Veiligheid is niet langer ondeelbaar

De veiligheid van Europa is in handen van een ratjetoe van organisaties, die allemaal hun best doen zo belangrijk mogelijk te lijken....

DE organisatie van de Europese veiligheid lijkt nergens naar. Instellingen die waren toegerust voor de Koude Oorlog mogen hun voortbestaan verzekeren door zichzelf nieuwe functies toe te kennen en het lidmaatschap te verbreden. Leidraad is niet het organiseren van de toekomst, maar het reorganiseren van het verleden. Het voorlopige resultaat is een ratjetoe van elkaar overlappende en soms rivaliserende instituties: VN, OVSE NAO, EU, WEU, PVV, NASR, Raad van Europa.

Ministers verbloemen de identiteitscrisis van deze politieke relikwieën door voortdurend te doen alsof hun belang juist is toegenomen. Het oppoetsen van het profiel van elke instelling afzonderlijk werkt echter alleen maar verdere chaos in de hand.

Een fundamenteel verschil met de situatie van voor de val van de Muur is dat veiligheid niet langer ondeelbaar is. De Amerikanen maakten geen verschil tussen de veiligheid van hun eigen land en die van Europa. Het disciplinerende karakter van de nucleaire tweedeling van ons continent liet geen ruimte voor gewelddadige conflicten, zoals nu in Bosnië of in de Kaukasus. In de huidige, diffuse situatie is dit wel het geval. Vooral hierdoor is de Amerikaanse betrokkenheid veel minder voorspelbaar.

De historisch bepaalde angsten van de Polen worden niet noodzakelijkerwijs door de Portugezen gedeeld. Het Algerijns fundamentalisme wordt in Frankrijk anders ervaren dan in Finland. Waar het ene land zich militaire en financiële offers getroost, laat het andere het afweten.

Het probleem van de (on)deelbare veiligheid is politiek actueel door het debat over het al dan niet uitbreiden van de NAVO en de Raad van Europa. Als er sprake zou zijn van ondeelbare veiligheid zouden alle landen op ons continent overal lid van moeten zijn. Voorzover staten bewust buiten bepaalde organen worden gehouden zal dat worden opgevat als het institutionaliseren van tegenstellingen.

Welke goede reden we ook mogen hebben om de EU, WEU en de NAVO uit te breiden en de Russen buiten de Raad van Europa te houden, we creëren hiermee de nieuwe tweedeling in ons werelddeel, die niemand zegt te willen. Natuurlijk biedt integratie geen garantie voor verbetering van de (mensenrechten)situatie in Rusland, zoals Baehr en Zwaak (Forum, 17 februari) stellen. Het vergroot echter wel de kans erop. Rusland in een isolement manoeuvreren zou een blunder van historisch formaat zijn.

Verbreding van de veiligheidssamenwerking naar pan-europese schaal draagt echter het risico in zich van besluiteloosheid en ineffectiviteit. Zo gaat de OVSE duidelijk gebukt onder haar uitgebreide samenstelling. We moeten af van het idee dat elk land zich in gelijke mate overal mee moet kunnen bemoeien. Het komt er op aan alleen die staten bij een probleem te betrekken die een substantiële bijdrage aan de oplossing kunnen leveren.

Dan zal het doorgaans gaan om staten die bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen voor de uitvoering van de beslissingen. Omdat de instabiliteit in Oost-Europa het grootst is, ontkomen we niet aan een belangrijke rol voor Rusland.

Gezien het diplomatiek en militair vermogen van de Amerikanen ligt het voor de hand hen zo veel mogelijk bij onze veiligheid te betrekken. Zeker zolang wij Europeanen niet in staat zijn om onze eigen boontjes te doppen. Zolang de Verenigde Staten terughoudend blijven, terwijl ook Europa tekortschiet, zoals lange tijd in Bosnië, ziet het er bijzonder slecht uit voor de vrede. Maar ook als de Europeanen wèl willen ingrijpen, maar Uncle Sam niet, is er een probleem.

De NAVO heeft weliswaar besloten in principe in zo'n geval alle nodige (lees Amerikaanse) middelen ter beschikking te stellen, maar de concretisering van deze beslissing stuit op grote problemen. Het komt erop neer dat Washington niet wenst mee te werken, ook niet indirect, aan militaire operaties waar zij het niet mee eens is. We staan dus voor de keus: of voorlopig verregaand afhankelijk blijven van de VS, of zelf de peperdure logistieke faciliteiten aanschaffen.

Totale Europese onafhankelijkheid lijkt niet urgent en is op korte termijn financieel onhaalbaar. Wel zouden we stap voor stap naar een grotere autonomie van de Europese defensie moeten toewerken.

Op de middellange termijn zal vooral de samenwerking tussen de bestaande instellingen moeten worden verbeterd. De relaties tussen de VN en OVSE, VN en NAVO, maar ook tussen NAVO en WEU verdienen een plaats bovenaan de agenda. De WEU moet opgaan in de Europese Unie. Gefuseerd dienen zij in NAVO-kader als een zelfstandige pilaar te kunnen functioneren. De NASR en het PVV moeten worden samengevoegd om op te kunnen gaan in de NAVO-nieuwe stijl.

Het streven voor de langere termijn zou gericht moeten worden op een verregaand gestroomlijnd Europees veiligheidssysteem. Dit vergt een onttakeling van het bizarre mozaïek van instituties. Als hoogste politieke besluitvormingsorgaan zou een geherstructureerde Veiligheidsraad van de VN kunnen dienen. Deze zou veel meer dan tot nu toe kunnen worden gedecentraliseerd.

Thans kan bij toerbeurt elk lidstaat in de Raad gekozen worden. Maar waarom zou Chili moeten meebeslisen over een minderheden-conflict tussen Roemenië en Hongarije? Is het nodig dat Griekenland zich bemoeit met het grensgeschil tussen India en Pakistan?

Gedacht kan worden aan een Europese tak van de Raad, waarin de belangrijkste landen op ons continent een permanente zetel bezetten. Of aan het bestaande orgaan in New York dat in zo'n (wisselende) samenstelling bijeenkomt, dat recht wordt gedaan aan het probleem dat ter tafel ligt.

Aan deze Europese Veiligheidsraad zou het huidige VN- en OVSE-instrumentarium voor preventieve diplomatie opgehangen kunnen worden. Voor de uitvoering van vrede-bewarende en -afdwingende operaties kan een structuur ontwikkeld worden waarvan de NAVO-nieuwe stijl de kern vormt.

Het Atlantisch Bondgenootschap zou zich kunnen opsplitsen in twee gelijkwaardige delen. Het ene zou gebaseerd zijn op collectieve zelfverdediging en een gedeeltelijk geïntegreerde militaire structuur. Het aantal leden hiervan blijft beperkt. Het andere deel zou zich geheel toeleggen op vredesoperaties. Het lidmaatschap hiervan zou ook voor Oost-Europa moeten openstaan met inbegrip van Rusland en Oekraïne. Hierdoor zou het gevaar van de NAVO als splijtzwam kunnen worden ondervangen.

Er zijn ook andere toekomst-scenario's denkbaar. Maar wie de vrede en veiligheid in Europa ter harte gaat, mag een fundamentele discussie hierover niet uit de weg gaan.

Bob van den Bos

De auteur is politicoloog en buitenlandwoordvoerder van de Tweede-Kamerfractie van D66.

Meer over