Venster naar een andere wereld Argentinië Salta

Patagonië is prachtig, maar de Argentijnse wijnprovincie Salta is intenser. Eric van den Berg ontdekt een verborgen koninkrijk...

Er is een druif naar haar genoemd: de Ana Lucia, een kruising tussen een Malbec, een Sauvignon en een Tannat. Vijfduizend struiken met de vruchten die haar eren staan te schitteren in de zon op het landgoed van haar vader, Finca Las Nubes. Ze zullen, weet ze, belanden in een ‘intense’ wijn.

Alles in Salta is intens. De provincie in het noordwesten van Argentinië heeft iets rauws, iets heftigs, iets onwezenlijks. Vanuit het niets eigenlijk, als je bij de hoofdstad begint, die De Mooie wordt genoemd: Salta La Linda. Waar enkel de markt, met wijnen, leren riemen, zelfgemaakte taarten en mate-bekers, verraadt wat er in het achterland is te verwachten.

Via weg 33 naar Ruta 40, waarover ook Che heeft gereisd. Eerst een gewoon dorp met een wel erg groot Christusbeeld, dan een slingerende bergweg die af en toe een bergstroompje kruist, een mist die je echt dicht mag noemen, en dan plots een bord met: Piedra del Molino, 3348 meter boven zeeniveau. Kennelijk een mijlpaal. Hier begint het.

De mist uitrijden is als een venster openslaan naar een andere wereld. Met gravel en zand in plaats van asfalt. Met cactussen die naar de sneeuwtoppen aan de rand van de Andes wijzen. Boeren leggen hun duizenden paprika’s te drogen in de zon, geiten wandelen blind de weg op. Over 15 kilometer doe je gerust een uur. Wijngaarden lijken hier verstopt om nooit te worden gevonden.

Dat is wat Ana Lucia Mounier bedoelt, sinds kort gastvrouw op de wijngaard van haar vader in Cafayate. ‘Kijk naar het landschap. Naar het karakter. De mensen. De druiven representeren dit land.’

Rood, oker, geel, groen, blauw, wit – alles in een helderheid die je niet gelooft. Van de zoutvelden Salinas Grandes tot de gaten in de weg door de Calchaquíes’-vallei.

Salta is een parel, provincie én stad. Argentijnen in Buenos Aires antwoorden met een verlangende verzuchting als je zegt dat je ernaartoe gaat. Zelf zijn ze er vaak nog niet geweest, en de meeste toeristen gaan bijna automatisch naar Patagonië, de watervallen van Iguazú, of naar Mendoza.

Daar komt verreweg de meeste wijn vandaan. Maar de provincie Salta, die twintig ‘boetiekwijngaarden’ heeft aan de Ruta del Vino, levert zo’n driekwart van Argentiniës beste wijnen, met name de witte Torrontés. De meeste wijnboeren zitten in en rond de stad Cafayate, het toeristische hart van de regio, maar sommigen vind je achter of op een bergrug. Daar kom je niet zomaar met de bus, daar hobbel je heen – continu sturend, op- en terugschakelend, in een grote, hoge Ford Ranger.

In Salta hangen de druiven hoog. De zon schijnt er intens, en het temperatuurverschil tussen dag en nacht is enorm, vaak meer dan 20 graden. Wat, weten de kenners, goed is voor een stevige schil, en de hoeveelheid polyfenol, een van de gezonde bestanddelen van wijn.

De gemiddelde hoogte van de wijngaarden in Salta is bijna 1700 meter. Ook de hoogst gelegen wijngaard ter wereld is er te vinden: Colomé Altura Máxima, in het plaatsje Payogasta, op 3002 meter. Vraag er naar de weg en je krijgt als antwoord: vanaf het kerkhof richting de berg rijden.

De Malbec-druiven die tegenover de Nevado de Cachi (6380 meter) groeien zijn van de Zwitserse multimiljonair en kunstverzamelaar Donald Hess, die al wijngaarden had in Californië, Zuid-Afrika en Australië. Hij heeft er sinds 2001 ook vier in Salta. Van een bodega, nota bene de alleroudste van het land (1831), heeft hij een luxueus hotel gemaakt. In de eetzaal hangt een Matisse uit 1952, een echte, in de leeskamer ligt op tafel het boek The Hess Collection.

Het echte Salta is buiten. Het dorpje dat ook Colomé heet, drijft op de wijngaard. Driehonderd mensen wonen er, bijna iedereen werkt bij Hess, ‘zijn’ schooltje met twee lokalen loopt goed, het voetbalteam draagt shirtjes met zijn logo.

Alsof we in een verborgen koninkrijk rondrijden. Of door een decor dat na ons vertrek weer wordt afgebroken.

Behalve dan in Cafayate zelf, waar toeristen elkaar treffen bij tours in het Engels of proeverijen. Of bij de ijsboer/galerie Helados Miranda, genoemd naar ijsmaker/schilder Ricardo Miranda, de ‘uitvinder’ van het wijnijs. Een bolletje Torrontés- of Cabernet-ijs schept hij voor 3 pesos. Al een jaar of vijftien, sinds Ricardo (74) een droom had (‘dat ijs moet je maken’, zei een stem). Waarna hij is gaan rondvragen hoe ijs maken nu eigenlijk moest.

‘Tuurlijk zit er alcohol in. Er zit wijn in, echte wijn.’ Een kind van 6 zou hij het ook zo geven, dat kan best. ‘Maar wel oppassen: je moet het niet te snel eten, want dan stijgt het naar je hoofd.’

Twee bolletjes, het kan. Auto in. Over bruinrode hoogvlaktes, door groene dalen. Langs rotsen die eruitzien als pijlen (en ook zo heten, Las Flechas) of als een obelisk (El Obelisco). Tot bij het plaatsje La Viña weer de mist begint. Alsof het venster wordt gesloten, en Salta eigenlijk niet kán bestaan.

Meer over