Verguisd en opnieuw bewonderd

Bjarne Riis won als eerste Deense renner de Ronde van Frankrijk. Maar toen zijn naam in verband met doping werd gebracht viel iedereen over hem heen....

door Bart Jungmann en Marcel van Lieshout

ZIJN GEDACHTEN en gevoelens houdt Bjarne Riis het liefst verborgen op de plaats van oorsprong. Het is aanvankelijk gissen naar wat er allemaal in het hoofd en hart huist, de mond laat dat maar moeizaam los. De ogen verraden achterdocht.

Ex-wielrenner Bjarne Riis (37) komt van Jutland en bewoners van dat eiland geven niks weg, heet het in Denemarken. Dat Riis aanvankelijk huiverig is in het weggeven van wat hij vindt en voelt heeft vermoedelijk een veel minder prozaïsche oorzaak.

Bjarne Riis won in 1996 de Tour de France, zijn terugkeer naar Denemarken leidde tot een volksfeest, de Deense media sloten hem liefdevol in de armen. Twee jaar nadien werd hij door de media volledig afgebrand.

Weer keerde Riis op de voorpagina's van de kranten terug en werden er hele documentaires aan hem gewijd maar nu niet gevuld met loftuitingen. Van de volksheld die Miquel Indurain van de troon stootte werd hij plotseling monsieur soixante pourcent (Willy Voet over de hematocrietwaarde van Riis) die jaren achtereen vals spel zou hebben gespeeld.

'Het doet nog steeds pijn', wijst hij op het hart.

Praten met de inquisiteurs van toen moet hij nu wel: terug in de Tour - Riis stapte in 1999 van de fiets - is hij manager van de Deense CSC-Tiscali-ploeg. Die ploeg doet het verbluffend goed met twee etappezeges en de bolletjes trui van Laurent Jalabert en ereplaatsen voor Nicki Sörensen en Jacob Pill.

Waar iets te vieren valt duiken journalisten op. Als hoogste in rang kan Riis tegenover hen niet zwijgen.

'Ik praat met ze omdat ik kan vergeten, maar ik kan het ze niet vergeven. Ik heb heel veel verdriet gehad. Maar ik voel me nu sterk en kan de voorwaarden stellen. Als ze over de streep gaan is het meteen afgelopen. Ik verlang respect.'

Het is een kwestie van levenservaring, verklaart Riis zijn toegenomen weerbaarheid. Dat hij zijn dreigende woorden waar maakt, ervoer een Duitse televisieploeg deze week. De camera draaide nog maar net toen de verslaggever Riis een zogenaamd officieel doktersverslag overhandigde waarin te lezen stond dat Riis jaren geleden een hematocrietwaarde van 56,5 (50 is toegestaan) zou hebben gehad.

Het interview was onmiddellijk afgelopen. 'Of ze dat nog hebben uitgezonden? Ik weet het niet, het interesseert me niets.'

Op het document stond overigens de naam van ene Rijs in plaats van Riis.

'Wie van u drieën is Bjarne Riis?', vraagt een Australische wielerenthousiasteling. Aan het tafeltje in de lobby van het hotel in Schiltigheim (Noord-Straatsburg) steekt een gesoigneerde man zijn vinger op. De Australiër krijgt een handtekening. De fan kijkt Riis nog eens onderzoekend aan en moet nu toch ook tot de conclusie komen dat de tijd geen vat heeft gehad op deze kalende man met het bruine hoofd.

Hij verzorgt zichzelf goed, bevestigt Riis. Fietsen is er nog maar weinig bij, maar hardlopen doet hij regelmatig. Thuis, in het Italiaanse Lucca, zijn sport en gezondheid dagelijkse gespreksthema's. Sinds zijn scheiding woont hij samen met Anne-Dorte Tanderup, een ex-handbalster die tot de beste verdedigsters ter wereld werd gerekend.

Thuis was ook Herning op Jutland waar Riis nog wel een paar keer per jaar aanlegt. Thuis was Luxemburg waar hij tijdens zijn wielercarrière woonde. Hij spreekt vijf talen vloeiend. In het Engels laat hij weten dat hij zichzelf als 'een vagebond' beschouwt en als een man van de wereld.

Het mondiale klinkt ook door in de samenstelling van zijn wielerploeg in de Tour de France. Met twee Fransen, twee Spanjaarden en vijf Denen neemt CSC-Tiscali aan de ronde deel. Als de Nederlander Tristan Hoffman blessureleed bespaard was gebleven zou er in de Tourploeg ook een plaatsje voor hem zijn ingeruimd.

