Verdachten zijn slachtoffers en andersom

Wild Things van John McNaughton. Met Kevin Bacon, Matt Dillon, Neve Campbell, Theresa Russell, Bill Murray. In twintig theaters, waaronder City 2 Amsterdam, Pathé 5 Scheveningen, Pathé 7 Rotterdam....

FILM

'Mensen zijn niet wat ze lijken', luidt de sleutelzin in de nieuwe film van John McNaughton. Het is alsof de regisseur een seconde pauze neemt en tegen zijn publiek zegt: 'Mensen, ik weet wel, ik heb jullie al aardig wat dwaalsporen voorgelegd, dat was ook de bedoeling en eerlijk gezegd, ik ga ermee door tot het eind.'

En dat klopt, iedereen in de zaal die denkt dat het aan hem of haar ligt dat hij of zij er niets van snapt, kan gerust zijn: de regisseur had het zo bedoeld.

Tegelijk raakt zo'n zin de zwakte van de film. Een goochelaar legt zijn trucs nooit uit, bovendien ga je nooit halverwege een spannend verhaal zeggen dat het allemaal nep is en je niets moet geloven.

John McNaughton was al cult voordat zijn eerste film de bioscoop haalde. Voor het schamele bedrag van honderdduizend dollar maakte hij in 1985 de verbijsterende Henry: Portrait of a Serial Killer, die als amoreel portret van een seriemoordenaar in de bioscoop niet gezien mocht worden maar na een eerste vertoning op het festival van Telluride een hit werd op alle festivals in de wereld. Deze 'schijt aan alles'-filmer werd beschouwd als een van de grote talenten die de verdoofde Amerikaanse film, vastgeroest in gelikte formules, zou gaan opkrikken.

In sommige films die McNaughton daarna maakte (Mad Dog and Glory) bleef het talent stralen, maar de faam die hij bij zijn start maakte heeft hij nooit helemaal waar gemaakt.

Het uitgangspunt van Wild Things is weer lekker dwars. McNaughton wilde een film maken die in geen enkel genre past en bovendien een film waarin niet de karakters het plot bepalen, maar andersom: het plot bepaalt de karakters.

Dat wil zeggen dat de steeds wisselende situaties in de film de karakters doen veranderen. Een aardige mijnheer wordt opeens een schurk, een mooie vrouw lelijk, en andersom: mensen zijn niet wat ze lijken.

De verhaalswendingen zijn in Wild Things niet te tellen. Hij begint met veel landschappen, gefilmd door een vliegende camera die stopt in een schoolklas, waar een leraar op een bord het veelbelovende woord SEX schrijft, om er even later het woord 'Crimes' (eerste wending) aan toe te voegen. Op het podium twee rechercheurs die iets zullen vertellen over sexmisdrijven. Al snel loopt een meisje de zaal uit, roepend: 'Die lul kan m'n reet likken.'

Goedenavond, wat is hier aan de hand? De leraar lijkt iemand die ontzettend moet oppassen niet in de problemen te komen, omdat hij zo aantrekkelijk is dat verschillende meisjes hem proberen te versieren. We zien hoe een van die meiden het probeert aan te leggen. Als je goed oplet, doet McNaughton op dat moment wat merkwaardigs: niet alleen laat hij in het verhaal die meiden wulps doen, maar nog voor een van hen overduidelijk probeert de leraar te pakken, bekijkt de camera haar op een manier die bijna onbeschaamd is.

McNaughton dwingt het publiek met zíjn blik de jongedame voyeuristisch af te likken, eigenlijk het sexobject te zijn, terwijl zij in het verhaal juist degene is die aanvalt.

Daarmee wordt het meisje een verdachte en niet de leraar. Dat is het verkeerde spoor dat McNaughton legt en hij gaat zo de hele film door. Objecten blijken subjecten, verdachten blijken slachtoffers, en vooral andersom, en elk moment verschuift de optiek op de karakters. Het meewentelen in de steeds veranderende plot is een van de aardige kanten van Wild Thing, dus kan er weinig van verteld worden. Obsessie, bedrog en moord zijn drie van de elementen waarop dit verhaal voortdrijft. Wanneer de film voorbij is, gaat hij tijdens de aftiteling toch gewoon door, want dan wordt pas echt uitgelegd hoe het precies in elkaar steekt (stak).

De oningevulde stukjes van de puzzel worden alsnog bijgeleverd. Dat is op zich wel leuk, maar toch niet bevredigend, zoals de film zelf. Naarmate de karakters niet zijn wat ze lijken, worden ze ook steeds minder interessant. De ongeloofwaardigheid groeit met de minuut en al die personages kunnen je op een gegeven moment geen moer meer schelen. Het is als in een puzzeltocht waarbij je een kaart krijgt en aanwijzingen van een gids, die steeds niet kloppen. Bij een volgende aanwijzing geloof je de gids niet meer, want je weet zo zoetjes aan dat zijn suggestie toch een dwaalspoor is.

Alleen Bill Murray, in een veel te kleine bijrol als linke advocaat, is iemand die blijft zoals hij is en daarom ook het aardigste karakter.

Wild Thing is een film die je grotendeels bezig houdt maar waarvan je na afloop denkt: ook wel wat flauw allemaal.

Peter van Bueren

Meer over