Veel hete koffie, heel lang wachten en dan niks vangen

De winnaar van het eerste Nederlands Kampioenschap ijsvissen zou een fiets krijgen. Maar onder het ijs bleef het doodstil.

BANT - Boswachter Harco Bergman van het Kuinderbos, bij Bant, was vorige week op vakantie in Noord-Finland, leerde er ijsvissen, kocht een ijsboor en vijf hengels en nam ze mee naar huis. Het eerste dat hij op maandag deed, was het Nederlands Kampioenschap organiseren, en verdraaid, vier dagen later heeft hij het voor elkaar.

Op zijn eigen water in de Noordoostpolder, bij de natuurcamping die hij beheert, zijn 25 ijsvissers neergestreken en een veelvoud aan journalisten, in een decor dat van alle Nederlandse landschappen misschien nog het meest lijkt op het Finse. Het waait niet, en er staat een mooie zon.

De vissers hebben overalls aangetrokken, drijfpakken en camouflagebroeken; sommigen stellen een semiprofessionele sportvisuitrusting tentoon, anderen hebben genoeg aan de korte, plastic hengel die ze ook het liefst in Lapland gebruiken. Gaatje in het ijs boren, lijntje met een haak erin, heen en weer bewegen. Maak de vissen maar nieuwsgierig.

Meindert Kramer uit Urk, in signaalgeel overlevingspak, heeft het vaker gedaan bij vrienden in het noorden: 'Die hebben me wat tips and tricks geleerd: heel lang wachten, veel hete koffie meenemen en nog langer wachten.'

Ze hebben twee uur om te vissen; wie de meeste vangt, wint een fiets, wie de grootste vangt een onderwatercamera. Maar daar komen ze niet voor. Ze komen voor de eer: je zult maar de eerste Nederlands Kampioen ijsvissen zijn. Het eerste uur wordt niets gevangen. 'De vissen zijn sloom in de winter', zegt Meindert. 'Ik heb nog geen leven gehad', zegt Klaas Musman, die aardbeien teelt in Hoogkarspel en nu tijd over heeft om te vissen. 'Hun stofwisseling is traag, die hebben helemaal geen voedsel nodig.'

IJsvissen is een noordse tak van sport die in Nederland nauwelijks meer is ingeburgerd, waarschijnlijk omdat er hier zo weinig mee te vangen valt. Naast de ijsvissers staan emmers met vers water. Daar moeten de gevangen vissen in, die daarna zo snel mogelijk worden teruggezet. Ook wordt het windwak bewaakt, zodat het publiek de vogels niet verstoort. 'Hier hebben we het dierenwelzijn hoog zitten', zegt Hendrik Bakker uit Urk. Dat is het verschil tussen de Nederlandse aanpak en die van boven de Poolcirkel.

In Finland maken de ijsvissers graag een vuur op een bevroren meer, waarop ze hun vissen stante pede grillen. Bij het verorberen van hun forellen drinken ze zelfgestookte drank . In Siberië eten de ijsvissers hun vangst graag rauw en stijfbevroren: met een mes schrapen ze krullen van het beest, die ze laten smelten in hun mond met zout en wodka. Dat noemen ze stroganina en het is werkelijk een delicatesse.

Maar in een Nederlands natuurgebied is dat wat lastig. Al is er meer mogelijk dan je denkt. Boswachter Bergman probeert vaker dingen uit: volgende maand zijn er de Kachelhout Dagen en in de zomer organiseert hij een reeënsafari. Hij heeft een vlot in het meer liggen, waarop mensen kunnen kamperen. Het heeft geen zin een hek om de natuur te zetten, zegt hij, je moet er ook wat kunnen doen. 'Ik vind het leuk om iets van natuurbeleving te organiseren.'

Het ijsvissen is wat dat betreft een gouden greep. De aanmeldingen stroomden binnen. Maar na anderhalf uur heeft nog niemand beet gehad. Wie nu iets vangt, zeggen ze, wint twee prijzen tegelijk. Hendrik Bakker gooit nog wat hennep door het boorgat in het ijs; de geur moet vissen trekken, 'maar het is allemaal in ruste, hè'. Van alle ijsvissers is hij het best geoutilleerd. Licht dobbertje, geen bolle. En vaseline op de kop en op de lijn, zodat de dobber niet vastvriest aan het ijs. De onthakingsmat ligt klaar en om zijn nek heeft hij een haakstekertje. 'Ik wil graag kampioen worden vandaag. Want met turnen zal dat niet meer lukken, hè.'

Niemand vangt een vis vandaag. En niemand vind het erg. Ze mogen van boswachter Bergman allemaal weer meedoen, bij het volgende NK.

undefined

Meer over