Variété heeft geen boodschap, er moet gewoon gelachen worden

Aan zijn shows zit kop noch staart. Op een clou hoef je niet te wachten, want die is er niet. Al vijftig jaar breekt Van Duin de zalen af met bijna niets. Zijn timing is perfect, hij danst met zijn publiek.

André van Duin: 'Ik ben maar een halve zool die mensen aan het lachen maakt'.Beeld Merlijn Doomernik

Als André van Duin en zanger-schrijver Rick de Leeuw een restaurant in Amsterdam verlaten, wordt de komiek herkend door drie lunchende vrouwen. Die beginnen enthousiast te zwaaien. Van Duin kijkt om, zwaait terug en struikelt over een treetje. De vrouwen gieren van de lach.

'Jij bent je er altijd van bewust dat je publiek hebt', zegt De Leeuw. 'Welnee, ik had dat treetje gewoon niet gezien', zegt Van Duin.

Dat is de kracht van Van Duin, vindt De Leeuw. Hoe hij struikelt, zijn schouders ophaalt en dan die schaapachtige grimas trekt - er is niks gespeeld aan. Van Duin is van nature grappig. De magie zit in zijn mondhoeken. En in zijn motoriek.

André van Duin (67) zit vijftig jaar in het vak. Dat is gevierd met een gala, waarop Bekende Nederlanders terugblikken op zijn carrière. Zaterdagavond 27 december wordt het feestelijke eerbetoon uitgezonden op NPO1.

Van jongsaf heeft Van Duin komiek willen worden. In zijn lagere schooltijd monteert hij met een scheermesje stukjes geluidsband met liedjes en cabaretteksten die hij op een bandrecordertje afspeelt, terwijl hij gekke bekkentrekkend over het podium stuitert. In het buurthuis lachen ze zich rot.

Op de ambachtschool besteedt hij meer tijd aan het schrijven van brieven aan buurtverenigingen en Oranjecomités met het verzoek te mogen optreden, dan aan zijn huiswerk.

Perfecte timing

Als Van Duin in 1964 Avro's Nieuwe Oogst wint, een verre voorloper van Idols, stromen de boekingen binnen, een week later is de 17-jarige Van Duin beroepsartiest. De bakker uit de buurt, die 's middags klaar is met zijn ronde, rijdt hem van schnabbel naar schnabbel, niet zelden drie op een avond.

Hij playbackt van Buddy Holly tot Toon Hermans, van The Beatles tot Godfried Bomans. 'En scheeuwerd Little Richard, waarop André zo heerlijk gek kan doen', schrijft het Amsterdamse huis-aan-huisblad De Echo.

Hij speelt in feesttenten waar tijdens zijn optreden nieuwe vaten bier worden aangeslagen en je het lawaai van de kermis kunt horen. Daar leert hij de aandacht van het publiek vast te houden.

Nog datzelfde jaar staat hij in een dampend Kurhaus in Scheveningen in het voorprogramma van de de Rolling Stones. Hij vangt er 130 gulden (59 euro) voor, inclusief reiskosten. The Telstars en The Fouryo's (Dans nog eenmaal met mij) krijgen de zaal niet koest, Van Duin wel.

In 1968 heeft Van Duin zijn eerste tv-show, twee jaar later speelt hij de hoofdrol in zijn eerste revue met Frans van Dusschoten en Ria Valk als aangevers. De rol van Valk wordt al snel overgenomen door Corrie van Gorp. Met haar speelt Van Duin het koppel meneer en mevrouw De Bok.

Met Corrie van Gorp als mevrouw en meneer de Bok, 1980.Beeld Roy Beusker

Van Duin geeft zijn ogen goed de kost en plukt de typetjes uit het dagelijks leven. Meestal sukkels die verbijsterd met half open mond en de ogen vol ongeloof om zich heen staren, naar adem happen en dan iets uitkramen waardoor de situatie nog chaotischer wordt.

Hij moet het hebben van zijn snaakse invallen en terloopse opmerkingen, Van Duin improviseert erop los en blijft sleutelen aan de sketches, die gedurende het seizoen voortdurend veranderen.

Het resultaat van dat gooi- en smijtwerk zijn krankzinnige dialogen en een niet aflatende onnozelheid. Klopt Van Duin op de deur, roept Van Dusschoten 'Entree' en antwoordt Van Duin 'Peugeot'. Het vliegt eruit eer hij er erg in heeft.

Het publiek smult ervan. Van Duin kan een zaal afbreken met bijna niks, alleen door zijn manier van kijken. Zijn timing is perfect, hij danst met zijn publiek.

