'Veel Egyptenaren zijn net zoals ik'

Tijdens het gesprek checkt ze geregeld haar iPhone. Een berichtje van een vriend uit Egypte, het laatste nieuws uit Syrië. De Arabische lente gaat door, en Petra Stienen wil er niets van missen. 'Er is nog steeds euforie in Caïro. En het gevoel: nu moeten we doorpakken. Tegelijkertijd herneemt het leven zijn normale gang. Een vriendin sms'te me dat ze bij de kapper zat. Omdat ze op het Tahrirplein stond, was ze al twee weken niet geweest. Dat is heel lang voor een Arabische vrouw.'


Misschien is de grote liefde een mooie metafoor voor de stemming in Egypte, zegt ze. Je droomt al heel lang van hem, en eindelijk kiest hij voor jou. Dan ben je even door het dolle heen, maar vervolgens moet je ook heel banaal samen boodschappen doen.


Petra Stienen werkte negen jaar als mensenrechtendiplomaat, op de Nederlandse ambassades in Caïro en Damascus. Na terugkeer schreef ze het boek Dromen van een Arabische lente, dat in 2008 verscheen. Ze schreef over haar vrienden en kennissen, die onder gevaarlijke omstandigheden vochten voor democratie en mensenrechten. En over de veerkracht van de Arabieren en hun diep gewortelde verlangen naar vrijheid. Door sommige mensen werd ze als naïef beschouwd. Snapte ze dan niet dat de Arabische wereld één pot ellende is, een giftig mengsel van vrouwenonderdrukking, geweld en religieus fanatisme? Toen was er plotseling een Arabische lente, pril en kwetsbaar, maar ook indrukwekkend.


'Door de recente gebeurtenissen heeft mijn boek een extra laag gekregen', zegt Stienen. 'Toen ik het schreef, dacht ik: waarom hoor je niet meer over de strijd voor vrijheid in de Arabische wereld? Ik ben toch niet de enige die gezien heeft dat er echt iets aan het veranderen is? De opstand in Egypte bevestigde dat. Op het Tahrirplein stond een dwarsdoorsnede van de bevolking, die zei: genoeg is genoeg. En ze deden dat op een heel vreedzame manier. Zelfs vrouwen werden bijna niet lastig gevallen op het plein. Dat is heel bijzonder voor Egypte.'


De opstand maakte ook Petra Stienen bekend bij een breder publiek, onder meer door optredens bij Pauw & Witteman. Ze is een opvallende, welbespraakte commentator, die een diepe passie voor de Arabische wereld koestert, maar nooit kritiekloos is. Er zit heel veel fout in de Arabische landen, erkent ze, maar ze bestrijdt het eendimensionale beeld van de Arabieren als gewelddadige fanatiekelingen aan wie het westerse concept van democratie wel nooit besteed zal zijn.


'Ik ben van de optimistische school, er zijn al genoeg doemdenkers. De aanhang van de Moslimbroederschap wordt geschat op 20 tot 25 procent van de Egyptenaren. We moeten de broederschap niet belangrijker maken dan ze is. Bovendien: de Egyptenaren hebben het recht een islamitische partij te kiezen, als ze dat willen. Durven wij te accepteren dat 80 miljoen mensen hun eigen toekomst bepalen, voor het eerst in zevenduizend jaar? Durven wij de Arabieren te gunnen wat wij zelf ook hebben?'


'Dat is inderdaad een voorwaarde.'


'Je weet niet precies wat er achter zit. De meeste Egyptenaren zullen de islamitische leerstellingen onderschrijven, als je er heel in het algemeen naar vraagt. Dat betekent nog niet dat ze een islamitische staat zullen invoeren. Overigens bleek uit het onderzoek ook dat 59 procent van de Egyptenaren voor democratie is. Een meerderheid wees ook Hamas en Hezbollah af.


'Ik heb zelf gewerkt in de toeristenindustrie, een van de belangrijkste sectoren van de Egyptische economie. Daar zijn mensen fel tegen iedere vorm van islamitisch extremisme. Als radicale moslims een aanslag plegen, kunnen de koetsiers en de souvenirverkopers bij de piramides hun gezin niet meer onderhouden.'


Petra Stienen komt uit Roermond, uit de achterstandswijk Donderberg. Haar vader was huisschilder en kwam al op betrekkelijk jonge leeftijd in de wao terecht. 'Studeren, dat was niks voor ons soort mensen, vond hij. Ik moest maar een baan zoeken en gaan trouwen', zegt Stienen. De sociale druk van het katholieke geloof was groot. Toen Stienen twaalf was, moest ze het heilig vormsel afleggen, een sacrament waarmee de doop bevestigd wordt. Ze wilde niet, maar werd door haar ouders gedwongen. Het zou een schande voor de buurt zijn, als de jonge Petra openlijk afstand zou nemen van de kerk.


