Verdomme, altijd biologisch gegeten

'Heb ik verdomme daarvoor altijd biologisch gegeten? Sinds de middelbare school nooit meer gerookt?' had mijn vriendin J. die avond geschamperd. Ik weet nog precies aan welk tafeltje we zaten. In een salsacafé in Amsterdam, dat ook al niet meer bestaat. Je kon er ook lekker eten en dat gingen we doen voordat we een dansje zouden wagen.

Ik had J., die altijd zo van wereldliteratuur hield, uitgerekend het boek van Lance Armstrong gegeven. Beeld epa
Ik had J., die altijd zo van wereldliteratuur hield, uitgerekend het boek van Lance Armstrong gegeven.Beeld epa

Ik moest aan haar denken toen de Gezondheidsraad en de WHO veel ook onvermoede ingrediënten uit ons dagelijkse kostje weer eens tot dodelijk hadden bestempeld. Rood vlees, kaas, vet, zout, suiker, cola en zelfs healthy hipster smoothies die vanwege de suiker en weggezeefde vezels eigenlijk net zo slecht zouden zijn als cola. Om over e-nummers maar niet te spreken.

Alles leidt op zijn beurt naar de gevreesde verhoogde kans op kankers en hart- en vaatziekten. Onze nieuwe hoop is gevestigd op handjes walnoten geloof ik. En nog steeds prijkt de degelijke volkorenboterham op de schijf van vijf. Voor de glutenpolitie is men vooralsnog nog niet gezwicht.

J. en ik hadden elkaar een tijdje niet meer gezien. Ze had nauwelijks haar jas over haar stoel gehangen, de drankjes waren nog niet eens besteld, toen ze met de deur in huis viel. Nou, het ging niet goed. Er was onlangs een heftige borstkanker geconstateerd. Ze was de laatste tijd afgemat geweest, maar niets bijzonders. Gewoon de tol van werk en reizen, dacht ze.

Ongemakkelijk had ik haar hand gepakt. Wij hadden een collegiale vriendschap en nog nooit een arm om elkaar heen geslagen of zo. Je ziet er goed uit, had ik benadrukt terwijl ik haar strak in de ogen keek. 'Gezond en sterk. Je gaat dit aan en je verslaat het.'

Het was niet gelogen. Alleen in de zweem doodsbenauwdheid in haar blik, die ze met een glimlach goed onder controle hield, kon ik zien dat ze met een ernstige ziekte moest worstelen. Verder zag ze er normaal uit.

De welbekende kruisgang die kanker heet volgde. Moedig sprong ze in de hel, zoals al die miljoenen anderen. Telefoontjes over verdachte vlekjes en onrustige cellen. De bange vragen. 'In de lymfeklieren? In de lever?' De slopende, nietsontziende chemo's. De te korte, heerlijke episoden van valse hoop waarin het leven intenser dan ooit gevierd werd.

Je brandt kaarsjes, ook voor al die andere kennissen en familie. Gratuit, maar wat kan je doen. Wie het redt of niet is volstrekte willekeur. En, egocentrisch bevangen door hypochondrie, bid je dat dit inferno jouw lijf voorbij gaat.

Achteraf vind ik dat ik in mijn goede bedoelingen soms behoorlijk de plank soms missloeg. Ik had J., die altijd zo van wereldliteratuur hield, uitgerekend het boek van Lance Armstrong gegeven.

Of het onhandige stichtelijke gesprek dat ik in al mijn machteloosheid voerde toen er geen hoop meer mocht zijn. 'Ik ben opgevoed met het idee dat de dood niet het einde is.' 'Weet je, het zal allemaal wel, maar ik hecht gewoon aan dít leven, als je het niet erg vindt. Ik kan het gewoon niet afmaken, ik ben nog niet klaar.' Een paar weken later, daags na haar 50ste verjaardag, zou ze euthanasie plegen.

Gezondheid is vooral een kwestie van onversneden geluk of onvoorstelbare tegenspoed. Een bevriende arts legde mij uit dat je eigenlijk bij ziekte een vuistregel kunt hanteren. Wie jong, onder de 55, ernstig ziek wordt, is een ongelofelijke pechvogel, maar een betrekkelijke uitzondering.

Tussen de 55 en 75 beginnen de kankers en hart- en vaatziekten massaler om zich heen te slaan en gaan mensen vaker dood. Voor die eerste grote slag maakt het waarschijnlijk wel wat uit hoe gezond je geleefd hebt want je hebt betrekkelijk slechte genen.

Wie levend en ongeschonden de 80 haalt, gaat, of men het wil of niet, 'vaker niet meer zo snel dood'. Kankers gaan traag en mensen kunnen het jaren aan. Dit zijn de hoogbejaarden die grote kans hebben op een burgemeestersbloemetje bij het vieren van een volle eeuw leven. Mijn tante Es bijvoorbeeld, blakend 100 op een dieet van gebakjes, frisdrank, druipvette moksi alesi en gezelligheid.

Ik probeer braaf gezond te eten en een beetje te matigen met al het slechte. Maar niets is gegarandeerd. Want, en dat is een wel een dingetje tussen mij en God, het Lot of zo u wilt Moeder Natuur, alsook de Gezondheidsraad en de WHO: dat hele fenomeen gezondheid komt verdomme ook met mate.

Meer over