Verkeerde plaats, verkeerde tijd

ZE DEDEN HET EIGENLIJK NOOIT, EEN AFZAKKERTJE NEMEN IN HET AMSTERDAMSE QUENTIN HOTEL. FRED EN GIJS MAAKTEN OP 29 DECEMBER EEN FATALE UITZONDERING....

tekst phaedra werkhoven; fotografie marijn scheeres

De bel ging, het was kwart voor drie, 3 januari. Verbaasd liep mevrouw Hoekstra naar de deur; haar dochter was vroeg vandaag, dacht ze. Ze deed de deur open en schrok. Niet haar dochter, maar twee politiemannen stonden op de stoep. 'We hebben een slechte boodschap voor u. Uw zoon is dood.'

Martha Hoekstra riep meteen haar man Berend, die in de schuur aan het klussen was. Hoe was hij doodgegaan? Hoe kon dit nou waar zijn? De politie gaf uitsluitsel. Hun zoon Fred was samen met zijn vriend Gijs de Mol van Otterloo vermoord in de lobby van het Am ster damse hotel Quentin.

Op 30 december 2002 verschenen berichten in de media over een dode en een zwaargewonde bij een overval in het Amsterdamse hotel Quentin aan de Leidsekade. De daders waren spoorloos, de identiteit van de slachtoffers was onbekend. Eén dag later brachten de kranten het bericht dat ook het tweede slachtoffer was overleden.

De politie ging uit van een roofmoord, een liquidatie werd uitdrukkelijk uitgesloten. Weer twee dagen later werden de namen van de slachtoffers bekendgemaakt. Het betrof geen gasten van het hotel, zoals in eerste instantie werd aangenomen, maar twee Amsterdamse mannen die er iets aan het drinken waren: Gijs de Mol van Otterloo (38) en Fred Hoekstra (33). De zaak verscheen bij het televisieprogramma Opsporing verzocht, waarop een aantal tips binnenkwam. Inmiddels heeft het Openbaar Ministerie een beloning van 25.000 euro uitgeloofd voor de tip die leidt tot oplossing van de zaak.

In het Amsterdamse alternatieve kunstenaarscircuit gonsde het al gauw van de geruchten. Mensen die de jongens niet of nauwelijks kenden, verspreidden vage speculaties over de moord. Fred en Gijs zouden coke- of hasjdealers zijn, ze zouden via de 'Joegoslavische metho de' zijn afgeslacht en het hotel zou bekend staan om 'het witte poeder'. Bewijs is er niet; vrienden en bekenden achten de theorieën onmogelijk, de politie geeft in het belang van het onderzoek geen enkel commentaar. Wel werd deze week bekend dat de recherche op zoek is naar een voormalig medewerker van het hotel, ene 'David', een uit het Oost-Europa afkomstige, Engels spre ken de, blanke man.

Anderhalf uur zaten de rechercheurs aan de koffietafel in het Drontense rijtjeshuis van de familie Hoekstra. Inmiddels arriveerde ook dochter Erna samen met haar kinderen. Ze wilde die avond gaan stappen met vriendinnen en opa en oma zouden op de meisjes passen. Terwijl ze het huilen van haar dochtertjes suste, probeerde ze verbijsterd het nieuws op zich in te laten werken.

Aan de muur hingen foto's van Fred als klein blond jongetje, van Fred op vakantie in Griekenland met zijn vriendin. Samen op een bankje, zijn arm losjes om haar schouder, bruinverbrand, een vrolijke witte-tandenlach in het knappe gezicht. Zij met lange blonde haren, licht naar hem toe gebogen en eveneens een blije lach. Op de grond twee biertjes en twee rugzakken. Verder ook kiekjes van Fred, spelend met de kinderen van zijn zus Erna, Fred in de weer met zijn gitaar.

De rechercheurs zagen het allemaal. Ze moesten de familie duidelijk maken dat Fred in de nacht van 29 op 30 december was doodgestoken. Dat ze niet eerder wisten wie hij was: Fred had geen persoonsgegevens bij zich, of die waren buitgemaakt. En rond de jaarwisseling waren de overheidsinstanties gesloten. Ja, Fred was dus al drie dagen dood. De daders hadden verder 170 euro gestolen uit de kas van Budget Hotel Quentin.

