Veel mensen heten haas in bankierszaak Z-Holland

IEDEREEN vond het goed, prachtig en mooi, tot het fout ging. Toen wist ineens niemand meer dat Zuid-Holland al jaren bankierde....

De enige die zich geen haas noemt, is ambtenaar Karel Baarspul. Hij is de man die voor de provincie miljoenen verdiende door te gaan bankieren. Tot hij met de lening aan Ceteco de mist inging en de provincie opzadelde met een verlies van waarschijnlijk 47,5 miljoen gulden. 'Iedereen wist van het bankieren, maar ik ben het Barbertje dat moet hangen', verwijt Baarspul de politiek verantwoordelijken.

Wist inderdaad iedereen van het bankieren? Wie wat rondvraagt en belt, ontdekt al snel dat gemeenten, instellingen en bedrijven de provincie Zuid-Holland inderdaad heel goed wisten te vinden als ze geld nodig hadden. De wereld van de geldmakelaars is weliswaar klein, maar het is geen besloten gemeenschap.

Handelde Baarspul dan zonder toestemming van de politiek verantwoordelijken? Formeel niet. Commissaris van de koningin J. Leemhuis-Stout zei aanvankelijk wel geschokt te zijn toen ze hoorde van het bankieren, maar moest al de volgende dag melden dat het college van Gedeputeerde Staten hiervoor in 1995 toestemming had gegeven. Ze zette zelfs haar handtekening onder afzonderlijke leningen.

Had ze opgelet, dan had ze kunnen weten dat het om miljoenen en miljoenen guldens ging. Nee, onmogelijk, was haar verweer, ik kan al die verschillende bedragen écht niet op mijn netvlies hebben.

Is de commissaris van de koningin dan als enige van het college van GS verantwoordelijk? Het antwoord is alweer nee. Haar handtekening onder de leningen maakt haar niet verantwoordelijker dan de gedeputeerden, hoewel Leemhuis wél de enige is die het bankiersbesluit voor vernietiging had kunnen voordragen bij Binnenlandse Zaken.

Maar het komt GS goed uit dat de aandacht zich zo richt op Leemhuis. Met name de PvdA'er J. Wolf en zijn CDA-collega J. Heijkoop vinden die stilte rondom hun persoon niet erg. Zij zaten immers in 1995 ook al in GS toen die in het geheim besloten te gaan bankieren.

In het geheim? Wisten Provinciale Staten dan nergens van? Officieel niet. Maar de vraag is of ze het toch wisten. Of dan toch minstens hadden kúnnen weten als ze een beetje hadden opgelet. Het zou interessant zijn van de Statenleden te horen waar ze dachten dat al die extra miljoenen aan renteopbrengsten vandaan kwamen. Voor leuke dingen wisten ze het geld immers wel te vinden.

Zat de provincie dan eigenlijk fout toen ze het bankierspad op ging? Het wordt saai: formeel niet. Minister Peper van Binnenlandse Zaken, toezichthouder op de provinciefinanciën, moest dat vorige week erkennen. Maar zijn ministerie wist er niet van, zei hij er snel bij. Gisteren bleek het echter allemaal alweer heel wat genuanceerder te liggen.

Oké, we wisten van de vele leningen, zegt Peper nu. Maar hij kaatst de bal meteen weer naar de provincie. Die had immers verzekerd dat ze daarmee geen risico liep. Meer dan dat was bij ons niet bekend, beweert Peper. Begrijpelijk. Want als hij moet erkennen wel van de hoed en de rand te hebben geweten, geldt de regel: wie zwijgt, stemt toe.

Begin oktober moet de commissie-Van Dijk aan al het vluchtgedrag een einde maken. Aan die commissie de taak antwoord te geven op drie belangrijke vragen. Wie wist dat Zuid-Holland bankierde? Mocht de provincie dat doen? Zo niet, wie heeft dan nagelaten in te grijpen? Vooral ambtenaren hopen dat Van Dijk man en paard noemt. Ze voelen zich vogelvrij verklaard als politici hun verantwoordelijkheid kunnen blijven ontlopen.

Meer over