Verkiezingen in Bulgarije voor ex-koning taboe

Een rechtbank in Sofia heeft maandag de Nieuwe Beweging deelname aan de Bulgaarse parlementsverkiezingen op 17 juni ontzegd. De Nieuwe Beweging is de partij waarmee Simeon de Tweede, de 62-jarige zoon van de door de communisten afgezette Bulgaarse tsaar Boris de Derde, enkele weken geleden politiek actief werd....

Volgens de rechtbank voldoet de partij niet aan een reeks van negen eisen die de Bulgaarse kieswet stelt. Woordvoerders van de Nieuwe Beweging bestempelden de uitspraak als puur politiek. Zij spraken van pure angst bij de machthebbers voor 'de rechtvaardige hand van de monarchie'.

Naar alle waarschijnlijkheid zal de advocaat van de Nieuwe Beweging vandaag tegen de uitspraak in beroep gaan. Commentatoren in Sofia stelden gisteren dat het goed mogelijk is dat Simeon er uiteindelijk wel in slaagt zijn partij te registreren, maar dat de regering hem via de juridische weg in diskrediet tracht te brengen en zijn campagne te vertragen.

Sinds Simeon begin deze maand zijn besluit bekendmaakte om aan de verkiezingen deel te nemen, is de spanning in Bulgarije sterk opgelopen. Zowel in het regeringskamp, gevormd door het rechtse Samenwerkingsverband van Democratische Krachten (SDS), als bij de oppositie, gevormd door de oud-communisten van de Bulgaarse Socialistische Partij (BSP), is paniek ontstaan. Gevreesd wordt dat de charismatische Simeon de Bulgaarse politiek zal gaan domineren, dan wel een doorslaggevende rol zal gaan spelen bij stemmingen in het parlement. Uit Simeons sterk schommelende score in de peilingen blijkt niet dat deze angst terecht is.

Tot voor kort was Simeon de natuurlijke bondgenoot van de regering van premier Ivan Kostov. Die kwam in 1997 na vervroegde verkiezingen aan de macht. In de maanden daarvoor had de bevolking de oud-communisten met protesten tot aftreden gedwongen.

Onder hen nam de armoede schrijnende vormen aan en liep de inflatie op tot 25 procent per dag. Kostov slaagde er in Bulgarije financieel-economisch te stabiliseren, maar niet om de levensstandaard van de bevolking op een substantieel hoger plan te brengen. In 1998 gaf de regering Simeon al de bezittingen van zijn afgezette vader terug.

Hoewel Simeon herhaaldelijk blijk heeft gegeven van zijn politieke ambities, kwam zijn besluit daadwerkelijk aan verkiezingen deel te nemen toch nog onverwacht. Onverwacht was ook de harde kritiek in zijn toespraken aan het adres van de hem tot dan toe gunstig gezinde regering. In een land dat zo arm is horen politici niet in een dergelijke weelde te leven, zo stelde hij. Simeon presenteerde zich daarbij nadrukkelijk als politieke buitenstaander.

Verschillende commentatoren in Sofia noemden de beslissing van de rechtbank Simeons politieke carrière voorlopig te blokkeren een blunder van premier Kostov. Uit niets blijkt dat alleen delen van het regeringselectoraat naar Simeon zullen overlopen. Ook de oud-communisten kunnen stemmen aan hen kwijtraken.

Bovendien zou Kostov na de verkiezingen zijn regering met steun van Simeon kunnen voortzetten, als hij dat zou willen. In hun ogen gaat het om een emotionele reactie van Kostov, die in Simeon een bedreiging ziet voor zijn eigen machtspositie.

De president wordt in Bulgarije gekozen door het parlement. Om te verhinderen dat Simeon tot staatshoofd kan worden gekozen en zo de discussie over het herstel van de monarchie kan openen, is een wet van kracht die van presidentskandidaten vereist dat zij minstens vijf jaar in Bulgarije woonachtig zijn. Simeon woonde tot voor kort in Spanje.

Meer over