Veel debuten, veel vrouwen

In het British Museum wordt volgende week dinsdag de winnaar van de Man Booker Prize bekendgemaakt. Het is de 35ste editie van een prijs (vijftigduizend euro) die twee jaar geleden nog Booker Prize heette....

Dit is het jaar van de reuzendoders', 'sprak juryvoorzitter John Carey pathetisch, toen hij op 16 september de shortlist bekendmaakte van de Man Booker Prize 2003. En inderdaad, hij en zijn lezende collegamatadoren hadden een respectabele hoeveelheid reputaties terzijde geschoven bij het vaststellen van hun zes favoriete boeken uit het literaire seizoen 2002-2003. Peter Carey, J. M. Coetzee, Martin Amis, Graham Swift en nog wat grote namen waren gepasseerd.

Maar opvallender dan de groten die buiten de boot vielen – dat gebeurt immers elk jaar – waren de auteurs die wel werden genomineerd. Nog nooit was het aantal debuten (drie) zo groot, en hetzelfde kan worden gezegd van het aantal vrouwelijke genomineerden (vier). De enige bekende auteur die de laatste zes haalde, was Margaret Atwood, in 2000 winnaar met The Blind Assasin en in het verleden driemaal eerder genomineerd.

Van de overige vijf genomineerden was alleen de uitverkiezing van Monica Ali geen verrassing. Ali en haar roman Brick Lane zijn momenteel de lievelingen van de Britse literaire wereld.

Zoë Heller, genomineerd met haar tweede roman Notes on a Scandal, geniet vooral aanzien als lifestyle-journalist en columnist, Zuid-Afrikaan Damon Galgut (The Good Doctor) stond tot dusver alleen in eigen land hoog aangeschreven, terwijl DBC Pierre (Vernon God Little) en Claire Morrall (Astonishing Splashes of Colour) volkomen onbekende debutanten mogen worden genoemd.

Ondanks het negeren van een hoop bekende namen, een gegeven dat in het verleden herhaaldelijk is aangegrepen om de kwaliteit of de toerekeningsvatbaarheid van de jury ter discussie te stellen, is de shortlist dit jaar tamelijk goed gevallen in de Britse pers. Oudjurylid Kate Summerscale betoonde zich in de Daily Telegraph een van de weinige criticasters toen ze stelde dat de Man Booker Prize het aangewezen instituut is om 'goede, moeilijke boeken' naar voren te schuiven, 'want geen enkele andere prijs doet dat'.

Maar een collega sprak in dezelfde krant geheel andere taal: 'Wat een genoegen om te zien dat frisse, nieuwe stemmen de aandacht krijgen die ze verdienen.' De Londense Evening Standard wees goedkeurend op het grote succes van de publieksvriendelijke winnaar van vorig jaar, Yann Martell, wiens Life of Pi na zijn bekroning in het zelfs voor Booker-begrippen ongekend grote aantal van een miljoen exemplaren over de toonbank ging. 'Men begint zich eindelijk te realiseren dat de lezers ertoe doen.'

Een Schotse academicus en beroepsmatig Booker-watcher, Sharon Norris, ziet in de shortlist van 2003 zelfs een poging om het imago van de prijs op te frissen en een 'bewuste poging tot rebranding'. Ze gaat er daarbij overigens aan voorbij dat de prijs elk jaar een andere jury heeft, die over een geheel ander aanbod aan boeken moet oordelen, zodat elke shortlist per definitie een hoog ad hoc-karakter heeft.

De enige constante factor is het Adviserend Comité van de prijs, en de ironie wil dat de inmiddels 80-jarige voorzitter ervan, Martyn Goff, zich onlangs zeer laatdunkend uitliet over de jury van vorig jaar, die duidelijk stond voor een laagdrempeliger, publieksvriendelijker prijs. Het lijkt dus wat vroeg om van rebranding te spreken.

De grote testcase wordt wat dat betreft de beslissing over de vraag of de prijs in de toekomst ook moet worden opengesteld voor Amerikaanse schrijvers. Nu komen alleen nog auteurs uit het Verenigd Koninkrijk, Ierland en het Gemenebest ervoor in aanmerking. Zowel de nieuwe sponsor, investeringsmaatschappij Man, als sommige literaire critici (Robert McCrum van The Observer) zien graag een einde komen aan de Amerikaanse uitsluiting.

