Verbazend vrolijk

De kleurenfoto's in Het Grote Jaren 50 Boek maken korte metten met de jaren vijftig als sober tijdperk van noeste arbeid. Glamour en luxe waren binnen handbereik.

De aan het instituut voor oorlogsdocumentatie NIOD verbonden historici René Kok en Erik Somers hebben de smaak te pakken. Na hun in 2011 verschenen, succesvolle Het Grote 40-45 Boek, een omvangrijk en opmerkelijk kleurrijk fotoboek over de Tweede Wereldoorlog, is er nu Het Grote Jaren 50 Boek. Daarmee bouwen ze voort op een populaire, relatief nieuwe vorm van geschiedschrijving: die waarbij niet het woord, maar het beeld de boventoon voert.

Het boek over de Tweede Wereldoorlog verraste door het veelvuldig gebruik van kleurenmateriaal - de oorlog, dachten we tot dan, was toch vooral in zwart-wit vastgelegd? Hetzelfde geldt voor het decennium van de wederopbouw.

Willem Drees, de zuinige premier van Nederland, die zich in de duinen verpoost in de lentezon, met driedelig pak aan. De huisvrouw aan de wastobbe, met een wringer erop als hoogste vorm van luxe. Eindeloze rijen doorzon portiekflats, massa's scholieren in overvolle klassen - de beelden hebben zich in zwart-wit in het collectieve geheugen verankerd.

Hoe contrastrijk en tijdloos zwart-wit ook is, het ontbreken van kleur legt toch een grauwsluier over de perceptie van geschiedenis. Waar vrolijk kleurgebruik - bij de raampanelen van wederopbouwhuizen, in kleren, de reclame in het straatbeeld - de armoede en soberheid enigszins kan verhullen, lijkt zwart-wit dit juist te accentueren: het grauw wordt nog grauwer en zelfs een zonovergoten zomerdag op Scheveningen lijkt niet vrij van calvinistisch zondebesef.

Foto's als deze zijn in Het Grote Jaren 50 Boek volop te vinden. Op groot formaat dikwijls en meestal gemaakt door professionals die voor de grote dagbladen werkten. De dagbladen drukten toen alleen af in zwart-wit, wat goeddeels verklaart waarom ons collectieve geheugen over die tijd het zonder kleur moet stellen.

Het is een genot dat fotomateriaal, destijds groezelig geprint met grove rasters, nu hoogwaardig gedrukt te zien. Afkomstig uit enorme archieven als de Stichting Fotoarchief.nu (diacollecties van profs en amateurs), het Nationaal Fotoarchief (waarin begrepen de 750 duizend negatieven van het Algemeen Nederlands Fotopersbureau Anefo) , Spaarnestad Photo (veel tijdschrift-collecties) en het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG), dat talrijke negatieven bezit van Waarheid-fotograaf Ben van Meerendonk.

Maakt de prachtige drukkwaliteit de jaren vijftig vanzelf al minder grauw, het verzamelde kleurenmateriaal veroorzaakt, net als in het 40-45 boek, een visuele sensatie. De beelden breken het decennium open van soberheid en herstelde zuilen, van loonmatiging en woningnood, van 'Indië Verloren, rampspoed geboren' en de handen uit de mouwen. Dat benepen sentiment was er wel, maar juist de kleurenfoto's tonen aan dat de wereld van Mad Men en Peter Stuyvesant, van glamour en welvaart, van onbekommerde vrolijkheid en een vakantie - met de Kip-caravan - in het buitenland, wel degelijk aan de poorten van de samenleving rammelde. Lang niet iedereen hoefde tot de welvaartsexplosie van de jaren zestig te wachten.

