Veel feestvreugde, weinig contemplatie

Beeldenrijkdom. Kleurenpracht. Flitsend, virtuoos, continu. Stijlvol en helder. Dit zijn de eerste woorden die het nieuwe ballet van Krzysztof Pastor oproepen....

Wat een imposant megaproject heeft deze huischoreograaf van Het Nationale Ballet hier neergezet: de opera der opera's, Mozarts Don Giovanni, als ballet, in een vrijmoedige bewerking door componist Rob Zuidam, zonder zang.

Bij opera mogen ze misschien meer spektakel gewend zijn dan bij dans, maar deze enscenering liegt er niet om. Meteen bij aanvang worden uit vuurpijlen drie 'vuurlingen' geboren - dansende, allegorische wezens die opduiken zodra meesterversierder en hartenbreker Don Giovanni, libertijnse losbol pur sang, problemen dreigt te veroorzaken.

De achterwand is in rasters opgedeeld die knalblauw, vuurrood, dieppaars kunnen oplichten, en bevat een hooggelegen catwalk. Op een wirwar aan mobiele schermen kunnen door middel van fotoprojecties driedimensionale locaties - een landhuis, bosschages, een boerenerf, een kerkhof - verschijnen, verdwijnen en vervloeien, even ongrijpbaar als Don Giovanni zelf.

Hoewel al die wazige dieptes en contouren het oog nogal afmatten, heeft Steven Scott, die ook Greenaway's Rosa, A Horse Drama vormgaf, een prachtig filmisch staaltje sfeerschepperij afgeleverd.

De dansers vormen door de weloverwogen, rococo-geïnspireerde kostuums van Mia Stensgaard een evenwichtig onderdeel van dit visuele spektakel.

Alle vrouwen die iets hebben met de overigens meer openhartige dan egocentrische Don Giovanni (Altin Alexandros Kaftira), dragen een rood-variant: Donna Anna (Larissa Lezhnina), die zich wil wreken voor haar verkrachting en de moord op haar vader, draagt zwartpaars; Donna Elvira (Yumiko Takeshima), die hem haat maar ook nog liefheeft, felroze; Zerlina (Ruta Jezerskyte), de bruid die door hem wordt verleid, vuurrood; en Elvira's kamermeisje (Rosi Soto), zijn laatste en prilste verovering, zachtroze.

Ook Zuidams muziek draagt bij aan de feestvreugde. Zijn bewerking valt op door een innemend gebrek aan braafheid: hij heeft niet alleen de gezongen lijnen over de instrumenten verdeeld en Mozarts noten op allerlei manieren bijgekleurd, maar voegt ook scheutig materiaal van eigen vinding toe. Dat reikt van koddige schuifelgeluiden in het slagwerk tot compleet nieuw gecomponeerde passages, die veelal dienen om de overgang tussen oorspronkelijk niet bijeenhorende delen te bespoedigen.

Hoe geestig Zuidams toevoegingen en accenten ook zijn, ze hebben helaas meermaals het karakter van lasnaden, en benadrukken tegelijkertijd onbedoeld dat veel van de humor die zo kenmerkend is voor dit dramma giocoso onder tafel is beland.

Het Don Giovanni-verhaal is aantrekkelijk voor dans: een voortdurend spel van aantrekken en afstoten, liefde en haat.

De romanticus Pastor weet hier, mede dankzij de uitmuntende dansers, uitstekend raad mee. Zijn choreografie is een stroom van wervelende groepsstukken en divers gekarakteriseerde duetten - waarbij ook de interactie tussen de Don en zijn niet altijd even willige knecht Leporello (Sefton Clarke) stevig staat.

Maar of een opera die zo wemelt van de hecht geconstrueerde gebeurtenissen als deze de meest geschikte grondstof is voor een choreografie, valt te betwijfelen. De partituur is grofweg eenderde ingekort, waarbij vrijwel alle contemplatieve onderdelen gesneuveld zijn.

Muziek en choreografie zijn nu zozeer gericht op de voortgang van het verhaal dat er een zekere hijgerigheid ontstaat. Je snakt nu en dan naar momenten waarin langer, dieper, rustiger wordt stilgestaan bij een emotie. Het gezongen woord (aria, recitatief) kan de vele verwikkelingen kennelijk beter aan dan dans.

Als choreograaf en componist zich dit eerder hadden gerealiseerd, in samenwerking met een niet zozeer op handeling, maar op muzikaliteit gerichte dansdramaturg, was dat dilemma wellicht voorkomen en had dit gewaagde experiment helemaal geslaagd kunnen uitpakken.

Meer over