Verdachte in de politiek

Haar vader zei het 35 jaar geleden al: politiek is een hard vak, meisje. Het is kéihard, heeft ze ervaren....

door Frank van Zijl

EEN carrière lang is Winnie Sorgdrager achtervolgd met haar uiterlijk. 'Meisje Sorgdrager heette ze bij het Openbaar Ministerie, hún mooie Meisje Sorgdrager.

Haar state of mind wordt afgelezen aan haar uiterlijk. Soms vormde haar presentatie zelfs de barometer voor het hele departement. Daarom is de indruk die ze achterlaat zo belangrijk. Ze weet het, zorgt goed voor zichzelf, maar verafschuwt deze banale werkelijkheid.

Zeker in het begin van haar ministerschap ging het te weinig over haar ideeën en te veel over haar vrouw-zijn in de politiek, zegt ze achteraf. Ze voelt zich daar mede debet aan. Ze moest wennen aan de media-aandacht. Soms loop je jezelf voorbij.

Winnie Sorgdrager schermt zich nu beter af. Ze praat niet over haar privéleven. Ja, ze houdt van klassieke muziek, maar heeft weinig tijd om te luisteren. De altviool blijft te lang in de koffer, het gaat goed met man en kinderen. Kan het eindelijk over het werk gaan?

Ze vertelt over de spotprent van Peter van Straaten die ze een paar weken geleden tegenkwam: Jaap de Hoop Scheffer opent een slaapkamerdeur en treft onder de lakens van Paars een copulerend stel aan. 'Jullie hebben ruzie hè? Geef het maar toe.'

Zo is het leven in de politiek, zegt ze.

Of het nu gaat over haar omgang met de Tweede Kamer, haar contact met die duistere man van het Openbaar Ministerie, Docters van Leeuwen, of haar leven in de partij. Alles wordt vertaald naar ruzie, onmin, strijd.

Ze vertelt over toen ze veertien was. Vader zat in de gemeenteraad in Arnhem. Op een avond zegt hij: politiek is een hard vak, meisje. Ruim 35 jaar later spookt de zin door haar hoofd: de politiek is een kéihard vak.

Sorgdrager heeft 'akelige perioden' achter zich. 'Maar ik ben er doorheen gekomen. Ik heb ervan geleerd. De negatieve publiciteit was voor mijn omgeving vervelender dan voor mij hoor. Vooral voor mijn kinderen.'

Ze is een overlever; hield zich jarenlang staande in het mannenbolwerk van het OM. Pareerde kwalificaties over het 'meisje-Sorgdrager' door zichzelf uit te roepen als 'het viswijf van Justitie', toen ze als officier van justitie de visfraude deed. De heren kunnen het krijgen zoals ze het hebben willen.

Toch is er een flinke kras op haar ziel gekomen. Het frustreert haar als er in de politiek openlijk wordt getwijfeld aan haar integriteit. Alle ministers zijn daar gevoelig voor. Maar bij Sorgdrager zit het dieper. Buiten de politiek, bij Justitie, heeft ze dit nooit zo meegemaakt.

Fel: 'Het is wat me echt raakt. Zoals toen, bij de commissie-opsporingsmethoden. Ik zou van iets geweten hebben over het doorleveren van drugs. Je zegt iets als minister en direct wordt aan het waarheidsgehalte ervan getwijfeld. Dan hoeft het voor mij niet meer. Ik wil in de spiegel kunnen kijken. Anders heb ik mijn gevoel voor eigenwaarde verloren.'

Ze vertelt over het begin, in 1994. Ze was nog geen week minister of ze kreeg van het Nederlands Bijbelgenootschap een pakketje toegestuurd. Een Bijbel voorzien van een briefje: paars is aan het bewind, wij verwachten van u weinig aandacht voor 'onze waarden'. Leest deze Bijbel.

De minister, nog feller: 'Alsof ik de waarde van het geloof niet in acht zou nemen omdat ik me niet afficheer als belijdend lid van een kerk. Stuitend.'

