Verkiezingen op zijn Rwandees

De uitslag is voor iedereen direct te zien. Een rij mensen van meer dan honderd meter lang heeft zich achter Benoït Kamanzi opgesteld....

Rwanda experimenteert met democratie. Deze week vinden in het hele land verkiezingen plaats voor 'basiscomités' in de zogeheten cellules, bestuurlijke eenheden van circa duizend mensen. Het is voor het eerst sinds de genocide van 1994 dat alle volwassen Rwandezen kunnen stemmen. En niet toevallig gebeurt dat bijna pal vijf jaar nadat in het land naar schatting 800 duizend mensen het slachtoffer werden van volkenmoord.

'Kamanzi heeft in de oorlog zelf zijn vrouw en twee kinderen verloren', vertelt een kiezer in de wijk Nyamirambo die zich achter hem heeft geschaard. 'Wij hebben vertrouwen in hem. Hij heeft bewezen goed werk te kunnen doen.' Want Kamanzi mag dan nu gekozen zijn, na 1994 wezen de autoriteiten hem aan als leider van de cellule. De bewoners kenden zijn kwaliteiten.

Maar daarmee is meteen ook een van de beperkingen van het experiment duidelijk.

Sinds de genocide is het in grote delen van Rwanda relatief rustig. Stabiel is het land echter allerminst. Het huidige landelijke bewind, dat wordt gedomineerd door Tutsi's die als etnische groep een kleine minderheid van de bevolking vormen, is zelf nooit gekozen. Voor echt vrije verkiezingen achten de autoriteiten de tijd nog niet rijp.

Campagnevoeren is voor de lokale verkiezingen verboden. Ook mag niemand op partijbasis deelnemen. Pas op maandagochtend zelf kunnen de kandidaten zich opwerpen en aan hun kiezers presenteren. Mensen als Benoït Kamanzi hebben daarmee een bijna niet in te halen voorsprong. Maar de animo is er niet minder om. De trots over deze verkiezingen is voelbaar.

In een andere cellule van Nyamirambo legt een lid van het organisatieteam via een megafoon de spelregels uit. De man staat op een aarden wal en kijkt uit over de kiezers op een open veld onder hem. 'Ze hebben het nog niet door', fluistert hij terzijde. Maar dan dienen de eerste kandidaten zich onder gejoel en applaus aan. Zes mannen en twee vrouwen hopen de voorzitter van het basiscomité te worden.

Een van de ouderen onder hen laat zich door behulpzame handen op de aarden wal trekken. Zijn stropdas flappert in de wind. Deze man, Faustin Serugo, heeft zich duidelijk voorbereid. Terwijl de andere kandidaten zich voorstellen, kijkt hij zijn aantekeningen nog even door. Als zijn beurt is gekomen, slingert hij zijn argumenten met kracht de menigte in. De toehoorders vinden het prachtig.

'Mijn drie belangrijkste punten zijn goed bestuur, rechtvaardigheid en vrede', legt hij kort na afloop van zijn toespraak in het Kinyarwanda uit.

Maar ook hem blijken de kiezers al te kennen. Serugo was ooit de leider van de cellule. De autoriteiten ontzetten hem uit zijn functie, maar nu het volk mag spreken is zijn terugkeer verzekerd.

Serugo is onmiskenbaar een Tutsi. Dat weten ook de mensen van de Hutu-meerderheid die zich achter hem zullen scharen. Officieel speelt etnische afkomst geen enkele rol. In de praktijk doet het er echter wel toe. Wie zich in het openbaar achter een kandidaat moet opstellen, bij verkiezingen die niet geheim zijn, kan zich moeilijk helemaal vrij voelen in zijn keuze.

'De mensen kennen elkaar', zegt een man in de wijk Kacyiru op de vraag waarom de kiezers zich nergens hoeven te registeren. Maar juist dat is voor velen de venijnige ondertoon van dit democratisch experiment. Ieder kent de ander, ieder houdt de ander in de gaten.

En ieder voelt zich daar ongemakkelijk bij. 'In het geheim kunnen stemmen is een fundamenteel recht', verzucht een kiezer. 'Wat de regering doet, is ondemocratisch te noemen.'

Maar ook hij stemt liever zo, dan zijn leiders opgelegd te krijgen. En stembusfraude, een bekend fenomeen bij vroegere verkiezingen in Rwanda, is in elk geval uitgesloten.

Meer over