Veel goede renners, nu ook nog sponsors

De Tour de France start volgend jaar in Utrecht, maar met hoeveel Nederlandse ploegen? De laatste jaren gaat het bergafwaarts met de sponsoring. Aan de renners ligt het niet: ze doen goed mee.

Jongetjes, kind of volwassen, dragen shirts van Ajax, Feyenoord of PSV. Mannen van middelbare leeftijd dragen shirts van St Raphaël, Molteni of PDM. Een voetbaltenue is een belofte voor de toekomst, dat van wielrennen is een zoete herinnering.

Tijdens de Tour de France van twee jaar geleden organiseerden de drie deelnemende ploegen uit Nederland een quiz. Ploegleiders, stafleden en journalisten werden getest op wielerweetjes. De winnende journalisten kregen ieder als trofee een shirt van de organiserende teams cadeau.

Alle shirts zijn nu alweer verleden tijd: Rabobank werd Blanco werd Belkin en wordt komend seizoen allicht een combinatie van De Lotto en BrandLoyalty. Argos werd Giant en wordt komend seizoen misschien ook weer iets anders. Vacansoleil is van het toneel verdwenen.

Geldschieters komen en gaan. Ze zijn de onzekere wissel op de toekomst van het wielrennen. Dat geldt op dit moment vooral in Nederland.

Precies een halve eeuw geleden was Nederland voor het eerst in de Ronde van Frankrijk vertegenwoordigd door een commercieel team. Een paar jaar eerder was de Tourdirectie afgestapt van het systeem van landenploegen.

Huub Harings was er in 1964 nog niet bij, maar een jaar later wel. Harings is een kwieke Limburger van 75 jaar die nog zes ochtenden op de fiets springt als krantenbezorger. Hij gaat er na al die jaren nog prat op het als Limburger zo lang te hebben uitgehouden met Brabander Kees Pellenaars.

Pellenaars was in de jaren vijftig en zestig de spil in het Nederlandse wielrennen, een bazige man met een grote sigaar tussen de lippen geklemd. Hij bepaalde als ploegleider het reilen en zeilen van Televizier.

Met het bedrijf zelf heeft Harings nooit te maken gehad, maar er was ook geen reden tot klagen. De geldschieter beperkte zich niet tot een shirtje. 'We kregen ook een fiets. Als ik het me goed herinner ook speciaal een fiets voor de Tour.'

Huub Harings vertegenwoordige Televizier voor een salaris van 400 gulden. Vergeleken met Jo de Haan en Jo de Roo, de sterren van de ploeg, was dat niet veel. 'Die kregen volgens mij 1.000 euro per maand.' Maar ook dat grote verschil was hem best. 'Je verdiende je geld toch wel in de criteriums na de Tour.' En: 'Wij waren de eerste ploeg die sociaal verzekerd was.'

Sinds dat eerste jaar is Nederland altijd vertegenwoordigd geweest door een bedrijfsploeg. Vaak waren het er twee, soms drie en rond de jaren negentig van de vorige eeuw eventjes vier.

De ploeg van Raleigh onder leiding van Peter Post betekende tien jaar eerder een keerpunt. Sportief was Raleigh met afstand de beste. Maar Post was ook de eerste ploegleider die meer van zijn coureurs verlangde dan hard fietsen. Ze moesten ook de naam van de sponsor uitdragen.

Die zakelijke kant heeft zich verder ontwikkeld tot wat nu hospitality heet. Hennie Kuiper, destijds een boegbeeld van Raleigh, vindt wielrenners daarin een voorbeeld voor andere sporters. 'Voetballers wijzen naar elkaar als er handjes moeten worden geschud in de bestuurskamer. Ik heb wielrenners vlak voor de start van een rit in de Ronde van Californië nog door vip-tenten zien lopen.'

Veel positiever kan de nummer twee in de Tours van 1977 en 1980 niet zijn over de ontwikkeling. 'Eigenlijk is er niets veranderd. Er zit nog altijd geen structuur in sponsoring. Er zijn drie partijen die allemaal voor hun eigen belang opkomen. De ploegen staan tegenover de koersdirecties, met name die van de Tour. En dan heb je de wielrenners, om wie feitelijk alles draait. Maar zij slagen er niet in zich goed te organiseren.'

Marc Coucke is een Vlaamse ondernemer die met het farmaceutisch bedrijf Omega al jarenlang een prominente rol speelt als sponsor in het wielrennen. Hij heeft zich nu verbonden aan de ploeg van Patrick Lefevere.

Zaterdag is Coucke in Perigueux ooggetuige van de zege van Tony Martin. Nog voor de huldiging staat de sponsor alweer op hete kolen. Hij wil 's avonds terug in België zijn voor de eerste competitiewedstrijd van KV Oostende. Van die voetbalclub is de 49-jarige Coucke voorzitter en hoofdaandeelhouder.

Tussen die bedrijven door zegt hij dat wielrennen nog altijd een goede investering is. 'Je kweekt sympathie bij de mensen en het is goed voor je naamsbekendheid. Wielrennen is populair in verschillende landen en daar is Engeland ook nog eens bij gekomen.'

Vergeleken bij het voetbal heeft wielrennen als voordeel dat het eerder wordt beschouwd als algemeen belang. 'Als ik Feyenoord zou sponsoren, kreeg ik heel 020 over me heen. Zo heet dat toch bij jullie?'

Is het niet riskant, een bedrijf aan wielrennen verbinden? 'Vind ik niet. Wie doping gebruikt, vliegt er bij mij uit. En als het in ploegverband gebeurt, stop ik onmiddellijk Dat weet de ploeg. Wij hebben destijds Thomas Dekker bij de ploeg gehad. Ik zei hem: ik wil niets van je verleden weten, maar bij ons rijd je op water en brood. Klaar uit. Als je zo strikt bent, hoef je nergens schrik voor te hebben.'

Marc Coucke is een liefhebber, dat scheelt. 'Je hebt binnen een raad van bestuur altijd wel iemand die vragen stelt over het gevaar van doping. Dat kan ik dus ontzenuwen. Maar als ik een jas en een stropdas draag, tel ik ook alleen de euro's, hoor.'

Hij vindt het onbegrijpelijk dat ze in Nederland 'met die fantastische lichting aan wielrenners' zo aan het sukkelen zijn. 'Het is jammer dat het oude Rabo is overgeleverd aan opportunisten als Belkin. Ik hoop echt dat er nu weer een grote sponsor opstaat, die zich over het wielrennen ontfermt.'

Voor zover je van een crisis kunt spreken in wielersponsoring beperkt die zich volgens Marko Heijl tot Nederland. 'Elders stijgen de budgetten alleen maar. En op internationale schaal gebeurt zoveel. Wie had vijf jaar geleden kunnen denken dat Sky zo beeldbepalend zou zijn? '

Drie jaar geleden schreef Heijl het boek In goede en kwade koersdagen, een pleidooi voor wielersponsoring. Maar de wildgroei baart hem zorgen, met name de opkomst van particuliere weldoeners als Tinkoff en Bakala. 'Het is niet marktgedreven, dus compleet willekeurig. Je kunt er niet van op aan.'

Wat betreft Nederland: de ploegen Giant en Belkin, zoals ze nu nog heten, zullen volgend jaar heus wel aan de start staan in Utrecht. Heijl: 'Maar Nederlandse ploegen zullen nooit meer zo dominant zijn. De tijd van drie Tourploegen is echt voorbij. Zo goed is Nederland ook niet meer.'

undefined

Meer over