Kort voor de Tour ondernam Riis nog een serieuze (vergeefse) poging om een Italiaan van naam en faam te contracteren met het oog op de Tour. Twaalfvoudig etappewinnaar Mario Cipollini is een kennis van Riis, ze komen elkaar vaak in de heuvels van Lucca tegen. Cipollini's ploeg werd niet tot de Tour toegelaten.

Riis' ploeg wel, dankzij een wild-card. In de wielerwereld werd daar schande van gesproken. De Deense ploeg zou een voorkeursbehandeling hebben gekregen omdat CSC nu een rol speelt in de Tour en omdat co-sponsor Tiscali (nam World Online over) vanaf volgend seizoen een officiële geldschieter van de Tour zelf zegt te worden.

Ook zonder de tussentijdse overkomst van Cipollini gaat het CSC-Tiscali goed af in de Tour. Dat kopman Laurent Jalabert het uitstekend doet (twee etappezeges, winnaar van het bergklassement) dankt hij mede aan de inbreng van Riis, zegt de laatste. 'Ik bepaal voor alle renners de trainings- en wedstrijdprogramma's en hun rustperiodes. Dat is de sleutel tot ons succes.'

De honger is nog lang niet gestild, de ambities zijn groot. Met ingang van volgend seizoen doet de ploeg van Riis een serieuze poging om zich onder de topploegen van de wereld te scharen. CSC (Amerikaans IT-bedrijf met vijf Europese vestigingen) verdubbelt het budget en dat gaat ook de co-sponsor doen. 'Zes miljoen dollar hebben we volgend seizoen ter beschikking, iets meer dan Rabo.'

De naam van de Nederlandse concurrent valt vaak in het gesprek met Riis. 'Toen ik stopte met wielrennen wist ik een jaar niet wat ik wilde doen. Daarna ben ik begonnen met het trainen van jonge Deense renners. Mij staat een aanpak als bij Rabo voor ogen: een ploeg van louter Deense renners van onder de 23.'

Maar als hij zou moeten kiezen tussen een rol als opleider ('De jeugd heeft te veel afleiding') of als manager van een grote, internationale topploeg, dan wordt het dat laatste. Riis denkt in het groot. Net als directeur Asger Jensby van de Scandinavische CSC-divisie.

JENSBY liet op Alpe d'Huez een immense tent neerzetten waar Deense supporters gratis aan het bier konden. Jensby praat aldus: 'Is Ullrich aan het einde van zijn contract? Die gaan we kopen!'

Riis heeft er al één in huis ('Jalabert past perfect in het team. Is met iedereen bevriend en heel serieus') maar zou graag met nog meer topcoureurs willen werken. Al was het maar omdat toppers nog beter kunnen worden. Dat bewijzen mijn gecomputeriseerde trainingsprogramma's, stelt Riis vast. 'Ullrich mist de demarrage. Natuurlijk kan hij die nog aanleren. Dat is een kwestie van andere programma's.'

Met oud-ploeggenoot Ullrich heeft Riis nog regelmatig contact. De toen debuterende Ullrich was in 1996 de superknecht die een forse bijdrage leverde aan Riis' Tourzege. Een jaar later waren de rollen omgekeerd. Weer twee jaar later reed Ullrich de Tour niet.

'Hij was toen erg down en heeft mij in Italië opgezocht. Ik heb geprobeerd hem wat op te monteren.' Voor Jan Ullrich heeft hij een zwak. Daags voordat de Alpenritten beginnen houdt Riis de vinger gekruist voor de Duitser: 'Hij is de talentvolste, Lance de slimste. En wielrennen hangt van slimmigheidjes aan elkaar.' Daags voordat Parijs is bereikt concludeert hij in Montluçon: 'Jan heeft niets fout gedaan. Hij moet anders gaan trainen en anders gaan rusten. Dat is een kwestie van programma's.'

Wielrennen is een 'geweldige sport', vindt Riis. Als hij over de sport mag praten dan wil het gebeuren dat hij zomaar enkele minuten aan het woord is. Levendig beschrijft hij de etappe naar Verdun, het eerste succes voor Jalabert en de ploeg.

Vijftig man waren weg en wij ontbraken, vertelt Riis. We lagen twee minuten achter. Als je nog iets wilt bereiken dan moet het nú gebeuren, verordonneerde hij vanuit de auto. Zijn renners gingen vervolgens vreselijk tekeer in die winderige etappe. 'We reden tegen ONCE, US Postal en Telekom maar we kregen ze te pakken. Jalabert was zo boos dat hij meteen wegsprong. En hij won.'

