Verdrongen verleden

De Tweede Wereldoorlog de Grote Vaderlandse Oorlog overschaduwt in Rusland nog altijd de duistere periode die daaraan vooraf ging. De vondst van massagraven met resten van slachtoffers van de Stalinterreur heeft dat niet veranderd....

Door Corine de Vries

Ruim anderhalf jaar geleden ontdekte een groepje Russische onderzoekers en studenten menselijke botten in de bossen van het militair oefenterrein Rzjevski nabij het dorp Toksovo ten noorden van Sint Petersburg. Na een zomer woelen en graven hadden ze vijftig massagraven gelokaliseerd. Een kogel door het achterhoofd, van dichtbij afgeschoten, bedigde het leven van deze slachtoffers mannen, vrouwen en kinderen.

In een westerse democratie zou dit groot nieuws zijn. De regering zou een grootschalig onderzoek gelasten. Het leger zou op deze lugubere locatie niet langer schietoefeningen mogen houden. De beenderen zouden indien mogelijk worden gei¿dentificeerd. En na een tijdje zouden nabestaanden in het bos kunnen komen rouwen bij een monument.

Zo niet in Rusland. Hier maken de massagraven deel uit van een geschiedenis die de autoriteiten het liefst willen vergeten. Volgens mensenrechtenorganisatie Memorial liggen op het militaire terrein mogelijk dertigduizend slachtoffers van de politieke repressie onder Sovjetleider Josef Stalin eind jaren '30. 'Er zijn in Rusland heel weinig locaties van massagraven bekend. In de Sovjet-Unie was dit het best bewaarde staatsgeheim. En dat is het nu nog steeds', zegt Irina Flige, hoofd van de Memorial-afdeling in Sint Petersburg.

Want diep in de bossen bij Toksovo is de afgelopen anderhalf jaar helemaal niets gebeurd. Doffe knallen van tankgeschut verstoren de stilte. Tussen bosbessenstruiken ligt een granaathuls naast de omgewoelde aarde van een van de massagraven. Het afgelegen terrein is slechts in een jeep of op een mountainbike te bereiken. Twee bulldozers hebben grote happen genomen uit het zandweggetje waarover de onderzoekers vorig jaar nog probleemloos het bos inreden.

'Laten we nou toch eens ophouden met het wroeten in het verleden', zo zei de Russische president Vladimir Poetin vorig jaar tijdens een bezoek aan Duitsland. 'We moeten aan de toekomst werken zonder voortdurend om te kijken.' Niet lang daarna vergoelijkte Poetin in Polen de terreur onder Sovjet-leider Josef Stalin. 'Hij was een dictator, dat is waar. Maar we moeten niet vergeten dat onder zijn bewind Hitler is verslagen', sprak hij.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwamen in de Sovjet-Unie 25 miljoen inwoners om het leven. De heldhaftige kant van deze Grote Vaderlandse oorlog overschaduwt in Rusland echter nog altijd de duistere perioden uit de geschiedenis. De overwinningen van het Sovjet-leger op de Duitse troepen bij Stalingrad en Koersk waren immers de aanzet tot het ineenstorten van het nazi-rijk.

De Russische regering heeft zich nooit officieel van de politieke repressie onder Stalin gedistantieerd, medeplichtigen aan de vervolgingen zijn nooit berecht. De slachtoffers zijn nooit collectief betreurd. In de periode van de Grote Terreur onder Stalin verdwenen vijf miljoen Sovjet-burgers. Ze werden zonder proces gecuteerd of naar strafkampen in de Goelag gestuurd. Deze systematische vervolgingen richtten zich vooral op partijleiders, hoge militairen, intellectuelen, kunstenaars en boeren, maar trof ook vele gewone burgers.

De 87-jarige Natalja Rikova krijgt tranen in haar ogen als ze over de door de Russische media verzwegen vondst van de massagraven hoort. 'De autoriteiten proberen ons verleden uit te wissen, omdat ze zich er nog altijd voor schamen', zegt ze in haar kleine appartement in het centrum van Moskou. Zij kan het weten. In opdracht van Stalin zijn in 1938 haar beide ouders gecuteerd. Zelf werd ze op 22-jarige leeftijd voor twintig jaar naar de Siberische strafkampen verbannen. Haar vader was Aleksej Rikov, lid van het eerste politbureau van de communistische partij en Sovjet-premier van 1924 tot 1930. Volgens een decreet van Stalin uit 1938 waren familieleden van 'landverraders' medeplichtig.