Ook moest Fred worden geïdentificeerd, of de familie misschien met hen mee wilde rijden naar het Amsterdamse vu-ziekenhuis. Martha en haar dochters stapten in de politieauto. Onderweg hielden ze elkaars hand vast, hopend dat het Fred niet was, dat ze het allemaal bij het verkeerde eind hadden.

Fred was het wel. In het ziekenhuis hoorden ze dat hij na de steek in zijn maag nog een dag had geleefd. Ze hadden hem nog geopereerd, veertig zakjes bloed had hij gekregen, maar gebaat heeft het niet. Bijna onherkenbaar was hij, toen ze hem zagen, omdat zijn gezicht was opgezwollen van de infusen. Verdwaasd werden Martha en Er na door de politie teruggebracht naar huis. Pas daar kwamen de vragen, de woede, het ongeloof, het verdriet.

Fred Hoekstra was op 29 december samen met zijn vriend Gijs de Mol van Otterloo op stap. Gijs was een kunstenaar, Fred grafisch vormgever en muzikant. Niet dat hij nog iets deed met zijn vormgeverschap; hij had een uitkering en kluste wat bij in de houtverwerking, samen met Gijs. Door de zware storm in oktober vorig jaar waren veel bomen omgewaaid. Fred en Gijs trokken eropuit om die bomen op te ruimen, zwaar werk in de buitenlucht.

Fred en Gijs waren soulmates. Ze leken ook wel wat op elkaar. Twee bijzondere, boomlange verschijningen, opvallende types, sterke persoonlijkheden. Beiden slim en getalenteerd, maar ook: beiden drinkers. Gijs had de reputatie voor iedereen in de bres te springen. Wan neer hij iets zag gebeuren wat in zijn beleving fout was, wierp hij zich er - met gevaar voor eigen leven - tussen.

Allebei zaten ze vol plannen, beiden leverden dezelfde strijd die plannen te verwezenlijken. Gijs zou vast en zeker doorbreken in de kunst, was bezig met glasblazen en wilde misschien weer gaan studeren. Fred was er stiekem van overtuigd dat hij ooit een rockster zou worden. Beroemdheid en rijkdom lagen in het verschiet en 'the best years were still to come'.

Ook al had Gijs een rijke familie, zelf bezat hij niet veel geld. Des ondanks was hij het type dat z'n laatste 5 euro nog aan vrienden zou weggeven. Hij was stijlvol maar minder sexy dan Fred, en altijd verlegen en nerveus bij vrouwen. Nog steeds op zoek naar die ene vrouw met wie hij een gezin wilde stichten. Fred was juist flamboyant en lag erg goed bij de vrouwen. Te goed eigenlijk. Als hij op een feestje binnenkwam, keken standaard alle vrouwen geïnteresseerd op ter wijl de mannen hem met enige achterdocht in de gaten hielden.

De avond van de moord had Gretchen Dee, de 27-jarige Amerikaanse vriendin van Fred met wie hij drie jaar een relatie had, hem vanuit Amerika gebeld met de mededeling dat ze zwanger was. Hij was verbaasd, maar blij.

Voor de gelegenheid trok hij zijn zwartrode cowboyboots aan en een spijkerbroek met daarop zijn lievelingsblouse met jaren-zeventigprint en een zwart leren jasje dat hij nog van zijn vader had gekregen. Deze combinatie deed hij eigenlijk alleen maar aan als hij zich echt goed voelde.

Gijs had een etentje bij een vriendin. Ook hij was goedgehumeurd toen hij tegen één uur 's nachts weer op zijn fiets stapte. Hij had met Fred in café Beetles aan de Lange Leidsedwarsstraat afgesproken. Tussen drie en vier uur in de ochtend besloten Gijs en Fred - tegen hun gewoonte in - af te zakken naar het Quentin Hotel. Ze waren al flink beschonken, en wilden een afzakkertje pakken in de lobby van het hotel.

Normaal gesproken zat de deur van het hotel op slot. Om het hotel 's nachts binnen te komen, moesten gasten aanbellen. Er waren behalve Gijs en Fred geen gasten in de lobby, alleen de nachtportier stond achter de bar.

