Verdwaald in Europa

Zwak in Geert Maks veelgeprezen Eeuw van mijn vader waren vooral de passages waarin hij z'n kroniek onderbrak om de lezer te trakteren op lesjes geschiedenis....

Wat op den duur aan die uitweidingen ging hinderen, was het feit dat ze de vaart uit het familieverhaal haalden, terwijl daarin nou juist de charme en de kracht van het boek scholen: dat er op een aangename, heel dichtbije en ook nog geslaagde manier geprobeerd was de geschiedenis te personaliseren. Dat de chroniqueur intussen ook nog ijverig Hobsbawn, Davies, Kossmann en Lou de Jong plus een indrukwekkende hoeveelheid monografiehad geraadpleegd, was voor zijn achtergrondinformatie misschien van belang geweest, maar ik wilde daar eigenlijk niet mee worden lastiggevallen.

Wie dat in de 'Eeuw' al een probleem vond, zal de grootst mogelijke moeite hebben om zich heen te worstelen door de ruim twaalfhonderd bladzijden van Maks nieuwste boek, dat In Europa heet.

De voorproefjes die daarvan in het millenniumjaar 2000 dagelijks stonden afgedrukt op de voorpagina van NRC Handelsblad, waren veelbelovend genoeg. Mak bleek een jaar tevoren tot in alle hoeken en gaten heel Europa te hebben afgereisd om in vrediger dagen met eigen ogen nog eens terug te kijken naar al die 'schuldige' steden, dorpen en landschappen die om zo te zeggen, van Verdun tot Vukovar, het label droegen van de gewelddadige 20ste eeuw.

Een benijdenswaardig verslaggeversidee.

Dat m'n aandacht voor de stukjes na een paar maanden verslapte, schreef ik toen toe aan de omstandigheid dat ze niet binnen visie bij elkaar opgeteld wilden raken maar dat wordt vast ook veroorzaakt, dacht ik, doordat er tussen elke twee afleveringen nou eenmaal die tijdsbreuk zit van 24 uur. En als er een boek van kwam, beloofde ik mezelf, zou ik het meteen kopen.

De korte, entrefilet-achtige minireportages telden telkens misschien vierhonderd woorden, en er zullen in de loop van het jaar zo'n 250 afleveringen van zijn verschenen genoeg dus voor een stevig werk van honderdduizend woorden.

Maar In Europa is vier ijf maal zo dik.

Dat kan verklaard of 'verontschuldigd' worden door Maks verlangen om bijvoorbeeld interviews met interessante gesprekspartners, die te lang waren voor het dagelijkse voorpaginakolommetje, alsnog integraal te publiceren. Maar als je goed kijkt, zit de oorzaak van de reusachtige uitdijing bovenal in Maks behoefte om, net als in de 'Eeuw', de hele geschiedenis, ditmaal aan de hand van minstens tien standaardwerken en nog een kleine vijfhonderd deelstudies, in z'n eigen woorden na te vertellen.

Waarom in godsnaam?

Die vraag komt natuurlijk pas op als je hebt moeten vaststellen dat de navertelling op geen enkele manier nieuw licht op de geschiedenis werpt. Mak houdt zich aan wat de canonieke boeken over de eeuw verkondigen hij waagt zich ook niet aan 'revisionistische', laat staan aan dissidente opvattingen over feiten en ontwikkelingen: de weergave is eigenlijk ontzettend braaf, van de eerste tot de laatste pagina geeft hij er blijk van zowel sociaal als cultureel en (dankzij een zacht progressieve glans) politiek helemaal correct te willen wezen.

Maar waarom en waartoe?

Waarom nog weer eens honderden woorden van Mak over de holocaust, terwijl we over een literatuur beschikken die niet overtroffen kan worden? Waarom nog weer eens een omslachtige uitleg van de affaire-Dreyfus, een visie op het bolsjewisme, een interpretatie van de Duitse revolutie van 1918 of een beeld van het 'Habsburgse' Wenen, terwijl we voor die onderwerpen de meest trefzekere alinea's onder handbereik hebben van H.L. Wesseling, Karel van het Reve, Sebastian Haffner en A.J.P. Taylor, aan wier analyses Mak niks heeft toe te voegen?

Soms moet je denken aan iemand die in het Rijksmuseum wekenlang als een kopiist tegenover de Nachtwacht is gaan zitten en elke knoop, elke degen en zelfs elke lichtval perfect heeft nageschilderd. Het lijkt als twee druppels water. Maar het is geen Rembrandt.

