Van zwarte Bokke is nog geen sprake

'Bokke!'Als die rauwe kreet over straat schalt, uit het sportcafé Ab Fab bij ons om de hoek, dan weet je hoe laat het is....

De 'Bokke', dat zijn de Springbokken, een wel erg gracieuze naam voor het gezelschap grove stierenekken dat het rugbyteam van Zuid-Afrika vormt.

Rugby is vanouds het tijdverdrijf van het blanke deel der natie. Het is een sport met namen als Hennie Leroux en Ossie du Rand: bonkige buldozers die de trots zijn van alles wat wit en macho is. Maar in het nieuwe Zuid-Afrika is besloten dat rugby het hart der ganse natie moet gaan stelen, en daarom staat bondscoach Nick Mallet onder zware druk om ook zwarte spelers in het team op te nemen.

Dit is een Nationale Zaak geworden.

Het zwarte talent is ook voorhanden, zeggen onpartijdige rugby-kenners. Op tal van zwarte scholen wordt al jaren rugby gespeeld, en in provinciale teams is al wat kleur doorgedrongen. Maar op nationaal niveau, bij de Bokke, is het tot dusverre tobben met affirmative action, zoals de positieve discriminatie in Zuid-Afrika is gedoopt.

De ANC-regering neemt de kwestie hoog op. Hoe hoog bleek wel uit de acties van de vorige sportminister, Steve Tshwete. Deze dreigde met wetgeving waarmee de politiek onwillige sportbonden bij de keel zou kunnen grijpen. Tshwete wilde zelfs hoogstpersoonlijk kunnen ingrijpen in de samenstelling van nationale teams, en hij stelde boetes en desnoods gevangenisstraf in het vooruitzicht voor coaches die hun teams geen kleur wilden geven.

Inmiddels heeft de politiek wat gas teruggenomen. Ngcondi Balfour, de nieuwe sportminister, rekent erop dat de sportwereld nu wel beseft dat opleiding en promotie van nieuwe zwart talent urgent zijn. Selectie moet op basis van kwaliteiten blijven gebeuren, zo heeft hij sussend gesproken, om er in een adem aan toe te voegen dat van coaches een duidelijk gevoel wordt verwacht voor de 'demografie' van het land.

Balfour wil vooralsnog geen quota opleggen. Hij ziet liever nog een jaartje aan of traditioneel blanke sporten als rugby en cricket zwarte spelers de kans geven om op hoog niveau door te breken.

Zuid-Afrika hield dus even de adem in, toen rugbycoach Mallet onlangs de selectie voor het wereldkampioenschap bekend maakte. Dertig spierenekken verschenen voor de camera. Vier bleken niet spierwit. Op het randje, oordeelde een vooraanstaande rugbycommentator. Maar Mallet kan zich eruit redden door deze mannen ook echt wedstrijden te laten spelen, en ze niet alleen op de bank te laten zitten.

Cricket, die andere grote blanke sport van Zuid-Afrika, doet het dan al een stuk beter. De United Cricket Board koestert al tien jaar een ontwikkelingsprogramma voor zwart talent, en iemand als de kleurling Paul Adams is inmiddels een gewaardeerde spin bowler in het nationale team.

Het was daarom een zware klap voor de cricketwereld toen een andere nieuwe ster lelijk in opspraak kwam. Makhaya Ntini, de eerste zwarte speler van het nationale team, werd eerder dit jaar veroordeeld tot een lange gevangenisstraf, omdat hij zich aan een 22-jarige hulp in de huidhouding had vergrepen.

De verkrachtingszaak kostte hem al zijn plaats in de selectie voor de wereldkampioenschappen. Verkrachting is een nationale ramp in Zuid-Afrika. Nergens ter wereld vinden zoveel verkrachtingen plaats.

Maar Ntini behoudt zijn riante maandsalaris van de cricketbond plus de Mercedes van de teamsponsor, totdat het hoger beroep in de zaak heeft gediend. 'Wat blijft er op die manier over van de voorbeeldfunctie van sportsterren', vroegen activisten tegen verkrachting zich woedend af.

Er is gelukkig ook nog een sport die geen last heeft van de druk van positieve discriminatie. Voetbal, veruit de populairste sport van Zuid-Afrika, voor cricket en rugby, is een zeer zwarte sport, met topteams als Kaiser Chiefs en Orlando Pirates die hun wortels hebben in de grote townships rond Johannesburg. En toch vormen de meeste teams een mooie afspiegeling van de Zuid-Afrikaanse samenleving: veel zwarte gezichten, met hier en daar een blanke kop ertussen.

Meer over