Rikova's ouders liggen begraven in Spezobject Kommoenarka, een verwaarloosde sovchoz ten zuidoosten van Moskou, die in de jaren '30 en '40 eigendom was van Stalins geheime politie de NKVD. 'Ik ben er nog wel eens geweest, maar ik ga niet meer. Het is te vernederend. Overal ligt troep. Niemand weet waar mijn vader en moeder precies liggen, er is geen steen voor hen', zegt Rikova, een gebogen, gerimpelde vrouw met halflang grijs haar, felle grijsblauwe ogen en een opmerkelijk heldere geest.

'De autoriteiten wisten zich geen raad met het terrein. Daarom hebben ze het in 1999 aan de Russisch-orthodoxe kerk gegeven. Zodat ze hun handen verder in onschuld kunnen wassen. Ik vind dat beledigend, want bijna alle mensen die er liggen waren athei¿st. De kerk heeft er een houten herdenkingskruis neergezet. De rest van het terrein is nog altijd met hekken en prikkeldraad afgesloten.'

Aleksej Rikov is pas in 1988 gerehabiliteerd. Rikova maakt zich boos als ze terugdenkt aan de knullige manier waarop dat gebeurde. 'Ik hoorde het van een journalist die me om een reactievroeg. Een paar weken later kreeg ik een telefoontje van het hoofd van de regionale afdeling van de communistische partij. Hij deelde me mede dat mijn vader was gerehabiliteerd. Vervolgens verzocht hij me een document te komen tekenen waarin ik zou beloven dat ik de rehabilitatie strikt geheim zou houden. Ik was geschokt en ben niet langsgegaan. Het had immers al in alle kranten gestaan. En bovendien ben ik nooit partijlid geweest.'

Rikova kreeg een kleine financi vergoeding. Voor het in beslag nemen van haar vaders indrukwekkende bibliotheek (zijn enige bezit) en drie maanden salaris waar haar vader nog recht op had omdat hij ten onrechte was ontslagen. Daarna heeft ze nooit meer iets van de autoriteiten vernomen.

Ze haalt een vergeelde foto tevoorschijn van een politbureaubijeenkomst ergens in de jaren '20. Links tussen een groepje politici zit Stalin, in het midden achter de vergadertafel zit Lenin en schuin achter hem staat haar vader. 'Al deze mensen kende ik persoonlijk. Velen zijn door Stalin uitgemoord.'

Na een lange stilte vervolgt ze: 'Wat me nog het meest pijn doet, is dat mijn vader totaal is weggevaagd. Natuurlijk staat er wel iets in oude geschiedenisboeken, maar wie leest die nog? Niets in Rusland herinnert aan hem. Er is geen gedenkteken, zelfs geen grafsteen. Hij was een goed mens, een echte idealist. Onder zijn leiding zijn elektriciteitscentrales gebouwd die nu nog steeds functioneren. Maar de geschiedenis is niet belangrijk in Rusland. Ik denk niet dat de huidige machthebbers in staat zijn om iets positiefs te doen. Hoe kan je iets laten bloeien op een onvruchtbare bodem?'

Ook in het recente verleden zijn de Russen verbazingwekkend goed in staat om gruwelijkheden te negeren. Hoeveel slachtoffers er zijn gevallen bij de verloren oorlog in Afghanistan, begin jaren '80, is nog altijd een staatsgeheim. Bij de reddingsoperatie die in 2002 een einde maakte aan een driedaagse gijzeling in een Moskous theater kwamen 130 gijzelaars om als gevolg van het gifgas dat de speciale troepen gebruikten.

Een eis van enkele parlementari om onafhankelijke onderzoekers te laten analyseren wat er misging, kreeg geen meerderheid. De autoriteiten hoefden geen verantwoording af te leggen voor het feit dat alle veertig gijzelnemers werden doodgeschoten, terwijl sommigen geen explosieven droegen. De rebellen zijn, net als de slachtoffers van de politieke repressie in de jaren '30, in een anoniem graf begraven.

Hoeveel Russische soldaten er ook omkomen in hinderlagen en door landmijnen in Tsjetsjenipresident Poetin blijft onverminderd populair. Bij de presidentsverkiezingen in maart dit jaar kreeg hij meer dan 70 procent van de stemmen.

De Britse historica Catherine Merridale deed onderzoek naar dood en rouwverwerking in Rusland. Meer dan welk ander volk hebben de Russen de afgelopen honderd jaar te maken gehad met slachtoffers van oorlogen, hongersnoden, revoluties en vervolgingen. Met uitzondering van de Tweede Wereldoorlog zijn deze doden nooit betreurd, schrijft zij in haar boek Night of Stone -Death and memory in Russia. Niet omkijken, maar doorwerken, luidde het devies in de Sovjet-tijd. Deze cultuur van verzwijgen bestaat nog steeds. Voor mensen die nooit hebben leren rouwen, wier leven grotendeels door angst werd bepaald, is het volgens Merridale niet eenvoudig om te leren omgaan met dood, verdriet en trauma's.

