Veel achterklap en bedgeheimen

DE KENNEDY'S blijven tot de verbeelding spreken. De Amerikaanse pers volgt ze op de voet en elk detail over hun handel en wandel wordt gepubliceerd....

John F. Kennedy, president van 1961 tot 1963 en de beroemdste telg uit het geslacht, is volgens opiniepeilingen nog altijd een van de meest populaire presidenten die de Verenigde Staten ooit heeft gehad. Bobby en Teddy wisten het allebei tot senator te brengen en ook de jongere generatie presenteert zich sinds kort op het politieke toneel.

Aan drama is bovendien geen gebrek. De moorden op John F. in 1963 en op Bobby in 1968 brachten heel Amerika in beroering en zijn tot op de dag van vandaag aanleiding voor de meest bizarre samenzweringstheorieën.

Ook voor wie zijn vermaak zoekt in roddelverhalen over het persoonlijke leven van de Kennedy's, valt er genoeg te beleven. De Kennedy's trekken een spoor van gebroken huwelijken door de geschiedenis. De mannen zijn notoire rokkenjagers, de vrouwen zijn vaak depressief en vrijwel elke Kennedy schijnt aan de drank te zijn. Onvoorstelbare rijkdom gaat gepaard met allerlei grote en kleine schandalen, die door een legertje van Kennedy-'watchers' aan de wereld worden geopenbaard.

Aan het rijtje biografieën over de matriarch van deze dynastie, Rose Kennedy, is een nieuwe titel toegevoegd: Rose Kennedy en haar familie, met de versleten ondertitel Triomf en tragedie. De auteurs, Barbara Gibson en Ted Schwarz, hebben al eerder hun licht laten schijnen over de Kennedy's in een boek over de jongere generatie.

Gibson was vanaf 1968 de secretaresse van Rose en kwam in die functie, schrijft ze in het voorwoord, veel te weten over het lief en leed van de kinderen. De lezers worden vervolgens door haar nog eens extra opgewarmd voor de komende onthullingen over het leven van Rose Kennedy. 'Haar verhaal was rijker, diepgaander, vreselijker, schandaliger, kleurrijker en tragischer dan ooit door mij of haar andere biografen was verteld.'

Deze opmerking wordt even later gevolgd door de belofte: 'Wanneer u dit boek leest, zal ik u intieme geheimen vertellen die alleen diegenen van ons weten die erbij waren.' Daarmee is de toon van het boek gezet: veel achterklap en bedgeheimen.

De informatie waarop al dit fraais is gebaseerd, is soms op achterbakse wijze aan Rose Kennedy ontfutseld. Toen Gibson van Rose Kennedy de opdracht kreeg de dagboeken van haar dochter Rosemary in de vuilnisbak te deponeren, heeft ze daaraan niet voldaan, naar eigen zeggen om een belangrijke historische bron voor het nageslacht te bewaren.

Volgens haar was er wettelijk gezien niets op haar handelwijze aan te merken. De vraag of het ethisch te verantwoorden was, gaat ze evenwel uit de weg. Het valt niet te rechtvaardigen dat ze misbruik maakte van het vertrouwen van een oude en naïeve vrouw, die bovendien op dat ogenblik haar werkgever was. Haar handelwijze was op z'n minst onfatsoenlijk.

De dagboeken zijn historisch bovendien niet relevant. Volgens haar vader, Joe Kennedy, was Rosemary achterlijk. Uit de dagboeken zou daarentegen blijken dat ze slechts leesblind was. Vanwege haar achterlijkheid en omdat ze aan ernstige woedeaanvallen leed, achtte Joe Kennedy een chirurgische ingreep in de hersenen noodzakelijk. Hij hoopte dat ze daardoor gelijkmatiger in haar gedrag zou worden en wilde niet door haar in het openbaar in verlegenheid worden gebracht.

Rosemary veranderde door de operatie in iemand met het geestelijk niveau van een 5-jarig kind. Dat is natuurlijk een afschuwelijke tragedie, maar historisch gezien van nul en generlei waarde.

Het leven van Rose Kennedy (1890-1995) wordt op dezelfde toon beschreven, gelardeerd met niet ter zake doende commentaren en veel vooronderstellingen. Vooral Gibson slaagt er zelden in aan het niveau van de sherry-praat te ontstijgen.