Goed, de lullige ei-helmen en de C&A-jacks geven het echtpaar op de scooter langs de kust misschien niet helemaal een Adriatische Dolce Vita-uitstraling, in 1959 kunnen ze zich de weelde van zo'n glanzend vervoermiddel mooi wel veroorloven. En terwijl een verkeersregelaar met zijn stopbord op een druk Haags kruispunt de herinnering aan kalme vooroorlogse tijden levend houdt, suizen de grote Volvo's en Citroëns in groten getale langs hem heen.

De kleuren weerspiegelen de toekomst, zoals die in 1956 al is aangebroken bij de Rotterdamse actrice Ansje van Brandenberg (sinds dat jaar ook televisieomroepster bij de NCRV). Ze poseert in haar splinternieuwe galerijflat met centrale verwarming, staand achter haar beeldbuistelevisie, met de bakelieten huistelefoon erbovenop, de hoorn tegen het oor. Heel modern, want tot in de jaren zestig hingen telefoons meestal aan de muur in de gang.

Hoe gemakkelijk lijkt het beloofde geluk voor het grijpen voor het stelletje dat per brommer over de lege klinkerstraten zwerft van wat misschien wel hún wederopbouwwijk zal worden: de gehorige flats (maar dat weten ze nog niet) nieuw in de verf, de voegen fris, de straten leeg en nog zonder onkruid, de plantsoenen zelfs nog niet met gemeentegroen beplant. Onder de blauwe hemel verschillen ze niet zoveel van nieuwe generaties die hun dromen projecteren op Ypenburg, Almere of IJburg.

Een van de mooiste verzinnebeeldingen van die stralende toekomst is afkomstig uit het Spaarnestad-archief. Nota bene van het Centraal Station in Rotterdam, de stad die het zwaarst onder de oorlog heeft geleden. De foto uit 1957 toont de pas opgeleverde centrale hal, badend in het hemelse zonlicht dat door de hoge raampartijen naar binnen valt. Van de sloop van dit sierlijk gewelfde volkspaleis van architect Sybold van Ravesteyn gaat Rotterdam nog eens spijt krijgen.

De kleurenfoto's lijken de jaren vijftig dichter bij de huidige tijd te brengen - kijk naar het zomerse beeld van de jongens bij de 'hoge' duikplank van het (ongetwijfeld te koude) openluchtzwembad in Leerdam. Het zomerse licht, de wolken en de tinteling van het water zijn van alle tijden. Net als de jongens, afgezien van hun gedateerde zwemgoed.

Zo lijkt het, tot je beter kijkt. Dan zie je de schriele lijfjes, de afwezigheid van dikke buiken en overtollig vet of de gespierde torso's die tegenwoordig veel gangbaarder zijn dan toen. Ook het ontbreken van commercie - reclameborden, vlaggen, parasols van een biermerk of ijsfabrikant - valt op (om over het ontbreken van meisjes nog maar te zwijgen).

De kleuren dwingen je met nieuwe ogen, en détail te kijken naar het verleden. De wederopbouwjaren die in de herinnering van menigeen waren vastgeklonken aan het (bij nader inzien niet eens zo) zwart-witte oorlogstijdperk, worden zo opnieuw verwelkomd in de moderne tijd. Dat is goed nieuws voor de babyboomers, die misschien langzaamaan waren gaan geloven dat hun eigen jeugd zich voornamelijk in zwart-wit heeft voltrokken. Maar het is ook mooi voor de jonge, beeldbewuste generaties, die nu geen virtuele lagen stof van de foto's hoeven te vegen om zich in te leven in de jaren waarin de jonge loten van de welvaartsstaat uitliepen.

Het Grote Jaren 50 Boek, René Kok, Erik Somers, Paul Brood (redactie). Wbooks, 49,50 euro. 380 pagina's. ISBN 978 90 400 0710 1

Primeur

Alle in het (tekstueel slordig geredigeerde) Grote Jaren 50 Boek afgedrukte kleurenfoto's worden voor het eerst gepubliceerd, aldus de samenstellers. Hetzelfde geldt voor meer dan honderd zwart-witfoto's.

undefined

Meer over