De Man Booker Prize heeft, even afgezien van de VS, overigens altijd volop recht gedaan aan de geweldige diversiteit in de Engelstalige literatuur. De shortlist van dit jaar is geen uitzondering. Margaret Atwood is Canadese, Zoë Heller een Engelse die in New York woont, Damon Galgut Zuid-Afrikaan, Monica Ali een naar Londen geemigreerde Bengalese, DBC Pierre woont in Ierland en werd geboren in Australië; alleen de in Birmingham woonachtige Claire Morrall is 'gewoon Engels'.

De boeken van Atwood ('overtuigend, maar personages ontberen complexiteit'), Ali ('authentiek en innemend, stilistisch niet briljant') en Pierre ('meeslepende, vlijmscherpe vertellersstem') werden de afgelopen weken reeds in de Volkskrant besproken.

Dalmon Galguts vijfde roman, The Good Doctor (Atlantic; euro 22,85; De goede arts, Meulenhoff; euro 18,50) maakt vooral indruk door de spanning tussen het cynisme van de verteller en het idealisme van de hoofdpersoon. De laatste is de jonge, idealistische arts Laurence Waters, maar zijn verhaal wordt verteld door zijn gedesillusioneerde oudere collega Frank Eloff. Waters gaat werken in een verwaarloosde kliniek in een van de voormalige thuislanden, die rijker aan artsen dan aan patiënten lijkt. Gedreven door goede bedoelingen, maar gespeend van inzichten in de gecompliceerde en gevoelige verhoudingen ter plaatse, maakt Waters dingen los die hij niet kan beheersen.

Ook in Zoë Hellers Notes on a Scandal (Viking; euro 23,60) is de ikfiguur niet de hoofdpersoon. Althans, dat suggereert de zin waarmee vertelster Barbara Covett haar verhaal begint. De hoofdpersoon van haar verhaal, zo wil ze ons doen geloven, is de 41-jarige lerares Sheba Hart, getrouwd, moeder van twee kinderen, die een relatie krijgt met een 15-jarige leerling. Gaandeweg het boek wordt duidelijk dat Barbara een onbetrouwbare vertelster is en dat haar observaties doordrongen zijn van eigenbelang. Zo schetst Heller een gecompliceerde relatie tussen drie personages, die onderling telkens een generatie verschillen en elkaar in een emotionele houdgreep hebben.

De absolute outsider van de shortlist van dit jaar is de 51-jarige muzieklerares Clare Morrall, die na vier ongepubliceerde romans haar vijfde boek geaccepteerd zag door de kleine Birminghamse uitgeverij Tindall Street Press. Astonishing Splashes of Colour (euro 17,50) vertelt het verhaal van Kitty Wellington, een vrouw die is opgegroeid in een onvolledig gezin (moeder verongelukt, zuster weggelopen) en vervolgens zelf een kind heeft verloren. Ze mist daardoor zowel een link met het verleden (moeder) als met de toekomst (kind), en heeft ze grote moeite greep op de werkelijkheid te krijgen. De titel verwijst naar haar neiging de werkelijkheid te duiden in termen van kleuren, een eigenschap die synesthesie wordt genoemd.

Natuurlijk is in Groot-Brittannië al sinds de bekendmaking van de shortlist druk gespeculeerd over de mogelijke winnaar. Bij de bookmakers is Monica Ali de grote favoriet, met Margaret Atwood als goede tweede. Of deze, klaarblijkelijk erg op aanstormend nieuw talent georiënteerde jury de winnares van 2000 (Atwood) opnieuw zal lauweren, lijkt echter twijfelachtig. Op basis van zijn eigenzinnige invalshoek en zijn even meeslepende als compromisloze vertellersstem zou DBC Pierre's Vernon God Little het meest in aanmerking komen voor de met vijftigduizend euro gedoteerde prijs.

Maar wie de bijdrage van jury-voorzitter John Carey heeft gelezen in de bundel die naar aanleiding van de 35ste verjaardag van de prijs als relatiegeschenk is uitgegeven (geen handelseditie), proeft een onmiskenbare voorkeur voor een genuanceerd boek over een moreel vraagstuk met maatschappelijke implicaties. Dat zou The Good Doctor van Damon Galgut kunnen zijn. Maar mijn inschatting is dat deze jury net als vorig jaar zijn zinnen heeft gezet op een debutant. Dus valt Monica Ali dinsdag in de prijzen.

Meer over