Veiligheid is een illusie

De samenleving is vergeleken met honderd jaar geleden veel minder gewelddadig. Toch voelen veel mensen zich onveiliger, wat afbreuk doet aan hun geluksgevoel....

DE DADER HEB ik nooit gezien. Toen ik weer bij bewustzijn kwam, was hij allang verdwenen. Ik zag alleen mensen over me heen gebogen met bezorgde gezichten. Mijn tand was door mijn lip geslagen. Met mijn hand moest ik mijn wang over mijn hoektand tillen. Later vertelde mijn twee vrienden dat ik in een moment van overmoed een trap had gegeven tegen een geplet blikje bier. Dat is 's avonds laat op het Leidseplein natuurlijk vragen om moeilijkheden. Het blikje stuiterde in de rondte en raakte een vrouw. Voor haar vriend was het een ultieme belediging die gewroken moest worden. Hij tikte mij op mijn schouder en sloeg me, toen ik me beleefd had omgedraaid, met een ferme stoot knock-out.

Het was niet de eerste keer dat ik klappen kreeg. Meestal kon ik het enigszins begrijpen. Een grote mond en weinig spieren, het is geen gelukkige combinatie. Maar het kon me ook gebeuren dat ik geen woord met iemand wisselde. Een keer wekte mijn verschijning zoveel irritatie op bij een passerende fietser dat hij mij in het voorbijgaan tegen de grond mepte. Laatst nog vonden twee jongens op een scooter het leuk om hun grote beker Cola van McDonalds waarin nog flink wat ijs zat van dichtbij tegen mijn gezicht te smijten. Na zulke incidenten ben ik steevast verbijsterd. Waarom doen mensen dat? Wat is hiervan de lol?

Het zijn incidenten die moeiteloos passen in cultuurpessimistische verhalen over de verloedering van de samenleving. Sommige mensen spreken in navolging van de Duitse schrijver Hans Magnus Enzensberger zelfs apocalyptisch over een moleculaire burgeroorlog. Toch hebben de gebeurtenissen mij niet blijvend verontrust. Net zo min als andere misdaden en overtredingen waarvan ik slachtoffer ben geworden. Mijn zakken zijn gerold, fietsen en autoradio gejat, en een oplichter is er met een deel van de erfenis van mijn vader vandoor gegaan.

Het is allemaal naar, maar bang of wantrouwend ben ik er niet van geworden. Misschien omdat ik nooit heb gedacht dat de wereld ongevaarlijk was. Misschien omdat ik weet dat het slaan vanzelf stopt als je bij een vechtpartij niets terugdoet. Misschien omdat ik, bekomen van de verbijstering, de schade steeds kon relativeren. Het is tenslotte maar geld, en blauwe plekken helen.

Angst is een vloek. Gevoelens van onveiligheid kunnen een verlammende werking hebben. Mensen durven 's avonds de straat niet meer op en trekken zich terug. Laatst zat ik bij een lunchvoorstelling in Amsterdam, met een zaal vol grijze koppen. Een dame vertelde dat ze alleen nog naar lunchvoorstellingen ging omdat ze 's avonds de stad niet in durfde. Vreselijk. Want ze hield zo van theater.

Het liefst zou je tegen zo'n dame schreeuwen: laat je niet wegpesten, zo gevaarlijk is het niet in de stad. En zelfs al word je een keer beroofd, dan is dat toch veel minder erg dan nooit meer 's avonds naar toneel gaan terwijl je daar zo van houdt? Maar tegen bange mensen mag je nooit zeggen dat ze zich aanstellen, want dan neem je ze niet serieus. Je mag nooit beweren dat hun angst een groter probleem is dan het gevaar dat ze vrezen.

Toch is dat wat uit de statistieken spreekt. De bangste mensen moeten niet worden gezocht onder de mensen die het meeste gevaar lopen, maar onder mensen die een relatief kleine kans hebben slachtoffer te worden van geweld of criminaliteit. Niet de bewoner van de binnenstad, maar die van een Vinex-locatie kent de grootste angst. Niet de jongens, maar de meisjes. Niet de jongeren, maar de ouderen. Niet de zwarten, maar de witten. Waar telkens de eerste groep het meeste gevaar loopt, is bij de tweede de angst het grootst. De onbekendheid met het gevaar vergroot de angst.

In zijn boek De angstmachine geeft de filosoof René Boomkens een prachtige reconstructie van dit mechanisme. Hij stelt dat de samenleving in vergelijking met honderd jaar geleden veel minder gewelddadig is geworden. Vroeger werden ruzies veel vaker met een vuistgevecht beslecht. Toch voelen veel mensen zich nu onveiliger. Volgens hem komt dit doordat we ons leven zo op orde hebben dat we slecht met tegenslagen kunnen omgaan. We weten niet meer hoe we aan geweld een plaats kunnen bieden in ons leven en dus moet het worden uitgebannen. Maar hoe beter het ons lukt, hoe groter de angst voor het geweld wordt. Het is een logica die rijken ertoe verleidt zich terug te trekken in beveiligde wijken. Zo willen ze de onaangepasten buitenhouden, maar ze sluiten in feite zichzelf op.