Groot stuk worst

'André was magazijnbediende bij Simon de Wit. Hij was veel te goeiig, hè. Als iemand om afval voor de poes vroeg, kreeg-ie van André een groot stuk worst. Dat kan natuurlijk niet. Na een week of zes is hij op een verzekeringskantoor gekomen, daar moest hij verzekeringen inschrijven. Maar ja, hij was iemand die altijd een lolletje wilde maken, dus daar moest hij ook weg. Toen kwam hij bij een zilverhandel, waar hij bestellingen moest rondbrengen op een Solex. Als er ergens iets te doen was, zette hij zijn tas met horloges neer en ging-ie kijken. Dus dat ging eigenlijk ook niet zo goed.'

Van Duins vader in André van Duin. De glans van de eenvoud.

Van Duin met Toomy Cooper in Londen, 1975Beeld Collectie André van Duin

Suikerpotje

Zeg niet tegen Van Duin dat hij rustig aan moet doen omdat een deur op het toneel gammel is. Hij zal hem dicht smijten in de hoop dat hij uit zijn hengsels vliegt. Een suikerpotje knalde hij zo hard op tafel dat een scherf in de opengesperde mond van Corrie van Gorp vloog.

Van Duin heeft alles zelf uitgevonden, de enkele keer dat hij een regisseur had, hield die het snel voor gezien. 'Frans van Dusschoten en ik gingen zitten, dan begonnen we ergens mee en al improviserend ontstonden er sketches. Een doktersscène, ik zeg dit en jij zegt dat, en uiteindelijk komen we wel ergens. Tja, daar is niet zoveel aan te regisseren', aldus Van Duin in Het Parool.

Hij heeft zo veel prachtige dingen gedaan dat de TROS moeiteloos een zomerlang the best of heeft kunnen uitzenden ter gelegenheid van zijn artiestenjubileum, zegt Rick de Leeuw. 'Als je hem beoordeelt op het beste wat hij heeft gemaakt, is hij briljant.'

Het succes van Van Duin wordt vaak verklaard door zijn herkenbaarheid. Iedereen herkent wel iets in het geschutter van zijn onhandige creaties.

De alledaagsheid spat van de interviews die Van Duin heeft gegeven. Daarin verkondigt hij wijsheden als: 'Narigheid komt vanzelf naar je toe, je hoeft het niet op te zoeken.' Hij zegt dat hij nooit leest, daar heeft hij het geduld niet voor. 'Het enige boek dat ik weleens opensla is een kookboek.'

Als mensen gelijk willen hebben, krijgen ze dat van hem 'en verder zal het me worst zijn'. Hij heeft graag een schnitzel die eerst door de paneermeel is gehaald voordat die in de braadpan glijdt. 'Eigenlijk ben ik heel gelukkig en dus saai.'

'Als je meer down to earth dan André van Duin wilt zijn, moet je een kuil graven', zegt Rick de Leeuw.

Johan Cruijff van het amusement

'André van Duin is de Johan Cruijff van het amusement. Beiden zijn geboren in 1947, ze braken door op hun 17de, liepen alle twee voorop en hebben hun métier geprofessionaliseerd. Dat soort mensen komt op het juiste moment of het juiste moment heeft op hen gewacht. Nog een parallel is dat vroeger in bepaalde kringen met dedain op hun werk werd neergekeken. Daar hebben ze radicaal mee afgerekend', analyseert zanger/schrijver Rick de Leeuw.

Van Duins absurdste programma is de Dik Voormekaar Show, het radioprogramma waarin hij met Ferry de Groot met geluid knutselt, namen verhaspelt en woorden omdraait.

De eerste twee minuten staan vast, daarna kan het alle kanten opgaan. 'We lulden in het wilde weg', aldus Van Duin.

De busdeuren die meneer De Groot op de kop heeft getikt ('Lekker goedkoop') gaan telkens met veel gesis open en dicht. Zegt De Groot dat ze uit lijn 52 komen, roepen Bep en Toos meteen: 'Dan zitten we verkeerd, we moeten eruit.'

Even later raust de naald over een grammofoonplaat of ontploft er een microfoon. In de file zien schaterende automobilisten dat ze dezelfde zender op hebben staan.

De radioshow begint in 1973 en wordt, met tussenpozen, uitgezonden tot 2003. De anarchie in de studio trekt zijn eigen, beetje studentikoos publiek.

'Veel mensen die naar de revue gingen, begrepen het niet. Vooral ouderen dachten: wat is dit voor kolereherrie?', zegt Van Duin in de VPRO Gids.