Tegen vieren kwamen er vier Zuid-Amerikanen binnen die wilden overnachten in het hotel, maar de prijzen te hoog vonden. Er ontstond onenigheid, en Gijs en Fred gingen bijna met ze op de vuist. De portier wist de ruzie te sussen, en zette de Zuid-Amerikanen buiten de deur.

Waarschijnlijk omdat de deur toch op slot zat, en omdat Gijs en Fred iets zaten te drinken, ging de nachtportier even later naar het washok beneden. Hij liet Gijs en Fred boven in de lobby achter. Terwijl de portier aan het werk was, stond er plots een blanke, gebrekkig Engels sprekende man met een bivakmuts achter hem. Een andere man keek van een afstandje toe. De portier werd bedreigd met een mes en de overvaller vroeg hem waar het geld was. Hij wilde de sleutel van de kassa. De portier deed wat hem gevraagd werd, waarop de overvallers hem vastbonden en naar de lobby boven liepen.

Daar troffen ze Gijs en Fred, die zich naar alle waarschijnlijkheid met de mannen hebben bemoeid. Maar Gijs en Fred waren dronken, konden zich kennelijk niet goed verdedigen en werden beiden met een groot mes neergestoken, Gijs in zijn hart en Fred in zijn maag. Toen de portier zich enige tijd later wist los te maken, trof hij een bloedbad aan. Hij probeerde nog bloed te stelpen en te reanimeren, maar Gijs was ter plekke overleden. Fred werd afgevoerd naar het vu-ziekenhuis. Daar overleed hij een dag later, zonder dat iemand wist wie hij was.

Fred Hoekstra groeide op in een hecht gezin in Dronten. Een probleemloze gelukkige jeugd. Op de middelbare school was hij al het prototype van een populaire jongen. Alle meisjes vielen op hem. Eigenlijk werd iedereen die hij ontmoette wel een beetje verliefd op hem. Vriendinnetjes van zijn zus gingen vaak met haar om, zodat ze bij Fred konden zijn. Hij was goed in alle sporten, maar kon niet kiezen welke sport hij ging doen. Deed veel aan toneel, zat tijdens de middelbare school in bandjes. Zijn aparte kleding verzon hij allemaal zelf. Hij tekende een patroon en vroeg aan zijn moeder of ze het wilde maken.

Eén jaar deed hij hts-houtbouw, maar dat was hem niet creatief genoeg. Na twee afwijzingen van de academie in Kampen en Arnhem werd hij aangenomen op de kunstacademie in Utrecht. Daar was hij een veelbelovende student. Hij studeerde in 1995 af in de richting grafische vormgeving. Na zijn afstuderen reisde hij de hele wereld rond. Gewoon met een tentje en zijn gitaar trok hij eropuit, speelde zijn eigen nummers en liedjes van Elvis Presley, zijn grote held.

Utrecht vond hij maar niks, Amsterdam was hem alles. Daarom verhuisde hij in 1996 naar een legaal kraakpand 'de Elf' in Amsterdam. Een gemeenschap van kunstenaars zou het worden, waar Fred gelijkgestemden hoopte te vinden. Hij speelde er in een redelijk succesvolle band, waarmee hij ook nog heeft getoerd. Toch bracht de idealistische Elf hem geen voldoening. Na een paar heftige jaren trok hij zich teleurgesteld terug. Hij ging in Amsterdam-Noord samenwonen met zijn vriendin Gretchen, die hij ook in het kraakpand had leren kennen.

Gretchen was 24 toen ze Fred ontmoette. Zij kwam net van de universiteit in Amerika en was benieuwd naar Amsterdam. De wereld stond voor haar even stil toen ze hem zag. Meteen werd ze verliefd. Zijn twinkelende ondeugende blik, zijn ene oog bruin, het andere groen. Hij was haar eerste liefde. Ze was nogal een piekeraar in die tijd. Maar door Fred zag ze de leuke kant van het leven, hij bracht haar in balans.

Toen ze elkaar koud vier dagen kenden, gingen ze liftend naar Turkije. Ze wandelden wat rond en spraken heel veel mensen. Ze werden uitgenodigd bij mensen thuis om te eten, gewoon, omdat Fred altijd zo vriendelijk en open was. Zij wilde eigenlijk graag naar musea om de cultuur van een ander land te leren kennen, Fred vond dat onzin. Op straat, daar was het echte leven, daar leerde je de cultuur kennen, als je samen een lied zong of een biertje dronk.