Winnie Sorgdrager richt de kin omhoog. Ze denkt na en zegt plechtig, alsof het ja-woord klinkt: 'Ik wil terug in het kabinet. Vanuit mijn eigen overtuiging heb ik veranderingen in gang gezet. Ik heb veel teweeggebracht bij het OM, bij de zittende magistratuur. Ik heb veel veroorzaakt en neem daar de verantwoordelijkheid voor.' Als Ruud Lubbers: 'Ik voel me verplicht het karwei af te maken.'

Ze weigert zich te laten slachten in het abattoir van de politiek. 'Mijn ministerschap is moeilijk en kost me veel energie. Af en toe denk je: hoezo verder? Ik ben al zo moe. Maar dat leidt niet tot de algemene gedachte dat ik wil stoppen. Absoluut niet. Ik ken mijn dieptepunten, maar van nature duren die bij mij gelukkig nooit zo lang.'

Ze begon als de ongekroonde koningin van het kabinet. Tot ze uitgleed over de gouden handdruk voor haar oud-collega procureur-generaal Van Randwijck. Het debat daarover, in oktober 1995, noemt ze haar 'politieke ontgroening'.

Als je in het begin de hemel wordt ingeprezen, is de teleurstelling des te groter als er iets misgaat, zegt ze zelf. Zo bezien bestaat het tijdperk-Sorgdrager uit een periode vóór en na het Van Randwijck-debat.

Terwijl ze in haar wittebroodsweken 'mooi, sympathiek en vakbekwaam' werd bevonden, werd ze ineens een lichtgewicht genoemd, een vrouw te kwetsbaar voor het ministersambt; van belofte voor de toekomst werd zij de anticlimax van paars. Sorgdrager smaakte de roem, en de vergankelijkheid.

Na het verhoor bij de commissie-Van Traa, in het najaar, werd ze kopschuw. Haar spontaniteit ruilde ze in voor kille zakelijkheid. In de Tweede Kamer was ze kortaangebonden. De pers liet ze het liefst stikken. Het beeld doemde op van een minister die kapot was gemaakt.

Politiek lastige dossiers drukten haar verder in het defensief: de drugsoorlog met de Fransen, de Securitel-affaire, de afgeblazen arrestatie van Desi Bouterse. Ze slalomde van incident naar incident.

Ter verdediging werd door haar collega-ministers niet zelden gewezen op de onmogelijke situatie waarin ze was beland. Sorgdrager, zo bleek uit de IRT-enquête, had op het departement van haar voorganger, de CDA'er Hirsch Ballin, een Augiasstal geërfd.

Het conspiratieve gedoe van haar ambtenaren, die via gestook in kranten hun oorlogjes uitvochten, bracht de minister met regelmaat in diskrediet. Ze haalde de bezem door de top van haar departement. Tegelijkerijd probeerde ze het Openbaar Ministerie te hervormen tot een moderne, efficiënte organisatie. In stilte.

Zelf noemt ze het 'jammer' dat ze in het begin van die grote schoonmaak alleen stond. 'Ik trof op het ministerie geen situatie aan waarin je wordt opgevangen, gecoacht, gesteund. Dan verlies je tijd.'

Het lukte haar desondanks op het departement een cultuurbreuk tot stand te brengen. 'De sfeer is veranderd en vormt een groot verschil met het verleden. Je ziet medewerkers opgewekt rondlopen, je hoort van anderen: Justitie staat weer op de kaart. Daar ben ik trots op.'

Sorgdrager verzamelt graag mensen om zich heen 'die open zijn, die goed zijn, die tegenspreken en zich ontplooien. Ik vind het reuze belangrijk dat mensen tekortkomingen kunnen toegeven. Ik heb een bloedhekel aan personen die hun fouten verdoezelen en anderen de schuld geven.'

De minister geeft zelf het voorbeeld. Ze maakt een begin met wat onder haar collega's ongebruikelijk is, zeker in een verkiezingsjaar: ze stelt zich kwetsbaar op.

