Veel van onze buren zullen tot hun 67ste werken

Ook in omringende landen bereidt men zich voor op de vergrijzing. Is de verhoging van de AOW-leeftijd ook daar een moeizaam proces?...

Duitsland Het is twee jaar geleden besloten, maar de nieuwe Duitse regering van christen-democraten en liberalen zou de definitieve vorm zomaar weer kunnen aanpassen. In maart 2007 stemde Bondsdag in met de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd van 67 jaar. Initiatiefnemer Franz Müntefering, toen minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SPD) noemde de nieuwe wet destijds een ‘onplezierige, maar noodzakelijke maatregel’ tegen de vergrijzing van Duitsland.

De regeling wordt stapsgewijs ingevoerd. Vanaf 2012 worden steeds een paar maanden opgeteld, totdat in 2029 de eerste generatie – geboren in 1964 – op 67-jarige leeftijd met pensioen gaat.

Toen al riepen vakbonden op tot protest; het zou een verkapte pensioenkorting zijn, en tot armoede onder ouderen leiden. In de Duitse verkiezingsstrijd is het thema daarom geregeld teruggekomen.

De CDU van Angela Merkel wil de pensioenverhoging behouden, maar nu zij samen met de liberale FDP gaat regeren, is het afwachten wat er gebeurt. Voorman Guido Westerwelle pleit immers voor een flexibeler pensioengrens.

Verenigd Koninkrijk De discussie over de ouderdomsvoorziening is in Groot-Brittannië al enkele jaren geleden gevoerd. Het grootste struikelblok was hierbij niet de pensioengerechtigde leeftijd, maar de hoogte van de Britse AOW-uitkering. Die is met 95 pond (105 euro) per week laag vergeleken bij Nederland en veel andere landen, sinds begin jaren tachtig onder Margaret Thatcher – bij wijze van bezuiniging – de koppeling met de loonontwikkeling werd losgelaten. Hierdoor zijn veel ouderen die geen extra pensioen hebben opgebouwd, in de loop der jaren in armoede vervallen.

In 2006 nam de Labour-regering de conclusies over van een pensioencommissie, waarbij werd besloten deze koppeling in 2012 te herstellen. Er was sprake van een ruil: om dit te helpen financieren en belastingverhogingen te voorkomen, zal er langer moeten worden doorgewerkt. Vanaf 2024 wordt de Britse AOW-leeftijd stapsgewijs opgetrokken, met als eindpunt een verhoging tot 68 jaar in het jaar 2046.

Voortaan zal, als concessie, dertig jaar werken volstaan om voor een volledige uitkering in aanmerking te komen.

Zweden en Noorwegen Ook in Zweden was er een crisis voor nodig om aan de AOW te tornen. De wijzigingen werden al in de jaren negentig doorgevoerd, toen Zweden kampte met de economische gevolgen van de bankencrisis.

De Zweedse werknemers mogen zelf kiezen op welk moment ze met pensioen willen gaan. De spilleeftijd is 65 jaar. Maar al vanaf 61 kan de Zweed kiezen om te stoppen met werken. Stop je eerder, dan krijg je minder. Werk je door tot 67 dan krijg je meer dan gemiddeld. De hoogte van de uitkering is niet gegarandeerd. Naarmate de levensverwachting stijgt, daalt de uitkering. Zo wordt elke nieuwe lichting geprikkeld langer door te gaan.

In Noorwegen kan men ook zelf kiezen wanneer men stopt – tussen de 62ste en 70ste verjaardag. Een volledige AOW-uitkering krijgt de Noor pas op zijn 67ste.

Meer over