Column

'Verdwenen lijkt Obama's ambitie om vorm te geven aan de internationale orde'

Het buitenlandse beleid van Obama omschreef hij zelf als: 'Don't do stupid shit'. Opmerkelijk, schrijft Paul Brill, omdat het zo ver afstaat van de verheven teksten die hij voorheen placht voor te dragen.

President Obama. Beeld afp
President Obama.Beeld afp

Het is bijna een traditie dat een Amerikaanse president tijdens een lange vliegreis met de Air Force One even zijn opwachting maakt bij de meereizende journalisten en met hen informeel een aantal lopende zaken bespreekt. Meestal gebeurt dat in een ontspannen sfeer, maar soms wil een president ook wel eens zijn gram halen.

Kennelijk was dat laatste het geval toen president Obama vorige maand naar Oost-Azië vloog en tijd uittrok voor een gesprek met de verslaggevers die hem vergezelden. Volgens meerdere bronnen toonde hij zich vooral geprikkeld door de kritiek op zijn buitenlandse politiek, die hapsnap zou zijn en een helder concept mist.

'Don't do stupid shit'
Onterechte kritiek, meende de president, want er is wel degelijk een concept. In zijn eigen woorden (die ik ontleen aan een artikel in Foreign Policy): 'Don't do stupid shit.' Na het gesprek liep hij terug naar zijn eigen compartiment, maar zou hij zich nog een keer hebben omgedraaid en op schoolmeestertoon hebben gevraagd wat ook alweer de leidraad van zijn buitenlandse politiek was. Waarop het verzamelde journaille lachend zou hebben gescandeerd: 'Don't do stupid shit'.

Ervoor waken dat je in de stront trapt - ach, dat is nog niet zo'n slecht motto, en helemaal niet als je de behendigheid toont om inderdaad te vermijden dat je voortdurend met vuiligheid aan je schoenen rondloopt. Het vervelende is: aan die behendigheid heeft het de regering-Obama te vaak ontbroken. Er valt nog wel vol te houden dat er in de buitenlandse politiek geen kapitale blunders zijn gemaakt. Niet in de laatste plaats omdat deze president wars is van stoutmoedige acties (de missie om Osama bin Laden uit te schakelen is de uitzondering).

Maar er is wel een aantal pijnlijke misrekeningen gemaakt, variërend van de enorme maar helaas vruchteloze energie die is gestoken in het herstarten van het Israëlisch-Palestijns vredesproces tot en met de mateloze vrijheid die de NSA bij haar afluisterpraktijken heeft gekregen. En in drie cruciale conflictsituaties - de machtswisseling in Egypte, de burgeroorlog in Syrië en de Russisch-Oekraïense confrontatie - is het Witte Huis tot weinig meer in staat gebleken dan het cirkelen rond voldongen feiten. Met aanzienlijk prestigeverlies als resultaat.

Obama Beeld afp
ObamaBeeld afp

'Onmisbare natie'
Wat Obama's ontboezeming aan boord van Air Force One extra opmerkelijk maakt, is dat ze zo ver afstaat van de verheven teksten die hij voorheen placht voor te dragen. Weg zijn de nieuwe vergezichten, weg is de audacity of hope, de vermetelheid van de hoop, die hij als aanstormend politicus proclameerde.

Meer nog: verdwenen lijkt de ambitie om als leidende mogendheid - of als 'onmisbare natie', zoals de vroegere minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright en in haar spoor president Clinton het noemden - liberaal-democratische waarden te pousseren en vorm te geven aan de internationale orde. Een ambitie die eigenlijk alle presidenten sinds de Tweede Wereldoorlog linksom of rechtsom hebben uitgedragen en die Amerika's bondgenoten en zelfs sommige tegenstanders ook eigenlijk van Washington verwachtten, alle periodieke wrevel over de Amerikaanse machtsuitoefening ten spijt.

Ik schrijf 'verdwenen lijkt', want niet alle pijlen wijzen dezelfde kant uit. Kenmerkend voor Obama's buitenlandse politiek is dat er maar moeilijk een patroon in valt te ontdekken, schrijft de gezaghebbende Duitse commentator Josef Joffe in The American Interest. Er kan nauwelijks een etiket op worden geplakt: 'Het is interventionisme noch isolationisme, idealisme noch realisme, engagement noch afzijdigheid.'

Bescheidener rol
Bij veel stappen is halve kracht het devies. De in 2012 afgekondigde pivot to East-Asia is alweer behoorlijk gerelativeerd, omdat andere delen van de wereld zich ondergewaardeerd kunnen voelen en het Witte Huis de indruk wil vermijden dat indamming van China het ware strategische oogmerk is.

Recent voorbeeld: in Warschau maakte Obama deze week bekend dat een miljard dollar zal worden uitgetrokken voor versterking van de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Europa, maar over de door Polen bepleite vestiging van een NAVO-basis in het land zweeg hij, want dit zou door Rusland wel eens als een 'provocatie' kunnen worden gezien (iets waaraan de Russen zich, zoals bekend, nimmer schuldig maken).

Staat Obama een blijvend bescheidener rol van de Verenigde Staten op het wereldtoneel voor ogen? Of probeert hij slechts het beste te maken van het feit dat de meeste Amerikanen de lasten van hun internationale bemoeienissen beu zijn? Een stellig antwoord is er niet. Maar de onzekerheid grijpt wel om zich heen. Buitenland-experts spreken meewarig over 'America's incredible shrinking foreign policy'.

Alom wordt gespeculeerd over een kentering in de machtsverhoudingen. Met als enige zekerheid dat de mondiale stabiliteit er niet op vooruit zal gaan als de Amerikanen met strategisch verlof gaan. Idem dito het democratisch gehalte van de wereld.

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant
Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Meer over