'In het debat over Van Randwijck was ik te onervaren. Dat heb ik niet goed gedaan. Ik heb het achteraf voor mezelf geanalyseerd: wat kan ik hier van leren? Wat is er fout gegaan? Ik zie dat ik apolitiek heb gereageerd.

'Daardoor kwam ik in situaties terecht die niet nodig waren. Ik heb het politieke vak moeten leren. Ik praat volstrekt anders dan twee jaar geleden.

'Als je bij het OM hebt gewerkt, als vertegenwoordiger ter terechtzitting, sta je voor een zaak. Je probeert een rechter te overtuigen van wat jij vindt. Dat is gestoeld op feiten die hun grond ergens in vinden. Je construeert uit alle facetten de waarheid. Daarin moet je zuiver te werk gaan. Ik heb eens op een zitting gezegd: volgens mij klopt de zaak niet. Ik vroeg om vrijspraak. Dat is apolitiek.

'In de Haagse politiek ging het ineens over waarheden in een volstrekt andere context. Daar heb ik erg aan moeten wennen. De politiek bestaat uit compromissen. Dat is vreemd voor iemand die uit een totaal andere cultuur komt.'

- U leeft met een juridische en met een politieke waarheid?

'Er is een wezenlijk verschil. Juridisch moet de waarheid op bewijs zijn gebaseerd. Zolang je geen bewijs hebt dat iemand iets heeft misdaan, is hij niet schuldig.

'In de politiek is de bewijslast omgekeerd. Er wordt een veronderstelling geuit en vervolgens moet je als politicus bewijzen dat het anders is. En dan is het nog maar de vraag of ze naar je willen luisteren. Als je er niet voor de volle honderd procent in slaagt je gelijk aan te tonen, blijft er iets hangen van: er deugt hier het een en ander niet. Daar heb ik grote moeite mee.'

- Is de politiek een kleine leugen?

'Dat klinkt te negatief. Mij gaat het om het beeld dat de minister wel weer zal liegen, of informatie achterhouden, in verband met haar politieke positie.'

Ze verwijst naar het Bouterse-debat. In de media werd het beeld opgeroepen dat Van Mierlo na één telefoontje vanaf zijn vakantie-adres Sorgdrager weerhield van een verzoek tot arrestatie van de voormalige Surinaamse legerleider. Van Mierlo zou vrezen voor de politieke consequenties.

'In de media wordt de toon gezet, en die krijg je vervolgens niet meer weg. Van Mierlo en ik konden kennelijk niet overbrengen hoe je tot het besluit komt de man te laten lopen. Dan denk ik: het is een kwestie van niet wíllen en niet kúnnen begrijpen.

'Het uitleveringsrecht is ingewikkeld en vormt daardoor nauwelijks een discussiepunt in zo'n debat. Dus gaat het louter om het beeld dat is geschapen. Ik ben me er zeer van bewust dat bij sommige onderwerpen politieke belangen een rol spelen. Ik wil daar tot grote hoogte in meegaan. Zolang het niet oneerlijk is en alleen om spelletjes gaat. Want daar lenen Justitie-onderwerpen zich niet voor.'

- U speelt het spel in de Tweede Kamer niet mee?

'Ik vind mijn relatie met de Kamer goed. Daar kan best anders over worden geoordeeld. Maar op veel terreinen heb ik heel leuke debatten. Dan hoef je het niet altijd met elkaar eens te zijn, als het maar ergens over gaat.

'Het wordt gek gevonden als ik zeg dat ik het eens ben met iemand van de oppositie. Mij gaat het om de zaak. Dat is kennelijk niet altijd even politiek. Het is moeilijk om te zeggen: je richt je op de coalitie, daar moet je je steun vandaan halen, en de rest doet er niet toe.

'Ik ben me er langzaam bewust van geworden dat je als politiek bestuurder ook voor rugdekking moet zorgen in de Kamer. Niet alleen bij de coalitie, ook bij anderen. In het begin nam ik te veel afstand. Dat kwam doordat ik mijn andere cultuur nog niet had afgelegd.