Ze mocht wel naar het vwo, bij het deftige Bisschoppelijk College. Op haar zestiende moest ze een werkstuk maken. Een vriend had toevallig net een scriptie over de islam klaar. Die mocht ze overschrijven, maar ze werd zo gegrepen door het onderwerp dat ze zelf op onderzoek uitging. Na haar eindexamen ging ze naar Leiden, om Arabisch te studeren. 'Arabisch is een ontzettend moeilijke taal. Dat speelde ook mee. Ik wilde voor mezelf de lat zo hoog mogelijk leggen', zegt ze.


Haar optimisme is verknoopt met deze levensgeschiedenis. Je moet je niet neerleggen bij achterstanden. Je kunt jezelf omhoog vechten. In het blad Socialisme & Democratie schreef ze een felle kritiek op Marcel van Dams documentaire De Onrendabelen. Volgens Van Dam is een onderklasse van onrendabelen aangewezen op de verzorgingsstaat en overheidssteun, omdat ze niet meekunnen in de moderne economie. Dat getuigt van een negatief mensbeeld, schreef Stienen. Ze maakte zelf mee hoe haar vader in de fuik van de verzorgingsstaat liep. Als afgekeurde schilder kwam hij in de wao terecht, maar hij had best een ander vak kunnen leren. Van Dams opvatting lijkt sociaal, concludeerde ze, maar bevestigt mensen in hun achterstand.


Op een soortgelijke manier kijkt ze naar de Arabische wereld. Ze is ervan overtuigd dat Arabieren zich kunnen ontworstelen aan armoede en onderdrukking. 'Ik ben vanaf 1987 heel vaak in Egypte geweest. Vanaf het begin had ik het gevoel dat heel veel mensen precies zo waren als ik zelf', zegt ze. Ze ontmoette Egyptenaren die ambities hadden en zich verzetten tegen autoritaire leiders en vermolmde structuren.


'Natuurlijk kom je ook andere dingen tegen. Op het vliegveld werd ik door een zevenjarig meisje toegesproken: jij bent christen, dus jij gaat naar de hel. Even later voegde ze er wel aan toe: maar misschien kan God je toch nog redden. Daar schrik je wel even van. Maar ik kom zelf uit een omgeving waar ongedoopte kinderen niet in gewijde grond begraven mochten worden. Op het kerkhof van Roermond staat een heel bekend grafmonument: een katholieke man en een protestantse vrouw moesten aan weerszijden van de muur worden begraven. Over de muur reiken stenen handen, zodat ze toch nog voor eeuwig in de dood verbonden zijn. Dat gebeurde helemaal niet zo lang geleden in Nederland.'


In haar boek spaarde Stienen de Arabieren niet. Ze schreef over de aanslag op schrijver en Nobelprijswinnaar Naguib Mahfouz in 1994 en de moord op islamcriticus Farag Foda in 1992. De invloed van de islam op het openbare leven in Caïro is toegenomen, constateerde ze. Steeds meer clubs schenken geen alcohol meer en films uit de jaren vijftig en zestig moeten opnieuw door de censuur, omdat ze te veel bloot zouden bevatten. Stienen: 'Ik ben geen arabist die de Arabische wereld verheerlijkt. Vrouwen worden onderdrukt, er lopen fundamentalisten en terroristen rond. Die verhalen kun je heel gemakkelijk vinden, zeker als je ernaar zoekt. Maar ik verzet me tegen het eenzijdige beeld van de Arabische wereld. Ik kwam ook heel andere mensen tegen, die strijden tegen onderdrukking en voor vrouwenrechten.'


De Arabische wereld is ook allerminst een culturele woestijn, zoals Geert Wilders onlangs in de rechtszaal suggereerde. 'In Cairo ben ik ooit naar een avond met de dichter Mahmoud Darwish geweest. Hij heeft ook opgetreden in een voetbalstadion met 50 duizend toeschouwers, die ook nog eens alle gedichten uit hun hoofd kenden. Probeer je dat in Nederland maar eens voor te stellen.'


'Omdat ik ook veel vrouwen tegenkwam die helemaal niet worden onderdrukt. Sommigen droegen een hoofddoek, omdat ze dat zelf wilden. Persoonlijk vind ik het helemaal niks, waar zo'n hoofddoek voor staat, dat een vrouw haar schoonheid alleen aan haar eigen man mag laten zien. Maar ik ben wel zo liberaal dat ik vind dat vrouwen een hoofddoek mogen dragen als ze daar zelf voor kiezen.


'Als je het lot van moslimvrouwen wilt verbeteren, of dat nou in Nederland of Egypte is, moet je met ze in gesprek gaan. Je moet ze niet uitsluiten, en zeggen: kom maar terug als je precies denkt zoals wij.


