Verdragen van Genève beperken oorlogsgruwelen

Gezien de gevoelens van haat in een oorlog is het bemoedigend dat zelfs de hardst getroffenen vinden dat de vijand ook moet worden beschermd, zegt Cees Breederveld....

Cees Breederveld

Vandaag vieren we de verjaardag van de Verdragen van Genève. Zestig jaar geleden werden hiermee de regels vastgesteld waaraan strijdende partijen zich in een oorlog moeten houden. Nog steeds vormen ze de hoeksteen van het internationaal humanitair oorlogsrecht. Maar wie dagelijks via de media de gruwelijke gevolgen van gewapende conflicten ziet, zal zich wellicht afvragen of ze eigenlijk nog wel leven. Is er reden voor een feestje?

Nee, zeggen critici, de Verdragen zijn niet langer geschikt voor hedendaagse conflicten tussen reguliere legers en gewapende groepen, in een tijdperk waarin oorlogen zich vooral binnen de eigen landsgrenzen afspelen. De conflicten die het afgelopen half jaar de voorpagina’s haalden, zoals Gaza, Sri Lanka en Pakistan, laten zien dat burgers op grote schaal getroffen worden. En dat terwijl de Verdragen juist als doel hebben de levens en de menselijke waardigheid van de personen die niet aan de strijd deelnemen te beschermen.

Het Internationaal Comité van het Rode Kruis heeft mensen in acht conflictgebieden waarvan de meeste de krant niet eens halen, gevraagd naar de impact van het conflict op hun leven. Tweederde van de mensen zegt geraakt te zijn door het conflict. In Haïti, Afghanistan en Libanon is dat zelfs meer dan 95 procent. Dat kan zijn doordat ze zelf gewond zijn geraakt, gemarteld zijn, moesten vluchten, vernederd zijn, of doordat familieleden zijn gedood. Dit staat nog los van de algemene gevolgen van conflicten, zoals armoede en verwoesting. Wie deze cijfers ziet, zal zich afvragen of de Verdragen van Genève nog wel relevant zijn.

Jazeker, zeggen juist de mensen die zelf de verschrikkingen van de oorlog hebben meegemaakt. De Verdragen hebben levens gered, burgers beschermd, ervoor gezorgd dat krijgsgevangenen met respect worden behandeld en dat families worden herenigd. Kortom, ze hebben de gruwelijkheden van conflicten beperkt.

Dat blijkt bijvoorbeeld uit het verhaal van Kon Kelei. Hij werd als 4-jarige meegenomen door het rebellenleger in Soedan. Hij heeft gezien hoe kinderen die niet verder konden lopen in de jungle aan hun lot werden overgelaten, hoe zijn dorp werd platgebrand, vrouwen werden verkracht en mannen vermoord. Hij is op zijn zeventiende naar Nederland gevlucht en studeert hier nu rechten.

Hij vindt het belangrijk dat de Verdragen van Genève er zijn: ‘Mensen vernederen zou niet moeten mogen. Je moet altijd onthouden dat je tegenstander ook een mens is, en dat je na de oorlog weer met elkaar verder moet kunnen gaan. Daarmee voorkom je nieuwe problemen. Zelfs in het rebellenleger leerden we dat je krijgsgevangenen niet mag doden, dat je ze met respect moet behandelen, net zoals je dat met normale gevangenen zou doen. We leerden ook dat je niet zomaar in de rondte mag schieten, met het gevaar onschuldige burgers te treffen. Je kreeg straf als je je niet aan deze regels hield.’

Ja, vindt ook Albert Schoneveld, een van de medewerkers van het Rode Kruis die midden in conflictsituaties in Afrika de strijdende partijen herinnert aan de Verdragen. ‘Het is een minimum standaard, inderdaad een minimum, maar wel een standaard die als objectieve maatstaf geldt. De schendingen maken de standaard niet minder relevant. Die biedt de mogelijkheid om überhaupt van schendingen te kunnen spreken. Trek de parallel met het Wetboek van Strafrecht, waarin moord als misdrijf wordt gekwalificeerd en strafbaar gesteld. Daarmee voorkom je niet het plegen van moorden, maar stel je wel een standaard waarmee kan worden vastgesteld dat er een misdrijf is begaan. Daarom is het Rode Kruis continu met militaire autoriteiten in gesprek over hoe misdrijven via de interne gezagslijn worden bestraft. Want daar ligt de eerste verantwoordelijkheid en daar worden ook de meeste misdrijven bestraft.’

Dus, driewerf hoera voor de Verdragen? Ja, alleen al omdat ze nog steeds springlevend zijn. Maar wel met de kanttekening dat er te weinig respect voor is. Te weinig mensen weten wat de Verdragen van Genève zijn en te veel mensen negeren of overtreden ze.

Dat mensen die zelf de barbarij van oorlog hebben meegemaakt, overtuigd zijn dat er grenzen moeten zijn aan hoe oorlogen gevoerd worden, lijkt misschien niet meer dan logisch. Maar als je stilstaat bij de immense gevoelens van haat, verlies en wraak die een oorlog teweegbrengt, is het bemoedigend dat zelfs degenen die het hardst getroffen zijn, bereid zijn te accepteren dat de ander, de vijand, ook beschermd moet worden.

Het Rode Kruis gaat daarom door met het verspreiden van kennis over het oorlogsrecht. Aan militairen die naar Afghanistan gaan, maar ook aan u, als lezer van dit artikel. Het ziet toe op de naleving ervan door strijdende partijen neutraal en onafhankelijk aan te spreken op overtredingen. Het houdt staten aan hun verplichting het humanitair oorlogsrecht te implementeren in nationale wetgeving en oorlogsmisdadigers te vervolgen. En het ziet toe op de verdere ontwikkeling van het oorlogsrecht, zodat het de komende zestig jaar springlevend blijft.

Meer over