Verdienstelijke Piaf, zonder bezieling

Martha Wainwright Plays Piaf..

Gijsbert Kamer

Amsterdam Voer voor psychologen wellicht, maar waarom willen Rufus en Martha Wainwright zo nadrukkelijk afstand nemen van de sobere, haast onnadrukkelijke manier waarop hun vader zijn oeuvre bij elkaar gezongen heeft? Waar Rufus nog weleens een avond wil vullen met de theatrale musicalliedjes van Judy Garland, kruipt zijn jongere zus Martha graag in de huid van Edith Piaf. Niet omdat, zo vertelde ze vrijdagavond in een goed gevuld aandachtig luisterend Paradiso, ze op Piaf lijkt of als haar klinkt, maar gewoon omdat ze Piafs liedjes mooi vindt.

Ze zei het er niet bij, maar wie haar met glitterend truitje en op hoge pumps zag bewegen, kan niet anders dan vermoeden dat ze liever als musical- of operaster in de jaren vijftig van de vorige eeuw was geboren. Net zoals je bij het aanschouwen van haar broer vaak de indruk krijgt dat het gewoon spelen en zingen van mooie liedjes hem niet genoeg is.

Anders dan op de plaatregistratie van enkele New Yorkse concerten die vorig jaar verscheen, liet Wainwright zich nu wel door een klein combo begeleiden, en dat werkte goed. Piano, gitaar en contrabas waren eigenlijk alles wat de vaak wat onbekendere liedjes uit Piafs catalogus nodig hadden. Fraai was de vertolking van Charles Aznavours Une Enfant, hier ook bekend in de bewerking van Boudewijn de Groot als Meisje Van Zestien. Wainwright legde er precies het juiste gevoel voor drama in, zonder door te schieten naar sentimentaliteit. Dat zou ze de hele avond knap volhouden, ook toen ze de dood van haar moeder eerder dit jaar ter sprake bracht. Het was deze zangeres, Kate McGarrigle, die Wainwright de liefde voor onder anderen Piaf bijbracht; het gaf de avond wat extra gewicht, zeker toen ze van haar moeder een paar liedjes zong, waaronder Tell My Sister. Eerder dit jaar had Martha Wainwright lijdzaam toegezien hoe zangeres Lisa Hannigan haar moeder meende te moeten herdenken, nu zong ze zelf.

Maar hoe beladen met emoties het allemaal ook was, je kreeg ook nu weer het gevoel dat er iets aan Wainwright ontbrak. Dat ene typerende eigen geluid, of bewijs van echte bezieling. Edith Piaf zingen deed ze verdienstelijk, maar de diepdonkere kleur in haar repertoire benaderde ze geen moment. Het klonk op den duur zelfs wat eenvormig. En dat enkele eigen liedje, Tower Song, had haast iets wanhopigs. De waarachtige soul ontbreekt nog altijd bij Martha Wainwright, wellicht kruipt ze daarom graag in die van een ander.

Gijsbert Kamer

Meer over