'Als lid van het OM werd je niet geacht met anderen over een zaak te overleggen. Het kost tijd om die knop om te zetten. Soms moet je vooraf contact zoeken: hoe denkt men erover? Ik moest leren dat Kamerleden daarvoor benaderbaar zijn. Ik vond het eigenlijk niet netjes zomaar een woordvoerder te bellen, had het gevoel: dat kan eigenlijk niet, dat hoort niet. Maar het is doodnormaal.'

- De conclusie moet misschien zijn dat Sorgdrager en politiek moeilijk samengaan.

'De conclusie is dat ik moet leren leven met een ander soort waarheid dan ik altijd gewend ben geweest. Ik heb er soms nog moeite mee, maar ik zeg niet: met politiek wil ik helemaal niets te maken hebben.'

- De politieke beoordeling van een minister komt tot stand op basis van incidenten. Bij u zijn dat er veel.

'Er zijn dingen die in negatieve zin op mijn conduitestaat mogen worden bijgeschreven. Maar er zijn ook kwesties waarvan ik zeg: het is zuiver toeval dat ik me daarvoor moet verantwoorden. Hans Wijers en ik deden samen de Securitel-affaire. In het debat was hij doorgeefluik, ik zat er om de juridische gevolgen uit te leggen. Vervolgens krijg je het odium: zíí hebben het fout gedaan.

'Justitie heeft met allerlei zaken te maken, dus krijg ik er steeds negatieve aantekeningen bij. Als het aantal de beoordeling moet vormen voor mijn ministerschap, vind ik dat veel te oppervlakkig.

'Justitie is van de vakministeries het meest politieke departement. Dat was het tien jaar geleden niet. Het proces heeft zich razendsnel voltrokken. Het heeft te maken met het gevoel dat mensen hebben over criminaliteit. Het komt dichterbij, het is bedreigender. Dus wordt de druk van de media groter, dus wordt het politieker.

'Justitie stond vroeger ook verder weg. Het was een deftig departement. Het hele justitie-apparaat was deftig. Naar het Openbaar Ministerie en de zittende magistratuur werd met ontzag gekeken. De hele cultuur van de organisatie was daarop afgestemd. Vervolgens krijg je een hausse aan kritiek. Een organisatie moet zich daarnaar richten. Dat is moeilijk. De burger is bovendien mondiger geworden. Er wordt openlijk kritiek geuit op gerechtelijke vonnissen. Dat gebeurde tien jaar geleden nauwelijks.'

- U wilt Justitie bij de burger brengen. Het is overgenomen in verkiezingsprogramma's. Claimt u dit succes?

'Justitie is van mensen, voor mensen en door mensen gemaakt. Als je dat zegt, is dat een ander geluid dan tien jaar geleden klonk. Recht is niet iets abstracts. De samenleving wenst rechtvaardigheid.

'Die moet je tot realiteit maken. Als je dat niet doet, is een wet een loos ding waar mensen niet in geloven. Als wetten geen wortels hebben in de maatschappij, vallen het recht en de samenleving als geheel uit elkaar. Justitie moet daarom worden verankerd in de maatschappij. Je vindt dat terug in de programma's van veel partijen. Het OM moet de wijken in. ík heb dat bedacht.'

Tegen Joop van Tijn zei ze ooit: 'Ik ben een vrij rechttoe rechtaan-type. Ik wil veel praten met mensen en ik ben ook niet zo heel erg uitgesproken in standpunten. Er zijn wel heel duidelijke richtingen die ik wil, maar ik heb niet van die uitgesproken statements. En dat moet je wel hebben om een goed politicus te zijn.'

Sorgdrager barst van de ambitie. Dit jaar liet ze in de memorie van toelichting bij de begroting opnemen dat Justitie 'onberispelijk' moet zijn. 'Dat is een gevaarlijke zin, want het is een nog ver verwijderd ideaal. Maar het moet wel worden verwezenlijkt.'