Ze maakten veel fietstochten. Naar Limburg, Zeeland en ook naar Luxemburg. Die tochten vond ze fantastisch. Hij was superfit en sportief en kon gemakkelijk zo'n fysieke inspanning aan. Maar zij was doodmoe toen ze via een omweg eindelijk in Rotterdam aankwamen. Hij riep haar toe dat ze er bijna was, pakte haar hand en trok haar de hele weg over de Erasmusbrug heen.

Fred was een romanticus, een moderne Don Quichot. Zijn bijzondere oog voor detail, maar ook zijn levensstijl had alle trekken van een soort romantische vrijheid die maar weinigen gegeven is. Nergens aan gebonden willen zijn, een bohémienachtig bestaan zonder verplichtingen. Living on the edge.

Hij liet Gretchen Amsterdam zien, waar hij geboren was, in Amsterdam-Zuid. Bij elk straatje had hij wel een apart verhaal. Ze zaten in het park en dronken wijn, ze poolden in het café. Vaak ging hij er ook alleen op uit. Op zijn fiets de stad in, met de videocamera in de hand. Dan filmde hij alles wat hij zag en wat hem opviel. Urenlange films maakte hij, rijen tapes vol kleine dingetjes en waarnemingen die geen enkel ander mens ooit zou doen.

Als hij thuiskwam van die fietstochten vertelde hij haar erover. Een mooie spin, een bijzondere zonsondergang, een detail uit een gebouw, dat soort dingen. Voor vrienden had hij steevast bijzondere persoonlijke cadeautjes die hij zelf maakte van de dingen die hij vond tijdens zijn tochten, of die hij ergens kocht op een rommelmarktje. Hij liet Gretchen de schoonheid van het leven zien. Ze hadden een tuin bij hun huisje in Noord. Daar kluste hij aan oude fietsen, die hij vervolgens weer verkocht. Ze plantten er groenten en bloemen..

Regelmatig zei Fred doodsbang te zijn voor de saaiheid van zijn leven. Want ja, hij leidde een heel normaal leven eigenlijk. Zijn vriend Gijs de Mol van Otterloo kwam vaak over de vloer. Gijs werd ook een goede vriend van Gretchen. Wanneer ze van hun werk thuiskwamen, kookte Gijs een viergangendiner en aten ze gedrieën, maakten Gijs en Fred muziek of gingen ze met z'n drieën op stap.

Natuurlijk waren er de uitspattingen van te veel drank of te laat uitgaan. Maar dat kwam en ging in perioden. En natuurlijk was Fred niet normaal, zoals ieder ander. Nee, hij was heel speciaal, zo iemand had Gretchen nog nooit ontmoet. Hij was zoekend, dat wel.

Ze had het idee dat anderen Gijs en Fred een wildheid toedichtten die niet geheel naar werkelijkheid was. Gefrustreerd was Fred ook, omdat hij nog niet dat ene ding in zijn leven gevonden had waar hij echt voor ging.

Continu was daar die innerlijke strijd. Angst voor een gesetteld leven, maar tegelijkertijd zo snel mogelijk zo veel mogelijk kinderen willen. Gretchen was gestopt met de pil. Precies een jaar geleden had ze een droom gehad waarin ze een dochtertje kregen dat Simone Josephine heette. Toen vertelden ze dat lachend aan vrienden, maar ondertussen wilden ze het allebei erg graag.

Toch had Gretchen behoefte aan een break, wat tijd voor zichzelf. Fred en zij hadden problemen gehad en ze wilde naar haar ouders om na te denken. Niet dat ze ooit lang boos op hem bleef, wanneer ze elkaar zagen, smolt haar woede weg.

Op 8 december, de laatste dag voor haar vertrek naar Amerika, hebben ze de hele nacht gepraat over hun toekomst samen. Ze vrijden en hadden een romantische avond. De volgende dag bracht hij haar naar het vliegveld. Nog even was er de twijfel, kon hij niet toch ook mee? Ze dacht dat het beter was van niet. In een brief die hij haar later schreef, zei hij zolang gewacht te hebben tot haar vliegtuig in de wolken verdween. Ze belden elkaar zes keer tijdens haar afwezigheid. Hij had zin om gewoon het vliegtuig te pakken, zei hij. Weer heeft ze het hem ontraden. Ze zouden elkaar toch 3 januari weer zien?

