VERANTWOORD ONDERNEMEN

EEN 'toestand van verbroedering die zo dikwijls door menschenvrienden is gedroomd', dat was de situatie waarnaar Europa op weg was volgens de jurist Asser....

Een praktisch onschokbaar geloof in de zegeningen van vrijhandel kenmerkte veel liberalen uit de vorige eeuw. Naarmate de handel tussen volkeren zou toenemen, zou de onderlinge economische afhankelijkheid groeien en de noodzaak verdwijnen om rijkdom door middel van het voeren van oorlog te verwerven.

In Richard Cobden had het liberale geloof een van zijn meest vurige verkondigers. Op zijn vele reizen was de Brit overtuigd geraakt van belang van vrije economische betrekkingen. Het ongestoord met elkaar kunnen handelen brengt mensen tot elkaar en doet de scheidslijnen van ras, taal en geloof verdwijnen. Interdependentie verkleint tevens sterk de kans op gewapende conflicten. Het beste buitenlands beleid was in de ogen van Cobden géén buitenlands beleid. Alleen vrije economische transacties tussen individuen waren nodig. In deze transacties zag de apostel van het vrijhandelsevangelie the Grand Panacea, een wondermiddel dat uiteindelijk wereldvrede zou bewerkstelligen.

De interdepentiegedachte die door klassieke liberalen als Cobden werd uitgedragen, beleefde ruim twintig jaar geleden een opmerkelijke revival. De anti-kernwapen-beweging pleitte toen voor nauwere economische en culturele betrekkingen van het Westen met het Oostblok. Door een sterkere wederzijdse afhankelijkheid zou een groter begrip voor elkaar ontstaan en de basis worden gelegd voor voorspoed en geluk.

Nauwe banden werden, vreemd genoeg, evenwel niet overal waardevol geacht. Progressieve geesten die graag westerse bedrijven zagen investeren in Oost-Europa, wensten economische sancties tegen Latijns-Amerikaanse dictaturen. Het isolement van Cuba door de VS werd als hardvochtig en zinloos van de hand gewezen, terwijl tegelijkertijd over elk contact met Zuid-Afrika de banvloek werd uitgesproken. Nu de socialistische arbeidersparadijzen nagenoeg verdwenen lijken, is een pleidooi voor het verbreken van economische banden met naties die het niet zo nauw nemen met de mensenrechten, weer een blijk van progressieve gezindheid. Zo voeren PvdA, SP, FNV en CNV actie tegen nieuwe investeringen in Birma.

Verontwaardigd was dit linkse verbond dan ook over het nieuws dat een dochterbedrijf van IHC Caland een drijvende olieopslag voor de Birmese kust gaat bouwen. Met een militaire dictatuur behoor je geen zaken te doen, hoorden we de afgelopen dagen geregeld; het Nederlandse bedrijf zou moeten afzien van de miljoenenorder.

De opwinding over het project van IHC Caland doet enigszins curieus aan. Het is nog niet zo lang geleden dat de Nederlandse minister van Economische Zaken glunderend door China liep om daar, samen met een enorme delegatie van ons bedrijfsleven, opdrachten binnen te slepen. Het goedkeuren (of gedogen) van investeringen in de mensenrechtenschendende Volksrepubliek en het oproepen tot een boycot van Birma, dat is wel erg sterk meten met twee maten.

Daar komt bij dat de geschiedenis heeft laten zien dat boycots nauwelijks effect sorteren, ja zelfs soms eerder averechts werken. Helemaal weinig gevolgen vallen te verwachten als de sancties, zoals in dit geval, niet wereldwijd worden getroffen. De Europese Unie heeft bijvoorbeeld geen boycot afgekondigd tegen Birma, dat zeker ook niet wordt gemeden door de Aziatische landen waarmee het in de Asean verenigd is.

Het afzien van de bouw van de Birmese olieopslagplaats door IHC Caland betekent dus eenvoudig dat een ander buitenlands bedrijf het project overneemt. Dit zal Jan Marijnissen ongetwijfeld verheugen, maar de Birmezen zijn er niet mee geholpen en het Nederlandse bedrijfsleven lijdt dus onnodig schade.

IHC Caland heeft niet zo'n geweldige woordvoerder in president-directeur J.D. Bax, die het publiekelijk verdedigen van zijn stellingname duidelijk nog moet leren. Zijn geringe vaardigheid in het bespelen van de media wordt gelukkig gecompenseerd door durf en onverstoorbaarheid.

Twee jaar geleden besloot Heineken zich terug te trekken uit Birma. De brouwerij liet zich van de wijs brengen door een aantal mensenrechtenactivisten, wier mening verward werd met 'de' publieke opinie. Het enige gevolg van deze trieste aftocht was dat de plaatselijke bevolking nu Deens in plaats van Nederlands bier drinkt.

Bax valt te prijzen omdat hij beseft wat zaken doen inhoudt. Hij is niet bezweken voor de roep om symbolische politiek, die slechts de buitenlandse concurrentie vrij spel geeft, en heeft, zonder rechtsregels te overtreden, de continuïteit van zijn bedrijf voorop gesteld. Dit is geen kwestie van principes overboord zetten. Zoiets heet verantwoord ondernemen.

Meer over