'Vannacht slaap ik weer in Dili'

Het blauwwitte spandoek van de Verenigde Naties hangt nog steeds in de grote hal van Hotel Mahkota. Op 4 september zat hier de leider van de VN-missie, Ian Martin, achter een grote tafel....

Mahkota staat symbool voor de Oost-Timorese hoofdstad Dili. Het vraagt weinig verbeelding om je voor te stellen wat zich hier in de afgelopen twee weken heeft afgespeeld. De verwoesting is onbeschrijfelijk. Tussen het vliegveld en het VN-hoofdkwartier aan het andere einde van de stad is bijna geen gebouw onbeschadigd.

Bij de haven wemelt het van de vluchtelingen. Allemaal vertellen ze trieste verhalen. Tien mannen zijn door de pro-Indonesische milities of het leger doodgestoken en in zee gesmeten. Een moeder gooit in doodsangst haar baby in het water en springt er zelf achteraan. De baby wordt gered door een zeeman, de vrouw verdrinkt. De pas gearriveerde journalisten schrijven driftig in hun notitieboekjes.

Toch is dit niet het hele verhaal van Dili of Oost-Timor. Daarvoor is het te vroeg. Er zijn nog geen bewijzen voor de gruwelijkheden, geen lijken aangespoeld, geen massagraven gevonden. De Timorezen hopen op een nieuw leven dat voorzichtig gloort maar er nog niet is. De militairen van de VN-vredesmacht die maandag aankwamen zijn nog maar net begonnen met hun werk.

Vluchtelingen kijken met verbazing naar de pantservoertuigen, de helikopters en de zware wapens die de VN-militairen hebben meegebracht. Angst en achterdocht liggen in hun blik besloten. Je weet maar nooit of er toch nog milities in de stad zijn. Een oude man luistert voortdurend naar de radio. Hopend op nieuws dat zijn dorp veilig is en hij naar huis kan. 'Ik vertrouw op de VN-vredesmacht', zegt hij.

De eerste vluchtelingen zijn uit de bergen naar Dili afgedaald op zoek naar familieleden of voedsel. Een meisje vindt haar moeder. Maar de meesten keren aan het eind van de middag onverrichter zaken terug naar hun schuilplaats.

Schichtige VN-soldaten lopen onwennig hun eerste patrouilles. Hun Indonesische collega's zoeken naar een houding nu ze niet meer de baas zijn maar samen moeten werken onder het commando van de buitenlanders. 'Hoe is het weer bij jullie', vraagt een van hen aan een Australiër. 'Net zo warm als hier, alleen droger', luidt het antwoord. Het gewicht van de imposante rugzak van de Australiër wordt verbaasd vastgesteld.

Bij het VN-hoofdkwartier klinken schoten. Angstige Timorezen duiken in een greppel. De VN-soldaten staan meteen met het geweer in de aanslag. Een patrouille verkent de omgeving. Loos alarm, zo blijkt.

José Felipe meldt zich samen met enkele collega's bij de VN. Hij werkt bij de elektriciteitscentrale die bewaakt wordt door Indonesische soldaten. 'De soldaten willen dat we vluchten naar West-Timor en zeggen dat ze de centrale opblazen als ze hier vertrekken. We durven niet meer naar ons werk', vertelt José.

Na de tussenkomst van een tolk vertrekt hij in een VN-auto naar het hoofdkwartier. De VN-militairen vatten de zaak serieus op. José moet voorlopig blijven. Zijn collega's krijgen het advies naar huis te gaan en af te wachten. Dankbaar en met nieuwe hoop doen ze wat hen gezegd wordt.

Manuel Diaz zoekt ook hulp bij de VN. 'Ik werkte als pompbediende op het vliegveld. Veel piloten van de VN kennen me wel. Op 6 september ben ik gevlucht. Nu wil ik graag terug, maar ik weet niet of het veilig is.' Manuel moet morgen terugkomen. Er is geen tolk en het wordt al donker.

Johnny is samen met vrienden uit de bergen afgedaald . Zijn ouders en zes broertjes en zusjes zijn achtergebleven. Johnny kijkt zijn ogen uit. Zoveel helikopters, zoveel grote geweren: 'Twee weken lang kon ik hier niet komen. Als we probeerden naar Dili te gaan, werden we beschoten door soldaten. Nu kan het weer. Vannacht slaap ik in de stad. Morgen gaan we terug naar de bergen.'

De opperbevelhebber van de VN-troepen, generaal-majoor Peter Cosgrove, zegt 's ochtends dat hij twee weken denkt nodig te hebben om de rust op Oost-Timor te herstellen. 's Avonds worden de toegangswegen naar Dili door zijn mannen met pantservoertuigen afgezet.

Meer over