Verbale stofwolken

'Ik verzeker je dat vanaf nu alle beslissingen in het parlement zullen worden genomen', verklaarde de NDP-parlementariër tegen een jonge Surinamer die met vakantie was in zijn geboorteland en het maar niets vond dat het politieke gevecht naar de straat was verplaatst....

'Maar dan moet je wel een meerderheid hebben', sneerde de jongeling, die het draagvlak voor het gevoerde beleid betwijfelde,'51 minus de helft is nog altijd 26 zetels', verdedigde de parlementariër de krappe meerderheid. 'Ik had op school wel een 3,5 voor Nederlands, maar ook een 9,5 voor rekenen. En ach, wat is Nederlands? Er zijn zat andere manieren om met elkaar te communiceren.'

Hoewel de parlementariër met het slechte rapportcijfer slechts overdrachtelijk zijn minachting voor het voormalige moederland wilde onderstrepen - de man sprak namelijk voortreffelijk Nederlands - was hij die taal liever kwijt dan rijk. Als een vogeltje dat niet langer wenst te zingen zoals het gebekt is.

Met deze verstokte nationalist ziet menigeen het Nederlands als groot struikelblok voor de Surinaamse integratie in een regio waar het Engels, het Spaans en het Portugees overheersen. Niet dat er een serieuze maatschappelijke discussie gaande is, maar als terrasbezoekers druk filosoferen over hoe gewenste integratie op gang te brengen, dan wordt vaak het invoeren van Spaans of Engels als officiële taal als oplossing geopperd.

Afgaand op het politieke schouwspel krijg je echter niet de indruk dat Suriname echt van het Nederlands af wil. Daarvoor is het een veel te dankbaar strijdmiddel om je tegenstander af te poeieren. Binnen de Surinaamse politiek geldt het adagium: een goed betoog is een ingewikkeld betoog. Daarbij zijn dure woorden vooral bedoeld om hiaten in de visie te dichten en het volk zand in de ogen te strooien. President Wijdenbosch heeft zich ontpopt tot een ware kunstenaar in het maken van verbale stofwolken.

Overigens wordt niet alleen in de politiek het Nederlands aangewend als weermiddel. Zo maakte ik laatst in een overvolle bus mee hoe twee creoolse volksmeiden, die in onvervalst Surinaams een geanimeerd gesprek voerden, de versierpogingen van een jongeman afkapten. Steeds als hij zich in hun gesprek wilde mengen, dienden de meisjes hem in het Nederlands van repliek. Na enkele onbeholpen pogingen droop hij af, omdat hij in het Nederlands slecht van de tongriem gesneden bleek. Ik had niet eerder meegemaakt dat het taaltje zo kil werd gebruikt om bij ongewenst contact afstand te creëren.

Tijdens de discussie met de jonge Surinamer verduidelijkte de NDP-parlementariër de politieke patstelling aan de hand van het relaas van twee ezels. Hun staarten zijn aan elkaar gebonden. Beide hebben een hoopje mals gras voor zich liggen, waar ze tegelijkertijd op af willen. Het enige dat ze bereiken is dat hun staarten nog pijnlijker en vaster in de knoop raken. Uiteindelijk begrijpen de ezels dat ze om beurten hun hoopjes kunnen verorberen. 'En dat laatste inzicht ontbreekt in Suriname', zei de NDP'er. 'Als ezels dat kunnen bedenken, waarom wij dan niet?'

Naast moeilijke termen is beeldspraak een belangrijk ingrediënt in het Surinaamse politieke betoog. Zo kon het gebeuren dat de demonstranten uren in de brandende zon politieke sprekers moest aanhoren, zonder dat er echt iets inhoudelijks of contreets werd gezegd. Een coalitiepartner van Wijdenbosch zei over de pogingen van de oppositie de regering naar huis te sturen: 'De garnalen zijn een gevecht aangegaan met de kaaimannen. Maar wacht maar tot de kaaimannen hun kaken dichtslaan, dan is afgelopen.'

Tussen de beeldspraken door kwam hij voornamelijk met vuilspuiterij - het derde belangrijke ingrediënt in het Surinaamse politieke debat. Volgens hem was niet 'nearbanker' Roep, die honderden mensen heeft opgelicht met zijn piramidespel, de 'grootste boef', maar de vorige regering. 'Zij heeft de gehele middenstand kapotgemaakt.' 'We zouden niet schelden', riep een betoogster. 'Ik ben gekomen om te luisteren naar onze toekomstplannen.' Haar oproep was tevergeefs.

Over het regeringssucces zei de coalitiepartner: 'Ze dachten dat we eendaagse kuikens waren, maar we blijken kippen en hennen te zijn.' Bewust citeer ik 'eendaagse', want Surinamers zijn ook kampioen verkrachters van Nederlandse uitdrukkingen. Niet verwonderlijk, want uitdrukkingen zijn vaak afgeleid van culturele verschijnselen. Ik nam dus ook niet de moeite een taxichauffeur te corrigeren toen hij - vertellend over zijn dagelijks gehossel - om de haverklap zei: 'Het gaat niet in je gescheurde kleren zitten.' Gezien zijn dagelijkse economische worsteling kon ik me deze 'versurinamisering' wel indenken.

Het aantal demonstranten viel vies tegen. Bouterse had hoog van de toren geblazen om tienduizenden op de been te krijgen. Desondanks zong hij: 'We gaan nog niet huis...'

De vraag is maar of een andere regering de oplossing is. Een vrouw die niet gecharmeerd is van Bouterse en kornuiten, maar evenmin van de oppositie, uitte zich ook in beeldspraak: 'Ach, het is een keuze tussen Dracula en Frankenstein.'