'Wat André van Duin betreft ben ik een gehandicapte. Ik rol niet van mijn stoel van het lachen zoals de rest van de Nederlandse bevolking', zegt de schrijver Nico Scheepmaker in 1975.

De elite, of wat daarvoor doorgaat, moet dan nog niet veel hebben van Van Duin. Ze vinden hem te plat, op inhoud is de volkskomiek niet te betrappen. Wat wil hij uitdrukken met al die clichés die hij tot belachelijke proporties uitvergroot?

Van Duin in 1963.Beeld Hans Jonker
Van Duins tv-show 'Animal Crackers'Beeld Collectie André van Duin

Clou

Aan zijn shows zit kop noch staart. Op een clou hoef je niet te wachten, want die is er niet. Meneer Wijdbeens, meneer Naaigaren en al die andere typetjes zijn geen gelaagde personages. Ze trekken gekke bekken en hebben een raar hoedje op.

Van Duin moet de kritiek met enige meewarigheid hebben gevolgd. Hij heeft geen andere pretentie dan mensen vermaken. Hij is maar een halve zool die de mensen aan het lachen brengt, vindt hij.

Misstanden aan de kaak stellen, mensen aan het denken zetten, dat is zijn stiel niet. Er zijn mensen vóór iets en er zijn mensen tegen datzelfde. Moet hij daar dan nog iets aan toevoegen?

Variété heeft geen boodschap, Van Duin ook niet. Geschaterd moet er worden, veel en onbekommerd.

Van Duin is het aspirientje van de kleine man die even de actualiteit wil vergeten, zoals zijn Vlaamse evenknie Urbanus zichzelf heeft omschreven.

Gaandeweg is Van Duin toch salonfähig geworden, je wordt niet meer meewarig aangekeken als je zegt dat je hem leuk vindt. Het verhaal gaat dat actrice en drievoudig Theo d'Or-winnaar Elisabeth Andersen daartoe de aanzet heeft gegeven. Zij sprak haar bewondering uit over Van Duins timing, zijn opbouw van spanning en het op het juiste moment plaatsen van een grap.

Omarmd door de elite is hij niet. Het is eerder dat een deel van het divertissement zich heeft ingewerkt in de elite, zegt voormalig theaterproducent André Agterof.

'Joop van den Ende is daar ook een voorbeeld van. Net als Goede Tijden Slechte Tijden-acteurs die ineens opduiken in heuse speelfilms. Het onderscheid tussen kunst en entertainment is kleiner geworden.'

Er is waardering voor het 50-jarig vakmanschap van Van Duin, want een vakman is hij, maar het heeft niks om het lijf, vindt Agterof. 'Met artisticiteit heeft het niks te maken.'

Voor het eerst in zijn carrière gaat Van Duin een serieuze rol spelen. Komend voorjaar is hij te zien in het toneelstuk The Sunshine Boys. Samen met Kees Hulst speelt hij twee nukkige oude revuekomieken die elkaar na jaren weer ontmoeten.

De tragiek van de komiek die over zijn hoogtepunt is, heeft hij te vaak gezien, zegt Van Duin in het tijdschrift Zin. Niet dat hij totaal stopt met variété, hij zal best nog een keer die gleufhoed opzetten, maar hij wil voorkomen dat het zielig wordt.

Aan zijn timing mankeert nog niks.

Zie ook: Gala 50 jaar André van Duin, zaterdag 27 december, 20.25 uur, NPO

1947 Geboren in Rotterdam als Adrianus Marinus Kyvon.

1964 Wint talentenjacht Nieuwe Oogst en staat met zijn bandparodie in het voorprogramma van de Rolling Stones.

1968 Eerste tv-show: Een avondje tv met André.

1970 Eerste revue: Lach in de ruimte.

1973 Begint op de radio met Ferry de Groot de Dik Voormekaarshow.

1981 Scoort carnavalshit met Er staat een paard in de gang. Staat 81ste in Vic van de Reijts top100 van Nederlandstalige singles.

1986 Eerste seizoen van de tv-serie Animal Crackers. Vaste onderdelen zijn Jaap Aap en De Minuut van Ruud (premier Lubbers).

1999 Recht uit het hart verschijnt, zijn persoonlijkste album, waarin hij zingt over zijn homoseksuele geaardheid en de pijn van een zoon bij de aanblik van zijn dementerende moeder.

2004 Eindigt op nummer 52 in de verkiezing van de grootste Nederlander allertijden.

2015 Speelt een hoofdrol in het toneelstuk The Sunshine Boys.

Van Duin als Willumpie tijdens een optreden voor verstandelijk gehandicapten in Carré, 1976.Beeld Collectie André van Duin
Meer over