In de jaren twintig dacht Rose Kennedy dat Thomas Lipton (de fabrikant van de Lipton-thee) een oogje op haar had. Gibson geeft dan als commentaar: 'Veel auteurs denken dat dit op fantasie van haar kant berustte en dat Lipton achter (een andere vrouw) aanzat, maar ik heb zijn foto gezien en volgens mij was hij gewoon een vieze oude man.'

Slechts bij hoge uitzondering komen de auteurs met aardige observaties, zoals de bijdrage die Rose Kennedy leverde aan de verkiezingscampagnes van John. Rose Kennedy kwam uit een geslacht van Ierse katholieken, dat een toonaangevende rol speelde in de plaatselijke politiek in Massachusetts. Campagne voeren had ze van haar vader geleerd. De oude tactiek in het corrupte Boston kon ze in 1960 niet meer toepassen; voor de stemlokalen aanhangers van de Kennedy's laten posten die in dollarbiljetten gewikkelde sigaren uitdeelden: dat was in de jaren zestig natuurlijk ondenkbaar.

Rose Kennedy had wel haar vaders oog voor details overgenomen. Ze wilde de kiezers leren kennen en ze zoveel mogelijk persoonlijk benaderen. Ze ging daarbij grondig te werk. Voorafgaand aan politieke bijeenkomsten liet ze zich uitvoerig informeren over de achtergrond, het inkomensniveau, de etnische, raciale en religieuze tradities van de mensen die ze daar moest toespreken.

In 1960 besteedde ze vooral aandacht aan de vrouwelijke achterban, die tot dan toe door de meeste politici was verwaarloosd. Ze vertelde over John als een trotse moeder. Ze vertelde over zijn kinderjaren, over zijn zachte karakter en over zijn afkeer van oorlog. Al deze informatie had ze op systeemkaarten ondergebracht. Gezien de nauwe marge waarmee John de verkiezingen won, heeft haar onvermoeibare inzet ongetwijfeld een bijdrage geleverd aan de overwinning.

De verkiezingscampagnes voor John zijn de enige aardige passages in het boek, dat daarna weinig interessants te bieden heeft. Door de moord op John en Bobby groeide Rose Kennedy in de Verenigde Staten uit tot een soort tragische koningin-moeder. Ze had steeds opnieuw de doden begraven en alles verloren wat waardevol was.

De beschrijving van de laatste decennia van haar leven wordt weer ruim besprenkeld met wat Gibson nog aan faits divers heeft kunnen opduiken. Geen enkel detail wordt de lezer bespaard. Zelfs het verhaal dat Rose Kennedy, toen ze net uit het zwembad was gekomen, naakt op het toilet zat, achten de auteurs de moeite van het vermelden waard. Ook het feit dat Rose op hoge leeftijd een van haar jarretelgordeltjes aan de liefdadigheid wilde afstaan, wordt ruim besproken. Gibson vermeldt hier trots bij dat ze Rose die dommigheid heeft kunnen besparen.

Door dergelijke flaters uitvoerig op te dissen, wekt Gibson de indruk Rose Kennedy te willen kleineren. Gibson merkt aan het begin van het boek op dat ze van haar hield, maar ze geeft tevens toe een hekel aan haar te hebben gehad. Het lijkt wel alsof ze alsnog wraak wil nemen voor de vele kleine vernederingen die ze zegt te hebben moeten ondergaan in dienst van Rose Kennedy.

In 1984 kreeg Rose Kennedy een hartaanval, waardoor ze een hersenbeschadiging opliep. Daarna leefde ze nog ruim tien jaar als een kasplantje, tot ze in 1995 stierf. Tegen deze schatrijke vrouw zei ooit haar kokkin: 'U heeft van alles het beste gekregen, is het niet, Mrs. Kennedy?' Rose Kennedy antwoordde kalm: 'Ik heb van alles het beste gekregen en ik heb ook van alles het slechtste gekregen.'

Jos van der Linden

Barbara Gibson & Ted Schwarz: Rose Kennedy en haar familie - Triomf en tragedie.

Vertaald uit het Engels door Henja Schneider.

De Fontein; 311 pagina's; ¿ 39,50.

ISBN 90 261 0888 5.

Meer over