De vraag naar het waarom klemt des temeer omdat In Europa, anders dan de 'Eeuw', geen verhaalperspectief kent of je zou moeten zeggen dat de familiekroniek die in het vorige boek de spanning erin hield, is vervangen door de ikfiguur Mak, wiens reisavonturen we mogen meebeleven van Helsinki tot Anzio en van Belfast tot Wolgograd.

Maar het vervelende is dat die ikfiguur z'n sterkte te weten z'n grote journalistieke talent dat in het kleine Jorwerd van nu altijd honderdmaal meer tot z'n recht komt dan in het grote Europa van de vorige eeuw onderweg welbewust heeft 'uitgeschakeld' en dat hij me niet vertelt wat hij heeft meegemaakt, maar verslag doet van wat hij allemaal heeft gelezen.

Iedere keer raakt de reportage als het ware gesmoord in de hang naar geschiedschrijving. De aanwezigheid van het brilletje van Isaak Babel in een museum in Odessa wordt genotuleerd, en daar houdt het mee op. 'Barcelona is verwarrend als een slonzige vrouw met prachtige ogen', wordt een hoofdstuk over Spanje (en de burgeroorlog) literair ingezet. Maar meteen daarna neemt afgeleide sociologie de zaak over. De ikfiguur loopt in Berlijn langs het Landwehrkanaal (niet niks: hier werden de lijken van Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht ooit uit opgedrecht), maar je 'ziet' niks.

Hoe zonde: zoveel talent en zo ontzagwekkend veel investering in tijd, energie en geestelijke inspanning soms te zien verzanden in je reinste stoplapperigheid. Niet altijd natuurlijk het bloed kruipt waar het niet gaan kan, en zo nu en dan schittert er een memorabele metafoor door het onderwijzersproza. Of de vakman schrijft het resultaat op van een boeiend vraaggesprek: met Richard von Weiszer bijvoorbeeld, of met een jonge (inmiddels oude) Duitse stafofficier gedurende de laatste dagen van Berlijn, of zeer lezenswaard met Ruud Lubbers.

Mak ondernam het grootste deel van zijn enorme reis zoals gezegd in 1999, het jaar van Kosovo.

Hij laat de actualiteit van die laatste Europese 'oorlog' halverwege in z'n verslag toe, en zal er binnen de strikt aangehouden chronologie van z'n terugblik dus ook mee eindigen. Daar dient het als een opmaat tot een epiloog over het langzamerhand van al z'n rampen bekomen nieuwe Europa.

Dat Mak afgezien van een vage droom over een naar het model van het oude Habsburgse Rijk ingericht, vreedzaam Avondland niet zulke opzienbarende ideeblijkt te hebben over het te verenigen werelddeel, valt hem moeilijk kwalijk te nemen. Wie heeft ze wel?

Opvallend is dat in z'n boek de weg naar welk Europees ideaal dan ook, zo summier wordt beschreven, zeker als je het vergelijkt met de buitensporige nadruk op wat er allemaal v1945 is gepasseerd.

Als de Tweede Wereldoorlog met het proces van Neurenberg formeel is 'afgehandeld', zijn we bij Mak al op bladzijde 800, dat wil zeggen: de tweede helft van de eeuw krijgt 50 procent van de ruimte die de eerste heeft opget.

Haast plichtmatig volgen we de voorbereidingenen trage implementaties van de Europese eenwordingsverlangens, maar er zijn op z'n minst twee historische ontwikkelingen die in dit dikke boek vol historie bijna helemaal zijn verwaarloosd.

Vooreerst de gevolgen van de dekolonisatie: het einde van de overzeese 'supermacht' van Engeland, Frankrijk, Belgin Nederland. Algiers wordt even geschoren, maar dat is meer vanwege De Gaulle (Mak schrijft aupt heel erg een grotefigurengeschiedenis) dan vanwege het ontwaken van een zelfstandige derde wereld.

In de tweede plaats is er nauwelijks aandacht voor de ingrijpende veranderingen die miljoenen overwegend nietchristelijke gastarbeiders, vluchtelingen en asielzoekers in het beeld van het oude Europa teweeg hebben gebracht.

Je zou bijna denken dat Mak, aan het eind gekomen van zijn mega-project, geen adem, geen tijd en geen ruimte meer voor ze had.

Meer over