Het verhaal van Boomkens is geen poging het criminaliteitsprobleem te ontkennen. Vorig jaar is, zo blijkt uit de ICVS, een internationale criminaliteitsstatistiek, een kwart van de Nederlanders slachtoffer geworden van een misdrijf. Het is dan ook terecht dat criminaliteit de laatste jaren een belangrijke plek heeft gekregen op de politieke agenda. Het is echter maar de vraag of met meer blauw en meer juridische regels de onveiligheidsgevoelens werkelijk kunnen worden uitgebannen.

Sinds 1 april is het mogelijk drugsverslaafden die gepakt worden voor misdaden waar een halfjaar gevangenisstraf op staat, verplicht te laten afkicken. Ze kunnen daarvoor twee jaar worden vastgehouden. Ad Smit, politiecommissaris van de Amsterdamse binnenstad, verwacht veel van deze nieuwe maatregel, omdat een groot deel van de veelvoorkomende criminaliteit wordt veroorzaakt door een kleine groep junks.

Maar die te verwachten daling van de criminaliteit leidt niet per se tot een vergroting van het gevoel van veiligheid. Twintig jaar geleden hadden de bewoners van de Nieuwmarktbuurt in Amsterdam reden om te klagen. De verloedering en de overlast van junks waren groot. Inmiddels gaat het met de buurt veel beter. Het aantal klachten neemt volgens Smit echter niet af. Het zijn wel andere bewoners die klagen, niet de oude garde, maar de yuppen die er juist door de verbetering van de binnenstad zijn komen wonen. Voor hen is elke junk er een te veel. Volgens Smit is inmiddels niet de criminaliteit, maar de dalende tolerantiegrens de grootste bedreiging van de leefbaarheid van de stad. De veelgehoorde pleidooien voor zero tolerance versterken deze tendens. Alleen 100 procent veiligheid is genoeg.

Deze collectieve smetvrees openbaart zich niet alleen op het gebied van de openbare orde. Ook op andere terreinen is veiligheid een geloofsartikel geworden. De kans dat mensen in Nederland Creutzfeldt-Jacob krijgen door het eten van met BSE besmet vlees is verwaarloosbaar. Desalniettemin ruilen mensen massaal hun runderlapjes in voor vegetarische vleesvervangers. Om het consumentenvertrouwen te herstellen, zijn peperdure maatregelen nodig. Toch durft geen politicus stelling te nemen tegen de volkspsychose en de zin van deze gigantische uitgaven in twijfel te trekken.

De sociologen Hans Boutellier en Bas van Stokkom stellen in Justitiële Verkenningen dat veiligheid en gezondheid de hoogste politieke idealen zijn geworden. Zij menen dat de verzorgingsstaat zo langzamerhand is ingeruild voor een veiligheidsstaat. 'Het streven welzijn te vergroten (bieden van voorwaarden voor zelfontplooiing) is afgelost door het streven gevaren en risico's te reduceren.' De politiek heeft niet meer een positieve inzet, maar reageert op angsten en onzekerheden. De angst voor migratie, criminaliteit, drugs en milieuverontreiniging.

De Franse filosoof Alain Gérard Slama, aan wie zij hun analyse ontlenen, vreest dat dit nieuwe uitgangspunt leidt tot een verlicht totalitarisme. Omdat niemand tegen veiligheid en tegen gezondheid is, gaat de overheid zich verregaand met ons bemoeien om ons tegen onszelf te beschermen: gordels om, helmen op, niet te vet eten, veel bewegen, slechts met mate drinken en vooral nooit, nee nooit roken.

Slama suggereert dat het gezondheids- en veiligheidsideaal aan de burgers is opgedrongen. Het tegenovergestelde lijkt waarschijnlijker. De burger dringt de overheid haar obsessie op. Voor de burger is niet alleen geweld, maar elk risico in toenemende mate onverdraaglijk. Dus moeten na elke ramp garanties worden gezocht dat dit 'nooit meer' kan gebeuren. Dat die garanties mogelijk leiden tot het faillissement van talloze vuurwerkbedrijfjes omdat de regels van Pronk te streng zijn, wil niemand meer weten.

Het is zelfs mogelijk dat mensen last krijgen van de maatregelen die ze zo heftig bij de overheid hebben bepleit. Toen in Mill in Noord-Brabant een tijdelijke noodvoorziening kwam voor asielzoekers eisten de dorpsbewoners meer politietoezicht. Volgens Trouw hebben de omwonenden inmiddels om minder politie-aandacht gevraagd, omdat de sterke arm niet alleen de vreemdelingen in de gaten houdt, maar ook Brabanders zonder achterlicht zonder pardon bleek te bekeuren.

