Nieuws

Veel vandalen hoeven forse schade coronarellen niet te vergoeden

Het merendeel van de vandalen die vernielingen aanrichtten of winkels plunderden tijdens de rellen die volgden na het invoeren van de avondklok een jaar geleden, hoeven geen schadevergoeding te betalen. Dat blijkt uit cijfers die de Volkskrant heeft opgevraagd.

Menno van Dongen
Ferdinand Grapperhaus als demissionair minister van Justitie en Veiligheid bij de inloop van de laatste ministerraad op 7 januari. Beeld Remko de Waal / ANP
Ferdinand Grapperhaus als demissionair minister van Justitie en Veiligheid bij de inloop van de laatste ministerraad op 7 januari.Beeld Remko de Waal / ANP

Na de rellen begin vorig jaar zei minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid dat alles op alles moest worden gezet om de schade ‘tot de laatste cent’ te verhalen op ‘dat tuig’. Het Openbaar Ministerie (OM) waarschuwde toen dat rellende tieners ‘hun dure scooter of kostbare jas’ op het spel zetten. Daar is weinig van terechtgekomen, zo blijkt. De kosten worden vooral gedragen door verzekeraars en de overheid.

Tot dusver stonden ongeveer driehonderd vandalen voor de rechter wegens deelname aan of opruien tot coronarellen in de periode van 23 tot en met 26 januari 2021. Toen werd massaal geprotesteerd tegen het instellen van de avondklok. In een kwart van de afgehandelde zaken, om precies te zijn zeventig keer, is schadevergoeding opgelegd. Vaak in combinatie met een andere (cel)straf.

Miljoenen schade

Uit mediaberichten over individuele rechtszaken blijkt dat het gaat om minimaal enkele honderdduizenden euro’s schadevergoeding. Hoeveel exact, is onbekend. Het OM, de Raad voor de Rechtspraak en het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) konden hierover de afgelopen weken geen duidelijkheid verschaffen.

De totale kosten zijn veel hoger. Volgens het Verbond van Verzekeraars bedraagt de verzekerde schade van de ‘avondklokrellen’ grofweg 1 miljoen euro. Dat is exclusief vernielingen aan onder meer overheidsgebouwen, politieauto’s, bushokjes, lantaarnpalen en fietsen. Het gaat om miljoenen; alleen al rond het NS-station van Eindhoven is voor zeven ton schade aangericht.

De hoogste schadevergoeding, tachtigduizend euro, werd opgelegd aan een 36-jarige man uit Eindhoven. Tijdens rellen in die stad, zondagmiddag 24 januari 2021, vernielde hij ramen en deuren in het NS-station en een Jumbo-filiaal, stal hij chips en cola en schopte hij iemand in zijn rug. Het leverde hem ook vijftien maanden celstraf op.

Kale kip

Bij zulke forse bedragen is het de vraag of de veroordeelde het kan betalen, zegt Arlette Schijns, advocaat en onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘Van een kale kip kun je niet plukken. Maar het CJIB, dat zulke bedragen int, vindt vaak wel iets om beslag op te leggen.

Als iemand weigert geld af te dragen, kan hij worden gegijzeld. Dan ga je naar de gevangenis.’ Opsluiting kan maximaal een jaar duren, afhankelijk van het bedrag. ‘Daarna moet je die schuld nog steeds betalen.’

Dat de NS schadevergoeding krijgt, komt onder meer doordat het spoorwegbedrijf een onderbouwde vordering heeft ingediend. Veel gedupeerden hebben dat niet gedaan. Ze deden een beroep op hun verzekeraar of kregen geld via crowdfunding, zoals de eigenaar van de Primera in Den Bosch.

‘Als benadeelden ons niet informeren over hun schade, zou ik niet weten hoe we dat op verdachten kunnen verhalen’, zegt Mark van der Wel, woordvoerder van het OM in Rotterdam. ‘We zijn geen schade-experts.’

Helse klus

Tijdens de avondklokrellen in Rotterdam hield de politie talloze mensen aan, van wie er 72 werden aangemerkt als verdachte. Het leidde tot slechts drie veroordelingen tot een schadevergoeding, opgeteld nog geen 23 duizend euro, voor schade aan een gemeentekantoor en een politiebureau.

Van der Wel: ‘Wat het voor ons extra moeilijk maakte, is dat de rellen plaatsvonden in het donker, en dat veel deelnemers mondkapjes, sjaals en capuchons droegen. In zo’n chaos is het een helse klus iemand te koppelen aan specifieke vernielingen. Dat is wel nodig, voor zo’n schadevergoeding.’

Verschillen tussen regio’s zijn groot. Het OM Oost-Brabant slaagde er aanzienlijk vaker in vandalen veroordeeld te krijgen voor coronarellen in Eindhoven en Den Bosch.

Lastige, kostbare procedures

‘Dat voorbeeld verdient navolging’, vindt Schijns. ‘Het vorderen van schadevergoeding heeft nu te weinig prioriteit. Het is in het strafproces een ondergeschoven kindje. Ik merk het ook bij ernstige misdrijven: de nadruk ligt dan op de vraag of de verdachte het heeft gedaan en kan worden bestraft, niet op vergoeding van schade. Na rellen wordt bovendien vaak voor snelrecht gekozen, waardoor claims lastiger te onderbouwen zijn. Voor slachtoffers is dat jammer, zo’n strafzaak is vaak de enige reële kans om via de rechter schadevergoeding te krijgen.’

Voor gedupeerde ondernemers is er ook de Regeling bedrijvenschade coronarellen, voor schade die niet wordt gedekt door de verzekering. Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is daar 36 keer gebruik van gemaakt, voor in totaal 228.150 euro.

De overheid en verzekeraars kunnen proberen schade terug te vorderen van relschoppers, bij de civiele rechter. Volgens Schijns komt het daar zelden van, in de praktijk. ‘Dit zijn lastige, vaak kostbare procedures. En omdat het gaat om relatief kleine bedragen, zijn de kosten groter dan de baten.’