Verkokeren, wegduiken en afschuiven

Tijdens het verhoor van oud-premier Lubbers gunde commissielid Oudkerk de toehoorders een blik in het eindrapport dat de enquêtecommissie Vliegramp Bijlmermeer de komende twee weken gaat schrijven....

Oudkerk zei het, denkend aan de verhoren van rissen ambtenaren in de afgelopen weken. Die leverden een onthutsend beeld op van verkokerd werken, op elkaar wachten, naar elkaar wijzen en wegduiken voor verantwoordelijkheden. De politiek hoofdverantwoordelijken deden hierin niet voor hun ambtenaren onder.

In de zes jaar die sinds de crash zijn verstreken, raakten acht ministeries er op de een of andere manier bij betrokken. Maar geen minister ontfermde zich over de Bijlmerramp. VVD-vice-premier Jorritsma, van '94 tot '98 minister van Verkeer en Waterstaat, trok de grootste verantwoordelijkheid naar zich toe.

Kamerleden met de Bijlmerramp in hun portefeuille schetsten Jorritsma deze week als een minister die zich door frisse tegenzin liet leiden. Jorritsma zag zichzelf als 'de meest betrokken minister, met een bredere taakopvatting dan strikt noodzakelijk was'. 'Ik zei nooit: die vraag moet u niet aan mij stellen. Ik leidde altijd alles door naar andere collega's.'

Jorritsma wees met het vingertje naar haar D66-collega Borst van VWS. De commissie wilde weten waarom Jorritsma de vrachtdocumenten van de neergestorte El Al-Boeing niet ook door Volksgezondheid had laten bekijken. De gezondheidsklachten van hulpverleners en bewoners gaven daar alle aanleiding toe.

'Het ministerie van VWS had daar ook geen behoefte toe', zei Jorritsma. Borst had op haar beurt graag 'het geheim van de lading' opgelost. Maar ze vond het 'geen taak voor de minister van Volksgezondheid om achter de ladingpapieren aan te gaan'.

Net als Lubbers en premier Kok reserveerde Jorritsma haar harde woorden voor 'de Israëlische vrienden', die 'verdraaid lang' deden over verzoeken om de vrachtdocumentatie compleet te krijgen. 'Een gevoel van urgentie is pas ontstaan sinds de enquêtecommissie Vliegramp Bijlmermeer aan het werk is', zei Jorritsma.

Maar niet alleen Israëliërs zijn aan het werk gegaan onder druk van de enquête. Boekdelen sprak het lijstje dat het 'zeer frequente en terdege contact' tussen Verkeer en VWS moest aantonen: 1994 twee keer, 1995 één keer, 1996 alleen mondeling, 1997 vijf keer, 1998 32 keer.

Jorritsma wilde zich niet afficheren als 'coördinerend minister' voor de Bijlmerramp. Maar ze zag evenmin aanleiding de ministerraad erbij te betrekken, of een Bijlmerramptrio te vormen met Borst en de toenmalige D66-minister Sorgdrager van Justitie. Dat was wederzijds. 'We zagen elkaar toch rond de ministerraad tijdens de lunch', zei Borst. 'Daar was geen aanleiding voor', zei Sorgdrager.

Kok vond het ook niet nodig de zaak naar zich toe te trekken. 'U moet even oppassen met het begrip coördinatie', zei hij. 'Mijn departement Algemene Zaken is buitengewoon klein, dat is niet in staat dunnetjes het werk van andere departementen over te doen.'

Opvallend vaak stelde de enquêtecommissie deze week de vraag of getuigen niet meer initiatief hadden moeten tonen, gezien de maatschappelijke onrust. Lubbers en Kok kaatsten de vraag terug naar de Tweede Kamer. 'Kamerleden of fractievoorzitters hebben mij nimmer, formeel of informeel, gevraagd om een departementsoverstijgende aanpak, omdat ze van het kastje naar de muur werden gestuurd', zei Kok.

Borst stuitte in haar dadendrang op inzichten van een 'gerenommeerd gezelschap' doktoren. Sorgdrager 'zat een beetje op de achterhand' en botste op de grenzen van het strafrecht. 'Ik heb alles gedaan op strafrechtelijk gebied wat in mijn vermogen lag. Meer dan dat. Ik vind dat ik voor een minister van Justitie er behoorlijk achteraan gezeten heb.'

Kritiek op de magere rapportjes die de Tweede Kamer ontving van de paar justitiële onderzoeken, wees Sorgdrager van de hand. 'Ik wilde de Kamer niet overstelpen met informatie waar ze niets mee kan.'

Zo bediende de minister van Justitie zich van een selectiemethode, die bekend was uit ambtelijke kring. Hoofdinspecteur Milieuhygiëne P. Verkerk legde de commissie tien dagen geleden uit hoe hij zijn minister behoedde voor infostress: met een 'informatiedrempel'. Verkerk: 'Wij hanteren een bepaalde drempel bij het informeren van de minister. Als je alles doorgeeft, krijgt hij te veel.'

Meer over