Ze wil meer aandacht voor de kwaliteit en de integriteit van het justitiële apparaat. De rechtspleging moet zowel civiel- en bestuursrechtelijk als strafrechtelijk beter worden georganiseerd. Het recht moet toegankelijker worden. Justitie moet zich niet langer blind staren op 'de intrinsieke waarde van het recht'.

Sorgdrager staat bekend als iemand die het strafrecht relativeert. Ze zoekt naar evenwicht. Wil voor mensen met achterstand kansen scheppen. 'Justitie heeft belang bij aandacht voor onderwijs, kansen op werk en gezinsondersteuning.' Ze zoekt bovendien naar de juiste verhouding tussen detentie en alternatieve straffen. De meeste criminelen moeten tenslotte terug in de maatschappij.

- Bent u bereid te vechten voor uw terugkeer?

'Ja. Ik ben verknocht aan de zaak. Ik heb ideeën over hoe het verder moet en heb ondanks alles de behoefte dat te dragen. Ik voel me ook verplicht aan de organisatie. Als ik nu wegga, voelt het alsof ik de boel in de steek laat.'

- Is ieder ander departement voor u uitgesloten?

'Ik sluit niks uit.'

- Dan gaat het kennelijk om meer dan de portefeuille. Spelen persoonlijke ambities een rol?

'Mijn ambitie is dat ik aan het stuur zit van Justitie. Ik heb de afgelopen drie jaar veel moeten doorstaan om te komen waar we nu zijn. Ik wil er het resultaat ook wel eens van zien. Maar ik heb ook te maken met mijn partij. Zo lang ben ik nog geen lid. Als de partij straks iets anders van mij wil, vind ik het onterecht om te zeggen: jongens, vier jaar is leuk geweest, ik ga weer.'

- Maar u wilt niet in de Tweede Kamer.

'Ik ben niet helemáál beschikbaar. Dat is ook niet nodig. Ik ben iemand die zelf aan het roer wil zitten, wil besturen. Dat is een verschil in mentaliteit. Als het aan de orde komt, wil ik wel in de Eerste Kamer. Maar daar heb ik het nog niet over gehad. Dit komt boven terwijl ik denk: wat zou ik nog voor de partij kunnen doen?'

- In de politiek heet u 'beschadigd'. Waarschijnlijk zal D66 ministers moeten inleveren. Komt u niet te laat?

Afgemeten: 'Ik merk dat men in de partij wel degelijk waardering heeft voor wat ik doe. En de mensen die iets verder nadenken, kunnen hetgeen er de laatste jaren bij Justitie is gebeurd heel goed beoordelen.

'In het begin heb ik me in de partij rustig opgesteld. Ik moest mensen leren kennen, in de sfeer komen, het politieke werk leren. Die lijn heb ik in mijn hoofd gehad.

'Het probleem is dat daar door de buitenwereld anders tegenaan is gekeken. Er verschenen in het begin allerlei jubelende stukken over mij. Als het dan eens minder gaat, en dat is voorspelbaar, lijkt het of aan een heel proces een einde komt. Maar zo is het niet.

'Er zijn mensen die zeggen dat je bent afgeschreven omdat je niet meespeelt in het circuitje rond de nieuwe lijsttrekker. Welnee! Ik heb altijd gezegd: lijsttrekker, dat nooit. Mij zijn ambities toegedicht door mensen die mij niet eens kennen. Ik ben niet uit op die absolute top.'

- U bent 49 jaar. Hoe ziet de herfst van uw leven eruit?

'Begint die bij 50?

'Het is jammer dat er zoveel jaren voorbijgaan voor je het gevoel hebt dat je met wijsheid in het leven staat. Je moet een hoop hebben meegemaakt om dingen op hun waarde te kunnen schatten. Ik ben blij dat ik het nu kan.

'Ik heb veel gezien en doorstaan. Ik heb in mezelf een evenwicht bereikt. Dat maakt mij optimistisch. Hoe mijn leven er straks precies zal uitzien, weet ik niet. Ik ben nooit een toekomstplanner geweest. Maar ik denk wel na. Als er een trein voorbijkomt die er aantrekkelijk uitziet, stap ik daar in.'

Meer over