Drie maanden geleden werd bekend dat eenderde van de kinderen in Amsterdam tussen de 7 en de 9 jaar nooit buiten spelen. Dat fenomeen doet zich in alle westerse steden voor. In Engeland is inmiddels geconstateerd dat kinderen die in een erg beschermde omgeving zijn opgevoed, een grotere kans lopen slachtoffer te worden van ongelukken dan kinderen met een lossere opvoeding.

'Als kinderen opgroeien, moeten ze het vermogen ontwikkelen risico's in te schatten, de mogelijkheid krijgen zelf dingen uit te zoeken en gevaren te ontdekken', aldus een medewerker van Rospa, een Britse stichting die zich bezighoudt met het voorkomen van ongelukken, in The Guardian. De gewoonte kinderen altijd maar van en naar school te brengen, is volgens hem op lange termijn schadelijk. Het zou zelfs kunnen leiden tot meer dode kinderen in het verkeer. 'Omdat kinderen niet meer naar school wandelen, verliezen ze de bekwaamheid hun mogelijkheden zelf in te schatten.'

De obsessie met veiligheid en gezondheid dreigt zo zelf een van de grootste belemmeringen te worden voor een prettig leven. Het creëert een permanente existentiële twijfel, vooral omdat mensen van veel dingen het gevaar niet goed kunnen inschatten. Er zijn meer mensen bang voor het vliegtuig dan voor de auto, terwijl de kans op een dodelijk ongeluk met dat laatste vervoermiddel een stuk groter is. Hilarisch is het voorbeeld van de man die met een shagje in zijn mond klaagt over de vervuilde grond waarop zijn huis is gebouwd. Of al die arme rokers van light-sigaretten. Doen ze zo hun best om een beetje minder ongezond te leven, blijkt dat je van het roken van light-sigaretten eerder doodgaat. Het veroorzaakt een ander soort kanker, dieper in de longen, die later wordt ontdekt en vaker is uitgezaaid.

Toch zit er een logica in al deze voorbeelden van zelfbedrog. Om dat te begrijpen moeten we een onderscheid maken tussen gevaren en risico's. Gevaren zijn kansen op een ongeluk waar het mogelijke slachtoffer geen enkele greep op heeft, risico's zijn kansen op een ongeluk die het mogelijke slachtoffer welbewust neemt. Mensen kunnen veel beter met risico's leven dan met gevaren. In een vliegtuig zijn mensen overgeleverd aan een goed opgeleide piloot, in hun auto zijn ze op zichzelf aangewezen. Toch zijn ze daar minder bang, omdat ze het gevoel hebben het zelf in de hand te hebben.

Mensen zijn geneigd onveiligheidsgevoelens te bestrijden door van gevaren risico's te maken en zo de suggestie te wekken dat het onheil beheersbaar is. Dus slikken ze massaal vitamines. En wie bang is op straat, gaat een cursus zelfverdediging volgen. Na zo'n cursus voelen de deelnemers zich niet langer weerloos. En dat gevoel is bevrijdend, ook al is het raadzaam als je echt overvallen wordt, niet te proberen de overvaller in zijn ballen te trappen of zijn duimen te grijpen en hem naar de grond te drukken. Dat is namelijk echt gevaarlijk.

Jezelf wijsmaken dat je risico's onder controle hebt, heeft echter een groot nadeel. Het stimuleert het schuldgevoel. Tallozen in Nederland hebben het gevoel dat ze tekortschieten omdat ze te vet eten, te weinig bewegen of nog altijd roken. Het versterkt bovendien de neiging van slachtoffers zichzelf de schuld te geven van hun onheil. Dit averechtse effect treedt bijvoorbeeld op bij seksuele intimidatie. Juist omdat de voorlichting erop hamert nee te zeggen als je niet wilt, verwijten slachtoffers van ongewenste intimiteiten zichzelf vaak dat ze niet duidelijk genoeg zijn geweest.

Veiligheid is een illusie. Daarom is het beter onze controledwang in te tomen en gevaren doelbewust te negeren. Voor jonge ouders is niets erger dan een cursus eerste hulp aan kinderen. Dagenlang worden ze geteisterd door demonische angsten voor wat allemaal kan gebeuren. Wie veiligheid relativeert, leeft een stuk prettiger. Misschien worden we een keer beroofd of geslagen en natuurlijk zondigen we vaak tegen de calvinistische gezondheidsmoraal, maar deze onvoorzichtigheid is duizendmaal aantrekkelijker dan te leven in de ban van een verlammende angst.

Meer over