Verdriet

Op straat lopen jonge mensen met een tennisracket over de schouder, oude mensen met een hondje op de arm, mensen met handtasjes, mensen met een sandwich in een zak, mensen met piekfijne kleertjes aan, mensen in lederen kostuum, mensen in T-shirt en spijkerbroek, mensen met gebreide vesten en kniekousen op...

HENRICO PRINS

Niks aan de hand dus, maar we zijn in The Castro. Lees nu die eerste alinea eens over en vervang het woord 'mensen' door het woord 'homo's'. Dan gaat het allemaal, hoe je het ook wendt of keert, toch een beetje piepen en schuren. Maar het is niet anders. The Castro, een wijk van 44 huizenblokken waarin 22 duizend mensen passen, wordt sinds de vroege jaren zeventig overwegend bevolkt door homoseksuelen. Noem het een getto, dat doen ze zelf ook, maar ze vergeten er niet bij te vertellen dat het vormen van een eigen gemeenschap ooit hard nodig geweest is om te kunnen overleven.

Buitenstaanders zijn welkom, mits ze zich gedeisd houden. Overbekend is intussen de geschiedenis van de bareigenaar in The Castro die onlangs voor het gerecht werd gesleept omdat hij een man en een vrouw naar buiten had gewerkt die wat al te voortvarend aan het flikflooien waren geslagen. Met hun gevrij zouden ze de overige bezoekers ernstig hebben gestoord.

Je gaat zo'n verhaaltje toch beter begrijpen als je de sfeer proeft waarin een en ander zich moet hebben voltrokken. Mannen aan de bar, mannen op de dansvloer, mannen aan de kant. Op de vrolijke tonen van Abba, Erasure of Sister Sledge doen ze weinig anders dan naar elkaar kijken, en als ze zijn uitgekeken dan wenden ze hun blik naar buiten om te zien of daar nog wat te halen valt. Vaak gaat het zo, van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Een meisje dat met een jongen zoent, ja, dat mag in zo'n omgeving inderdaad een affront heten.

Wat hebben we nog meer? Dure auto's rijden af en aan. De oesterbar wordt druk bezocht. Obers wapperen met hun handen en spreken de cliëntèle aan met sweetheart. Er zijn winkels met mooie, kostbare spulletjes. In een etalage staat Billy, de homo-Barbie, een pop met een plastic lul tussen de benen. Het is altijd weer erger dan je bedenken kunt.

Ze zeggen dat een rijtjeshuis hier intussen evenveel waard is geworden als een woning in Pacific Heights, een wijk met louter paleizen. Onder vooruitstrevende gezinnen met kinderen is het ineens bijzonder en vogue om hier te gaan wonen. Twintig jaar geleden bestond 90 procent van de bevolking uit homoseksuelen. Nu is het nog net 80 procent, schat Trevor Hailey, die nieuwsgierige mensen graag vertelt over The Castro.

Tijdens Halloween en een handjevol regelmatig terugkerende festivals kan het er in de wijk nog steeds exuberant aan toe gaan, maar de grootste morsigheid is er wel vanaf. Vijftien jaar aids heeft de mensen schuwer gemaakt, minder uitbundig. Op zeker moment, in de late jaren tachtig, bleek dat duizend bewoners van The Castro aan de gevolgen van aids waren bezweken. Om de rest van de wereld te laten weten dat het zo eigenlijk wel genoeg was en dat er wat gebeuren moest, zijn ze hier toen begonnen met The names project, de kleurige lappendeken die de hele wereld over reist en nog steeds groeit.

Verder heeft The Castro zo zijn eigen gedenktekens. Voor Harvey Milk bijvoorbeeld, de homo-activist die het schopte tot gemeenteraadslid van San Francisco en toen vermoord werd. Hij dreef aan Castro Street een handel in fotocamera's. Er zit nu een drogisterij met een bellenblaasmachine boven de deur. In de stoep is een koperen tegel geslagen: hier woonde Harvey Milk. Ergens in de stad hangt zijn portret tussen dat van Gandhi en Martin Luther King.

Henrico Prins

Meer over