Reportage

Varkens in de buitenlucht: een publiekstrekker in Drenthe

De Hongaarse wolvarkens (Mangalitza) van Hans Wilpstra ploegen door het bos op een perceel bij Roderesch.  Beeld Harry Cock / de Volkskrant
De Hongaarse wolvarkens (Mangalitza) van Hans Wilpstra ploegen door het bos op een perceel bij Roderesch.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

In Drenthe maken jonge varkenshouders hun dieren voor ze naar de slacht gaan nuttig bij het beheer van bossen en akkers. Mensen lopen er voor om, zo zelden zien ze nog varkens in de buitenlucht.

Als je aan mensen vraagt of ze nog weleens een varken zien, zegt Willem Hempen, krijg je meestal als antwoord: ‘Op televisie in een stal. Of in een vrachtwagen op de snelweg.’ Vandaar, zegt hij, hier naast een gerooid aardappelveld net buiten het Drentse Roswinkel, dat voorbijgangers vaak even blijven staan. ‘Ik kan er zelf ook nog steeds uren naar kijken.’

Ze kwamen piepend en knorrend van opwinding aangestoven toen Hempen net kwam aanrijden met een portie eikels, bieten en wat speciaal samengestelde brokken. ‘Het geluid van mijn tractor herkennen ze meteen. Bij een ander kijken ze niet op of om.’ Hij telt ze na: 58 van zijn varkens staan hier nu zo’n tien weken op verzoek van de boer. Ze mogen zich te goed doen aan de aardappelopslag – overgebleven aardappelknollen die aardappelplaag kunnen veroorzaken. ‘Volgens mij hebben ze het hier wel aardig getroffen.’

Uitzondering

Boeren die hun varkens in de buitenlucht houden, zijn in Nederland nog steeds een uitzondering. Maar het animo groeit. Aanvankelijk moest Hempen zelf boeren benaderen of hij zijn varkens op hun grond mocht laten lopen. ‘Het was nieuw en onbekend. Nu krijg ik zoveel verzoeken dat ik nee moet verkopen.’

Voor Hempen (33 jaar) begon het vijf jaar geleden bij toeval. Rugklachten betekenden het einde van zijn loopbaan in de houtbouw. Hij en zijn zakenpartner Claudia van der Laan (32) wilden in Valthermond iets met dieren gaan doen. Zonder eigen grond was koeien houden – zoals op zijn ouderlijke boerderij – geen optie.

Het werden varkens. Berkshire, Duroc en Husumer, harige beesten die op het oog meer weg hebben van zwijnen dan van de roze biggen uit prentenboeken. Zo’n tweehonderd stuks houdt hij, ‘nu na Kerst wat minder’.

De dieren lopen het jaar rond buiten. Een ‘dubbel doel’ is Hempens filosofie: voordat de varkens eindigen als een ‘goed stuk vlees’, moeten ze zich op natuurlijke wijzer nuttig kunnen maken. ‘Kleine landbouwmachientjes op poten’, noemt Hempen ze. Bedenk het zo gek niet, zegt hij, en je kunt er varkens voor gebruiken. Een grote schoonmaak van akkers na de oogst, zodat boeren niet terug hoeven te grijpen op glyfosaat of ander gif. Ze doen hun werk grondig. ‘Laatst werd ik gebeld door een boer die zei: ze graven tot wel een meter diep. Bleek er veenwortel (een onkruid, red.) te groeien.’

null Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Ook op sommige invasieve soorten zijn ze dol. Waar gemeenten worstelen met de bestrijding van Japanse duizendknoop, zet Hempen zijn dieren daar al vier jaar voor in. Hoewel dit voorjaar moet blijken of dat echt effectief is, lijdt het voor de varkenshouder amper twijfel. ‘Dit werkt beter dan heet water in de wortels injecteren of elektrocuteren.’

De eerste klus waarvoor hij zijn varkens als landschapsbeheerders inzette, was een groenstrook van de gemeente Borger-Odoorn, overwoekerd met reuzenberenklauw. Het was toen dat de varkenshouder ondervond hoezeer de samenleving vervreemd is geraakt van het dier in de buitenlucht. Hij belde de overheidsinstantie die toeziet op meer mestrichtlijnen, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, om te vragen hoeveel varkens er in de berm mochten grazen. ‘Het antwoord dat ik kreeg, was: ‘Daarvoor is geen richtlijn, wij kennen het varken enkel als staldier.’’

. Beeld VK graphics
.Beeld VK graphics

Terwijl ze zich ook in het bos thuis voelen, blijkt in de kop van Drenthe. Op een perceel bij Roderesch doen zo’n vijftien varkens van Hans Wilpstra (28) zich tegoed aan de eikels die in overdaad zijn gevallen. ‘Je proeft bij deze dieren wat ze eten, van eikels krijgt hun vlees een donkere smaak.’

Dit stuk grond is van een particulier, maar op andere plekken in de buurt ontdoen zijn mangalitza’s op verzoek van de gemeente Noordenveld bossen van onder meer woekerende bramen, die andere soorten de ruimte ontnemen. Wilpstra viel voor de mangalitza, ‘een oerdier’ noemt hij het van oorsprong Hongaarse ras. Bestand tegen sneeuw en ijs (alleen biggetjes van enkele dagen oud kregen een schuilhok met stro), eigengereid en onverschrokken. ‘Soms vragen mensen wel: geeft het geen gedoe met honden? Maar daar trekken deze beesten zich niks van aan.’

Lobbyen

Zo’n zeventig varkens houdt Wilpstra. Ook hij moest eerst lobbyen om zijn dieren ergens te laten wroeten, nu moet ook hij grondeigenaren teleurstellen. En ook hem valt het op: ‘Mensen uit de buurt lopen er voor om.’

In Bulgarije, waar hij twee jaar werkte, zag hij hoe dier en omgeving zich ook tot elkaar kunnen verhouden, in een meer symbiotische relatie. ‘Een varken in zes maanden 100 kilo vetmesten in een stal, dat is voor mij niet de manier om dieren te houden. Wist je dat ze samen holen graven om in te slapen?’

Wilpstra gaat daarbij nog een stap verder dan Hempen. Brok bijvoeren doet hij uit principe niet, hij houdt het op restpartijen groente en fruit, bierborstel en kaaswei. Al laat zijn bedrijfsnaam – Ecolife Natuurvlees – er geen misverstand over bestaan dat de varkens geen huisdieren zijn, maar voor het vlees worden gehouden.

Dat geldt ook voor het bedrijf van Hempen, Akkervarken. Hoewel corona een streep zette door alle activiteiten die ze rond de varkenshouderij organiseren voor kinderen en volwassenen, merken ze dat de vraag naar het vlees in coronatijd toeneemt. ‘Misschien zijn mensen meer bezig met natuurlijke voeding, of eten uit de buurt.’

Wilpstra heeft na twee jaar net zijn eerste varkens laten slachten. Hij werkt ook als hovenier, want voor hem is het aan de man brengen van het vlees nog een uitdaging. ‘Het vet van de mangalitza bevat drie keer zoveel omega 3-vetzuren als vis, echt ontzettend gezond. Maar vet heeft een slecht imago.’

Misschien eten mensen bovendien wel met minder scrupules het vlees van een anoniem dier dan dat van een varken dat in hun dorpsbos heeft gescharreld, oppert Wilpstra. Hij is daarom nog op zoek naar een restaurant dat zijn product op waarde weet te schatten. Horeca-ondernemers hebben er nog weleens een handje van te vragen om ‘20 kilo spareribs’. ‘Alsof de rest van het dier dan hier in het bos kan blijven lopen.’

Meer over