'Overigens worden de jongens in de Arabische wereld ook enorm onderdrukt door de scheiding van de seksen. Daar is heel weinig aandacht voor. Jongens willen ook wel eens normaal met een meisje uitgaan, maar daar krijgen ze nooit de kans toe. De seksuele frustratie onder Arabische jongens is enorm.'


'In de jaren negentig zijn zaadjes geplant die nu zijn uitgekomen, dat geloof ik wel. Niet alleen door Nederland, maar ook door andere landen. En door organisaties als Oxfam Novib, die projecten hebben gedaan met mensen uit het maatschappelijk middenveld: schrijvers, journalisten, filmmakers, toneelmakers. Die mensen zag je terug op het Tahrirplein.


'Zulke projecten zijn nu helemaal uit de mode. Maar in Egypte hebben we gezien dat het heel nuttig kan zijn om bondgenootschappen te sluiten met mensen die verandering willen.'


'Dat is lange tijd het verhaal geweest: in de Arabische wereld kun je kiezen tussen een dictatoriaal bewind en een democratie waarin de islamisten overwinnen. Dat was ook het verhaal waarmee mensen als Mubarak hun bewind rechtvaardigden.


'Maar de afgelopen jaren zijn in Egypte tienduizenden mensen gemarteld en verdwenen. Dat is onder onze neus gebeurd. Wij hebben de andere kant op gekeken. Nu is het kaartenhuis ingestort. Zo'n dictatuur is niet duurzaam.


'Iets soortgelijks geldt voor de economie. Willen we echt zo weinig betalen voor onze Egyptische sperziebonen dat landarbeiders geen fatsoenlijk loon krijgen? Willen we echt voor een habbekrats naar een vijfsterrenhotel in Sharm-el-Sheikh, waar je bediend wordt door mensen die zelf nooit vakantie hebben, en die in afschuwelijke barakken wonen, achter de heuvels, uit het zicht van de toeristen?'


'Op lange termijn is dat niet houdbaar. Minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken heeft gezegd dat hij vooral mikt op economische diplomatie. Mensenrechten krijgen minder prioriteit. Maar economische belangen en mensenrechten zijn helemaal niet strijdig met elkaar.


'Wij hebben er belang bij dat de Arabische landen stabiele samenlevingen worden met een duurzame economie. Anders krijgen we ook weer te maken met vluchtelingenstromen. De afgelopen weken zijn al veel Tunesiërs naar Italië gevlucht.'


In 2000 verhuisde Stienen van het kosmopolitische Caïro naar het sobere, provinciaalse Damascus, waar veel mensen binnen blijven omdat de cafés en restaurants vol verklikkers van de geheime politie zitten. Het was als een verhuizing van Amsterdam naar Roermond, zegt ze.


Ze maakte er ook de oorlog in Irak mee. Aanvankelijk was ze voorzichtig positief over de Amerikaanse inval, omdat ze sympathiseerde met de Irakese oppositie. Maar uiteindelijk moest ze constateren dat termen als democratie en mensenrechten besmet raakten. De Amerikanen vielen Irak aan in naam van de democratie, maar bleven de andere dictaturen in de regio volop steunen.


'In de Arabische wereld zien de mensen heel goed dat het Westen een dubbele moraal heeft. Israël wordt altijd de hand boven het hoofd gehouden, ook als het de mensenrechten schendt met de aanval op Gaza. Nergens worden vrouwenrechten zo zwaar geschonden als in Saoedi-Arabië. Denk alleen al aan de Thaise en Indonesische dienstmeisjes die vreselijk worden behandeld en soms door hun werkgever worden verkracht. Je hoort daar weinig over. Saoedi-Arabië is een bondgenoot en olieleverancier.'


'De muur van angst is daar zeker nog niet geslecht, zoals in Egypte.'


'Dat zou ik niet durven zeggen. Egypte was een dictatuur met een suikerlaagje. Het straatbeeld is er vrolijker dan in Syrië, er is een middenklasse die een behoorlijke welvaart heeft. Maar het regime was keihard. Het grootste verschil met Syrië is de omvang van de bevolking. Er zijn veel minder Syriërs. Die zijn veel gemakkelijker in de gaten te houden door de geheime politie.


'Het regime is wel bang, als je ziet welke mensen in de gevangenis belanden. Een vriend van mij, Haytham al Maleh, een 80-jarige mensenrechtenactivist die gelieerd is aan de Moslimbroederschap, zit in de gevangenis. Onlangs werd een 19-jarig meisje, Tal al-Mallouhi, tot vijf jaar veroordeeld omdat ze had geblogd over vrijheid.


'Wat wel veranderd is sinds de tijd dat ik er zat: de hele wereld kijkt nu mee. De vraag is alleen: hoe lang nog? We leven in een zapcultuur. Tunesië is alweer uit het nieuws verdwenen.'


Meer over