Analyse

Veel sectoren komen handen tekort, en toch is dat niet alleen maar slecht nieuws

De personeelstekorten bij Schiphol staan niet op zichzelf, de krapte op de arbeidsmarkt knelt overal. De grens van ongebreideld groeien lijkt in zicht. Moeten we onze ambities bijstellen?

Marieke de Ruiter
Ook festivals kampen met personeelstekort. Op het Bevrijdingsfestival Brabant in Den Bosch leidde dat deze week tot lange wachtrijen. 
 Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Ook festivals kampen met personeelstekort. Op het Bevrijdingsfestival Brabant in Den Bosch leidde dat deze week tot lange wachtrijen.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Voor het derde weekend op rij verwacht Schiphol grote drukte. Wegens een nijpend tekort aan beveiligers en bagage-afhandelaars moesten tientallen vluchten wederom uitwijken naar andere luchthavens.

Bij een buitenschoolse opvang in Utrecht is zo’n gebrek aan pedagogisch medewerkers dat niet alle kinderen meer kunnen worden opgevangen. Ze zouden soms zelfs worden achtergelaten op het schoolplein.

In Limburg is de meivakantie ondertussen verlengd tot en met de zomer. Dat wil zeggen voor reizigers met de bus: wegens personeelstekorten wordt er voorlopig gereden volgens de vakantiedienstregeling.

De kans dat u dit nieuws niet heeft kunnen lezen in de papieren krant is overigens aanzienlijk – door een schreeuwend tekort aan bezorgers krijgt 10 tot 20 procent van de abonnees zijn krant niet of te laat bezorgd.

De krapte op de arbeidsmarkt knelt aan alle kanten. Niet eerder waren er volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek zoveel vacatures op zo weinig werklozen. Net zoals er nooit eerder zoveel mensen aan het werk waren als in het eerste kwartaal van dit jaar: 9,5 miljoen in totaal. Het zou goed nieuws zijn als het niet had geleid tot zoveel slechtnieuwsberichten. Want vijf dagen per week naar school, een keer per jaar vliegen, elke maand uit eten en elke ochtend een krant; het lijkt een luxe die we ons niet meer kunnen veroorloven.

‘Op drift geraakt’

Helemaal nieuw is de krapte niet. Onder invloed van de vergrijzing, waardoor meer mensen met pensioen gaan dan er starters bij komen, nam de spanning op de arbeidsmarkt de afgelopen jaren al toe. Vlak voor het uitbreken van de coronacrisis bereikte die al een voorlopig hoogtepunt met 68 vacatures op 100 werklozen. De pandemie leidde aanvankelijk tot wat ontspanning – om de trend vervolgens juist te versterken. Inmiddels zijn er 105 vacatures op 100 werklozen.

‘Tijdens de pandemie zijn groepen werkenden op drift geraakt’, legt arbeidsmarktonderzoeker Ronald Dekker van TNO uit. Werknemers uit bijvoorbeeld de horeca, die aan het begin van de crisis op straat werden gezet, gingen aan de slag in groeisectoren, zoals de maaltijd- en flitsbezorging. ‘Terwijl de onderliggende economische activiteit in de sectoren die zij verlieten door de overheidssteun nauwelijks is gedaald en de vraag naar arbeid daar nu onverminderd hoog is.’

Volgens Dekker hebben werkgevers die nu met lege handen staan dat goeddeels aan zichzelf te wijten. ‘Veel werkgevers waren vooral bezig met de angst dat ze wel personeel zouden hebben, maar geen werk. Dat was de belangrijkste drijfveer voor flexibilisering, daardoor konden ze mee-ademen met de economie. Maar nu zitten ze ineens met de keerzijde van die benadering: wel werk, maar geen personeel.’

Werkgevers konden zich die houding volgens hoogleraar arbeidseconomie Joop Schippers van de Universiteit Utrecht permitteren omdat arbeid de afgelopen halve eeuw in overvloed aanwezig was. ‘Nederland is vanwege de open economie altijd erg kwetsbaar geweest voor concurrentie uit het buitenland’, legt hij uit. ‘Bovendien hebben we relatief lang een hoog geboortecijfer gekend, waardoor de aanwas van de beroepsbevolking groot was.’

Vanuit diezelfde gedachte bleven beleidsmakers de afgelopen decennia inzetten op het bevorderen van werkgelegenheid. Zelfs toen wetenschappers en regeringsadviseurs, zoals de commissie-Bakker in 2008, al wezen op de gevaren van een vergrijzende bevolking. Schippers: ‘Gemeenten bouwden nóg een bedrijventerrein, Schiphol verwelkomde nóg meer vluchten, er kwamen nóg meer distributiecentra.’

Aanpassingsproblemen

Dat het arbeidsaanbod die gecreëerde vraag naar arbeid nu niet langer kan bijbenen, leidt op korte termijn tot aanpassingsproblemen, stelt Dekker. Maar hij verwacht niet dat die structureel zullen zijn. ‘De afgelopen honderden jaren hebben uitgewezen dat arbeidsvraag en -aanbod altijd weer met elkaar in balans komen.’ Dat kan door de arbeidsmarkt te verruimen. Zo kunnen werkgevers hun arbeidsvraag verminderen door te automatiseren.

Een alternatief is het vergroten van het arbeidsaanbod. Bijvoorbeeld door naar nog verdere buitenlanden te kijken voor arbeidsmigratie of deeltijdwerkers te stimuleren om meer uren te maken. Want Nederland mag dan in de Europese top staan als het gaat om het aantal mensen dat werkt, we bungelen onderaan in het aantal uren. De vraag is wel wat er dan moet gebeuren met de onbetaalde arbeid die deeltijdwerkers, vooral vrouwen, nu verrichten. Daarnaast kan er gekeken worden naar de ruim 1 miljoen mensen, bijvoorbeeld met een arbeidsbeperking, die wel willen werken maar nog altijd aan de kant staan.

Maar minstens zo belangrijk is het volgens Schippers om te bepalen waar schaarse arbeid moet worden ingezet. ‘Nu de grenzen in zicht komen, niet alleen in mensen maar ook in ruimte en qua milieu, moeten we misschien onze ambities bijstellen’, stelt hij. ‘We moeten ons afvragen: moet een van de dichtstbevolkte landen ter wereld wel al die distributiecentra willen, de op twee na drukste luchthaven van Europa hebben en de op een na grootste landbouwexporteur ter wereld zijn?’

Tot de nieuwe balans tussen arbeidsvraag en -aanbod is gevonden, kunnen werknemers, net als de medewerkers van Schiphol, hun machtspositie gebruiken om betere arbeidsvoorwaarden af te dwingen. Wat dat betreft lijken zij enigszins op de goede weg: werkgeversorganisatie AWVN zag de lonen in april voor het eerst sinds de kredietcrisis met 3,3 procent stijgen.

Meer over