De laatste keer dat ze Fred sprak en in totale paniek vertelde dat ze zwanger was - op 29 december, de avond van de moord - stelde hij haar gerust. Zij was ontredderd en vroeg hem hoe dat toch moest; met geld, haar studie en was hij wel klaar voor een gezin? Maar hij zei dat ze er wel uit zouden komen. Dat ze kennelijk bestemd waren voor elkaar. En dat hij Josephine eigenlijk wel een mooie naam vond, want hij hoorde het nummer van Chris Rea een paar keer voorbijkomen op de radio. De volgende dag zou hij haar bellen. Ze hing op en zei tegen haar ouders dat het allemaal wel goed zou komen.

Maar hij belde niet. Gretchen belde hem wel, elke dag, ook Gijs probeerde ze. Bij beiden kreeg ze steeds de voicemail. Haar emoties gingen van wanhopig naar ronduit pissig. Waarom belde hij haar niet? Was hij toch bang voor het vaderschap? Liep hij bij haar weg? In ieder geval zou hij haar komen halen van het vliegveld, dat had hij beloofd. In het vliegtuig deed ze nog snel haar rode lipstick op en kamde haar haren. Ze was een beetje zenuwachtig hem te zien. Maar toen ze door de gate kwam, zag ze haar vriendin staan. En politie.

Ze stortte in. Geloofde het niet. Ze heeft hem gezien in de kist, dus het was waar. Vol met vragen zat ze. Fred en Gijs waren geen criminelen, dat had ze toch moeten merken? Ze waren juist veel te goed voor deze wereld. Toen ze thuiskwam, bleek de deur opengebroken door de politie. In de woonkamer lag de atlas nog open, met de kaart van Azië voor. Nog één laatste reis had hij gezegd. Ze luisterde zijn mobiele telefoon af: haar eigen berichten, maar ook die van zijn nichtjes die hem gelukkig nieuwjaar wensten, zijn moeder, vrienden die hem vroegen wat hij met oud en nieuw ging doen.

Alles zocht ze na. Rekeningafschriften, brieven, maar vond niks bijzonders. Gewoon, de Albert Heijn, een paar keer 40 euro pinnen. Niets raars. Maar het zat haar niet lekker. Waarom was de deur van het souterrain van het hotel open? Waarom leefde de portier nog? Waarom om half zes een hotel beroven, terwijl er dan nauwelijks geld in de kas zit? Waarom zijn twee gespierde sterke mannen, zomaar allebei doodgestoken?

Was ze maar niet naar Amerika gegaan. Had ze maar één dag gehad om met hem de zwangerschap te delen. Hoe moest het nu met haar? Ze durfde niet meer in de woonkamer te komen, omdat ze daar pas nog samen gedanst hadden. At in de keuken en ging in bed Freds favoriete James Bond-films kijken. Deed of hij naast haar lag. Ze hoopte dat haar kind op dezelfde bijzondere manier naar de wereld zou gaan kijken als Fred. Maar wat moest ze het vertellen? Dat de wereld mooi was, terwijl zijn vader is vermoord? Pas sprak ze de politie. Ze vroeg hen of ze alsjeblieft Freds fiets wilden thuisbrengen. Ze werd ziek van het idee dat deze nog steeds op slot voor het hotel stond.

Terwijl de politie met een team van tien rechercheurs doorgaat met het onderzoeken van de zaak, zijn de beide families, De Mol van Otterloo en Hoekstra, de wanhoop nabij. Martha en Berend Hoekstra krijgen slachtofferhulp. Martha kan het idee nauwelijks verdragen dat zij op 31 december gewoon oliebollen stond te bakken voor de korfbalvereniging, terwijl haar zoon allang dood was. Dat ze insprak op zijn voicemail: een goed uiteinde en een goed begin gewenst, Fred. Dat hij alle steden afreisde en uitgerekend in zijn eigen geliefde Amsterdam is omgebracht. Dat ze waarschijnlijk nooit meer zomaar, zorgeloos, oliebollen zal bakken.

Meer over