Schitterende sport, lachen de ogen van Riis. 'Daarom heb ik er zoveel voor over. De ambiance alleen is voor mij niet genoeg. Ik moet invloed hebben, ik moet doelen hebben.'

Fietsen ging Bjarne vanwege vader en bij vader thuis is nu het 'museum'. Vanaf zijn zevende tot zijn vijftiende won hij zoveel wedstrijden dat een bokaal hem uiteindelijk niets meer zei. In zijn huis in Lucca herinnert helemaal niets aan de wielersport, alles staat bij vader.

De herinneringen huizen in het hoofd en hart en dat is genoeg, vindt Riis. Nee, hij heeft geen zin die met anderen te delen. Het hoofd en hart zijn privé. In het hoofd zit ook dat befaamde moment uit de Tour van 1997 toen hij op de voorlaatste dag zijn peperdure tijdritfiets in een weiland nabij Euro Disney smeet.

Dat was toch een uiting van woede over falende techniek? 'Nee'. Dat was misschien een emotionele uiting nu de wisseling van de wacht (voormalig knecht Ullrich nam het roer over) daar was? 'Nee'. Er was wel iets, geeft hij toe. Zit in het hoofd en blijft daar.

HERINNERINGEN ophalen doet hij domweg niet graag. Begin jaren negentig was Riis lid van de befaamde Italiaanse Gewiss-ploeg die plotseling van alles en nog wat won. 'Klopt', zegt hij. Die ploeg stond later te boek als degene die als eerste EPO gebruikte. 'Tsja', mompelt hij.

Iets openhartiger vertelt Riis over zijn eertijdse ervaringen met de Italiaanse sportarts Ferrari, de man die over twee maanden terecht staat wegens overtreding van de Dopingwet en de man onder wiens begeleiding Lance Armstrong een aanval wil doen op het werelduurrecord.

'Ik heb maar heel kort met Ferrari gewerkt. Een maand of twee.' Dat die periode zo kort was kwam omdat Ferrari Riis als 'een nummer' zag. 'Ik was geen topper dus veel interesse had hij niet in me. Dan ga ik naar een andere arts. Ik heb warmte nodig, het gevoel dat iemand werkelijk belangstelling voor je heeft.'

Of Ferrari een goede of slechte arts is, kan hij derhalve niet zeggen. Evenmin heeft hij een oordeel over de keuze van Armstrong om uitgerekend met deze omstreden arts in zee te gaan. Wel vindt hij het verstandig dat de aanstaande Tourwinnaar voor specifieke begeleiding kiest. 'Het werelduurrecord aanvallen vereist speciale voorbereiding.' Inderdaad, daar zijn 'programma's' voor.

Dat anderen in de wielersport wel een mening hebben over mensen die ze niet kennen, mensen met wie ze niet hebben samengewerkt, dat irriteert hem onnoemelijk. Riis dankt zijn weinig flatteuze bijnaam monsieur soixante pourcent aan oud-soigneur Willy Voet, de man bij wie het grootste dopingschandaal uit de wielergeschiedenis (Festina-affaire van 1998) begon.

'Ik ken Voet niet, hij heeft nooit met mij gewerkt. Wat moet ik daar nou mee?'

Nooit is Riis betrapt op doping, laat staan veroordeeld. Hij wijst maar weer eens op het hoofd en het hart en zegt dat het daar schoon is. Er verschijnt een glimlach op zijn lippen.

Er wordt zo ongelooflijk veel nonsens gedebiteerd in de wielersport, zegt Riis en één beroepsgroep blinkt daarin wel uit: de journalistiek. 'Als je weet welke renners wij al zouden hebben gecontracteerd volgens de kranten. Of welke renners we gaan ontslaan. Ik lees namen van renners die ik niet eens ken.'

Onwaar is voorts dit verhaal: afgelopen maandag, op de rustdag, zou Riis weer eens op de fiets zijn geklommen en samen met zijn renners enkele tientallen kilometers hebben getraind waarbij alle!, ja alle! renners Riis moesten laten gaan bij het enige beklimminkje.

'Niet waar', zegt de manager.

'Okay, ik heb met ze gefietst', geeft de oud-renner toe.

'Néééé...', grijnst Riis als hij hoort dat Laurent Jalabert het zelf gezegd zou hebben.

Zijn hoofd is te bruin om nog een andere kleur te krijgen.

Meer over