VERENIGDE NATIES

HET WAS een samenloop van omstandigheden vol symboliek. Op hetzelfde moment dat in New York de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties het zittingsjaar 1999-2000 opende, gingen aan de andere kant van de wereld de eerste Australische soldaten van de VN-vredesmacht aan wal in Oost-Timor....

Niet eerder in de VN-assemblee werd zo expliciet geconstateerd - en door velen toegejuicht - dat de soevereiniteit van staten steeds minder heilig wordt. Diverse gebeurtenissen het afgelopen jaar droegen aan die ontwikkeling bij. In Rome werden 120 staten het eens over het statuut van het Internationaal Strafhof - een 'spectaculaire stap in de ontwikkeling van het internationaal recht' (de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer). De aanhouding van generaal Pinochet bewees dat schenders van mensenrechten ook nu al aangepakt kunnen worden.

Maar het belangrijkst was ongetwijfeld de Kosovo-oorlog. Niet alleen besloot de NAVO zich gewapend te mengen in een binnenlands conflict, zij deed dat bovendien buiten de Veiligheidsraad om. Vooral dat laatste dwong de betrokken regeringen (meer dan bij eerdere interventies, toen een simpele verwijzing naar het VN-stempel volstond) zich goed te bezinnen op de rechtmatigheid van hun optreden.

Dat klonk door in New York. Volgens Fischer betekende Kosovo 'een keerpunt': niet-inmenging mag niet langer dienen als schild voor moordenaars. Maar ook markeerde het volgens hem een verandering in de internationale politiek die kwalijke gevolgen kan hebben. Er kan een praktijk groeien van humanitaire interventies buiten het VN-systeem.

Joschka Fischer zou daar niet blij mee zijn. Het uitzonderlijke geval Kosovo, zei hij, 'mag geen precedent zijn voor het verzwakken van het monopolie van de Veiligheidsraad op het goedkeuren van het gebruik van internationaal geweld'. Dat zou de wereld 'terugbrengen naar de negentiende eeuw'. Er is geen alternatief voor verdere versterking van het VN-stelsel, aldus de minister. Jospin (Frankrijk) kwam tot dezelfde conclusie, en zelfs de Amerikaanse president Clinton deed zijn uiterste de Kosovo-interventie met terugwerkende kracht onder de VN-paraplu te brengen.

Blijkbaar schrikken de westerse regeringen ervoor terug hun uitgangspunt in Kosovo - mensenrechten kunnen zwaarder wegen dan het Handvest van de Verenigde Naties - te verheffen tot internationale gedragsregel of tot regulier NAVO-beleid.

Het was secretaris-generaal Kofi Annan die harder dan wie ook het tekortschieten van de VN aan de kaak stelde, en helder de dilemma's van humanitaire interventie schilderde.

Stel eens, zo hield Kofi Annan degenen voor die sterk hechten aan het gezag van de Veiligheidsraad, dat in Rwanda een coalitie van staten bereid was geweest de massamoorden te stoppen, had die coalitie dan werkeloos moeten toezien indien een lid van de Veiligheidsraad zijn veto had uitgesproken? (Een nogal wrang als-scenario: de wereld kéék werkeloos toe, en de regering-Clinton weigerde zelfs de moord op 500 duizend tot een miljoen Tutsi's 'genocide' te noemen, omdat ze dan misschien iets had moeten doen).

Aan degenen die de Kosovo-oorlog toejuichten als begin van een tijdperk waarin staten militaire actie kunnen ondernemen buiten de Veiligheidsraad om, vroeg Annan: 'Bestaat niet het gevaar dat zulke interventies gevaarlijke precedenten scheppen en het imperfecte, maar veerkrachtige veiligheidssysteem ondermijnen dat na de Tweede Wereldoorlog werd gecreëerd?'

Hoezeer hij ook onderstreepte dat de wereld niet afzijdig mag blijven bij grootschalige schendingen van de mensenrechten, aan het slot van zijn rede leek Kofi Annan toch een keuze te maken in zijn dilemma: 'Interventie moet gebaseerd zijn op legitieme en universele principes, wil het de duurzame steun krijgen van de volkeren.'

Waarmee de secretaris-generaal bleef in hetzelfde VN-getrouwe kamp waar hij de daaropvolgende dagen onder andere ook de ministers Fischer, Jospin en Van Aartsen mocht begroeten. Gewapende interventie is, na een lente-avontuurtje in Pristina, weer helemaal terug: in hoofdstuk VII van het VN-Handvest.

Meer over