Vier vragen

Vanaf half april een zelftest voor je naar school gaat – maar dan moeten er wel genoeg worden geleverd

Vanaf half april wil het kabinet op grote schaal zelftesten inzetten in het onderwijs. Voorwaarde is wel dat fabrikanten voldoende testen leveren.

Een bezoeker van een coronatestlocatie ontvangt een testkit om zelf thuis een coronatest te doen. Beeld ANP
Een bezoeker van een coronatestlocatie ontvangt een testkit om zelf thuis een coronatest te doen.Beeld ANP

Wat wil het kabinet met de zelftesten bereiken in het onderwijs?

De zelftesten komen eraan en ze worden beschikbaar voor iedereen in het onderwijs: van de basisschoolleerlingen tot leraren in het mbo. Maar ‘allereerst’ worden ze op de middelbare scholen ingezet, benadrukt overheidswebsite. En wel voor het ‘risicogericht testen’ van leerlingen en personeelsleden die in dezelfde ruimte als een besmette persoon zijn geweest (maar niet binnen 1,5 meter).

Slaat de meter bij de thuistest positief uit, dan volgt quarantaine en is altijd nog een bezoek aan de teststraat nodig. Wie binnen de 1,5 meter is geweest van een besmet persoon, moet sowieso direct naar huis en zich laten testen bij de ggd. Net als nu dus.

De zelftesten zijn in het voortgezet onderwijs waarschijnlijk nuttiger dan op de basisscholen, licht een woordvoerder van minister De Jonge (Volksgezondheid) toe. ‘In een basisschoolklas klimt iedereen sneller op elkaar, dan zijn kinderen al snel een nauw contact en moeten ze een pcr-test ondergaan. Op de middelbare school is dat onderscheid wat diffuser.’ Op de middelbare scholen worden mensen getraind om leerlingen te kunnen helpen met de zelftest, aldus het bericht op de overheidssite.

Waarom zijn de zelftesten eigenlijk nodig?

Het doel is tweeledig, aldus het kabinet. In het hoger onderwijs zijn de zelftesten preventief bedoeld, zodat leerlingen vanaf 26 april met elkaar in de klas kunnen zitten. Ze mogen dan, voor het eerst sinds 16 december, weer (een dag per week) naar school. Voor hen is een zelftest dus de sleutel tot fysiek onderwijs.

In de andere onderwijslagen zijn de zelftesten vooral bedoeld om onderscheid te kunnen maken tussen de nauwe en de niet-nauwe contacten van een besmet persoon. En dan is er nog het onderwijspersoneel, dat zich vaak zorgen maakt over de besmettingen op scholen. Dat kan zichzelf twee keer per week thuis testen, belooft het kabinet. Met een staafje dat minder diep in de neus hoeft dan in de ggd-straat.

Hoe komt het kabinet aan zo veel zelftesten?

Vanaf half april zullen er miljoenen beschikbaar moeten zijn, wil het kabinet zijn beloften kunnen nakomen. Dat is ook meteen het grote voorbehoud van De Jonge: leveranciers moeten wel met hun zelftesten op de proppen komen. Om ze daarbij te helpen, krijgen ze een ontheffing om op de markt te kunnen komen.

De zelftesten zijn gratis voor de gebruikers, de overheid betaalt de rekening. Om ook een ‘boost’ te geven aan werknemers die zichzelf thuis willen testen, wil het kabinet geïnteresseerde bedrijven financieel steunen.

Hoe betrouwbaar zijn de zelftesten?

Niet zo betrouwbaar als de pcr-test, bleek uit onderzoek van Jan Kluytmans. De microbioloog is voorzitter van de werkgroep thuistesten van het ministerie van VWS. Van de ruim 3.200 mensen die zich via de pcr-test lieten testen bij de GGD in Tilburg, kreeg 80 procent dezelfde uitslag met een thuistest. Vals positieven waren er amper: zes.

De zelftest wordt betrouwbaar genoeg geacht voor mensen die geen klachten hebben en die zichzelf voor de zekerheid willen testen, voordat ze naar school of werk gaan. Of met een goed gevoel bij hun familie op bezoek willen, zoals De Jonge tijdens de persconferentie aanstipte.

Meer over