De mensenrechtenorganisatie Memorial blijft strijden voor de erkenning van het verleden. 'Wij zijn een land met een lange totalitaire geschiedenis. Zolang we ons verleden blijven negeren en het niet proberen te begrijpen, zullen we nooit met onszelf in het reine komen', meent Flige van de afdeling in Sint Petersburg. 'Er bestaan in de wereld vele holocaustmusea. Rusland daarentegen heeft nog altijd geen prominent Goelag-museum. Er is er welgeteld , in een afgelegen Siberisch strafkamp op vijf uur rijden van Perm. Rusland heeft duizenden oorlogsmonumenten, maar geen enkel monument voor de slachtoffers van de politieke repressie.'

Flige zou graag zien dat er zo'n monument komt op de plaats van de massagraven in de bossen bij Toksovo. Maar telkens stuiten de onderzoekers op tegenwerking door de Russische geheime dienst FSB, de opvolger van de KGB, president Poetins oude werkgever. 'De FSB houdt met opzet de locatie van de massagraven verborgen. Dat maakt de huidige geheime dienst medeplichtig aan de misdaden tegen de menselijkheid gepleegd door haar voorganger', vindt Flige.

Vlak na de vondst van de massagraven, anderhalf jaar geleden, zei de FSB dat het waarschijnlijk botten waren van soldaten uit de Tweede Wereldoorlog. Maar uit een eerste forensisch onderzoek blijkt uit dat de beenderen waarschijnlijk ouder zijn. Bovendien zit in alle schedels een vergelijkbaar kogelgat, kenmerkend voor een Colt 45, de favoriete revolver van Stalins geheime politie NKVD.

Iedere keer als Memorial de FSB verzoekt om de KGB-archieven te mogen inzien, luidt het antwoord dat er geen documenten bestaan over massagraven. Volgens Flige is dat onmogelijk. 'De KGB was een bureaucratisch apparaat dat overal rapporten van maakte. Er moeten interne instructies zijn, gegevens over konvooien of bijvoorbeeld over fouten die er gemaakt zijn. Maar de FSB-archivarissen zijn vrijwel altijd ongemotiveerde en incapabele gepensioneerde KGB-officieren.'

Het liefst zou Memorial zien dat het terrein officieel wordt erkend als massagraf. 'Opgravingen en forensisch onderzoek zijn kostbaar en gecompliceerd. Wij kunnen dat niet met een handvol vrijwilligers', zegt Flige. De regionale procureur in Sint Petersburg verwees Memorial naar de federale procureur, die verwees naar de militaire procureur, die weer terugverwees naar de regionale procureur. De erkenning zou betekenen dat het leger het schietterrein niet langer mag gebruiken, wat de tegenwerking volgens Memorial mede verklaard.

Flige haalt haar schouders op. 'We hebben vijf jaar gezocht voordat we de graven vonden, op de erkenning kunnen we als het moet nog langer wachten.'De getuigenis van de 78-jarige David Pelgonin leidde uiteindelijk naar de exacte locatie van de graven. Hij woonde in de jaren '30 in een dorpje vlakbij het militaire oefenterrein. Volgens hem werden hier avond na avond vrachtwagens vol gevangenen het bos in gereden. De auto's hielden halt en doofden de lichten. 'Na enkele minuten stilte volgden de schoten', vertelt hij.

In 1936, Pelgonin was toen elf jaar, zag hij tijdens het bessenplukken een menselijk hoofd en been boven de aarde uitsteken. Hij vertelde zijn vader erover, die besloot verslag uit te brengen aan de wachters op het oefenterrein. De reactie was bars: 'Vertel het aan niemand en ga nooit terug naar die plek. Anders zul je op dezelfde manier aan je einde komen.'

In 1942 werden Pelgonin en zijn familie verbannen naar een strafkamp. Niet vanwege de lugubere vondst, maar omdat etnische Finnen als verraders werden gezien. Veertien jaar bracht Pelgonin door in de strafkampen. Net als duizenden andere Stalin-slachtoffers wacht hij nog altijd op excuses van de autoriteiten.

Maar Pelgonin heeft het Stalin zelf al vergeven. In de woonkamer van zijn oude houten huisje staat een ijzeren buste van de dictator, prominent in de vitrinekast. 'Er zijn onder hem veel slechte dingen gebeurd, maar er was wel discipline', zegt de oude man. 'Dankzij Stalin hebben we de oorlog gewonnen, en dankzij Stalin is na de oorlog het land zo snel weer opgebouwd. Rusland heeft zo'n leider nodig. Een man met ijzeren vuist.'

Meer over