draai het om: ik ben nu een verraadster omdat ik vertel wat daar gebeurt.'

De islam, daarover wil ze zich liever niet uitlaten. 'Daar voel ik me niet competent.' Wat ze wel wil zeggen: 'In de islam praat men niet over seks. De meisjes zijn paranoia en wat de jongens van seks weten, halen ze uit pornoboekjes en van de televisie. Ze denken dat het op die manier normaal is. Dat heeft met tederheid of sensualiteit niets te maken. Ik had een vriendin die met een jongen naar bed geweest was, en zei: ik had net het gevoel of ik een pornofilm was beland.'

In oktober vorig jaar werd het zeventienjarige meisje Sohane in de voorstad Vitry-sur-Seine levend verbrand door haar ex-vriendje. Haar zusje vertelde dat Sohane het normaal vond om zich op te maken, te roken, uit te gaan. Ze werd verkracht en er stonden tien jongens voor de deur van de berging waar ze in brand gestoken werd.

De moord op Sohane was de aanleiding voor grote demonstraties in heel Frankrijk, onder het motto 'ni putes, ni soumises' - 'geen hoeren, geen onderworpenen'. Samira Bellil speelde een flinke rol in de beweging. Dat heeft Frankrijk de ogen geopend. 'In 23 steden zijn we geweest, overal werden debatten gehouden. Met moeders en dochters. Er waren vrouwen die dertig, veertig jaar gezwegen hadden. Die tongen kwamen los. 's Avonds was ik helemaal kapot, al die vreselijke verhalen. Ik durf te zeggen: er is geen vrouw in de Maghreb die niet geleden heeft.

'Het waren ongelooflijke dagen. Wij dachten over kleine meisjes in de cités. Maar er bleek een enorme omertà gebroken. Vrouwen die stiekem het huis waren ontvlucht, kwamen vertellen over hoe slecht ze werden behandeld door hun man of zoon. Die waren voor het eerst in Parijs, die zeiden: ik ben voor jullie uit het cachot gekomen.'

'Ni putes, ni soumises' stelde een reeks eisen op. Ook de vrouwen van de voorsteden willen bij het Frankrijk van 'Vrijheid, gelijkheid, broederschap' horen. 'De staat is alleen aan onze goedkoopste eis tegemoet gekomen.'

Ze wilden dat er begeleiding kwam op de politiebureaus. Dat de slachtoffers voorrang zouden krijgen bij het toewijzen van woningen elders, dat er voor de moeders bijeenkomsten zouden worden georganiseerd. Wat er komt is een 'guide du respect', een folder die de jongens op school moet uitleggen dat groepsverkrachting niet een goed idee is.

Haar boek Dans l'enfer des tournantes verscheen dit voorjaar in het Frans. Sindsdien is Samira Bellil een ster, ze doet op haar huidige rondgang België, Duitsland en Italië aan. Een Koreaanse vertaling volgt. Wat zal het boek in Nederland losmaken? Groepsverkrachtingen zijn hier voor zover bekend tot nu toe niet vaak voorgekomen.

Wel werd in Amsterdam begin 2000 een dertienjarig meisje meermalen mishandeld en verkracht door een groep jongens in de leeftijd van negen tot zestien jaar. De publiciteit daarover maakte informatie los over andere gevallen. Samira Bellil waarschuwt: 'Die jongens kijken veel televisie, en imiteren veel van wat ze daar zien.'

In de banlieue woont ze niet meer, ze is sinds vier maanden naar de oase Parijs verhuisd. 'Ook dat ging bepaald niet makkelijk. Ik heb jaren tegen de sociale dienst gesoebat: ik moet daar weg, vanwege wat mij is overkomen. Zie maar eens aan een appartement te komen. Dus ik zat nog steeds in Saint Denis. Tot ik beroemd werd met het boek en de hand van een minister kon schudden. Toen was het in een vloek en een zucht geregeld. Voor de rest laten ze ons volkomen rotten in onze cités.'

Meer over