interviewHerman Knippenberg

Van zijn verhaal werd een Netflix-serie gemaakt: ‘Serial killer Sobhraj, zijn dossiers bewaar ik’

Herman Knippenberg: ‘Het beeld van dat toegetakelde Nederlandse stel, it burned into my soul.’ Beeld Victoria Birkinshaw
Herman Knippenberg: ‘Het beeld van dat toegetakelde Nederlandse stel, it burned into my soul.’Beeld Victoria Birkinshaw

Het verhaal van (oud-)diplomaat Herman Knippenberg staat centraal in de Netflix-serie The Serpent. Hij maakt daarin jacht op een serie­moordenaar die toeristen vermoordt. ‘Collegae deden er destijds lacherig over.’

Het is midden in de nacht als Herman Knippenberg op het punt staat zijn revolver te trekken. De op dat moment 31-jarige Nederlandse diplomaat heeft beneden een geluid gehoord. Voor het eerst sinds hij als diplomaat in Bangkok is begonnen, is hij doodsbang. Kort daarvoor is Charles Sobhraj hem door de vinger geglipt. Nu vreest hij dat de seriemoordenaar – bijgenaamd ‘het serpent’ – terug is gekomen om hem te vermoorden.

Deze zenuwslopende scène uit het leven van Herman Knippenberg (77, inmiddels) zal miljoenen mensen wereldwijd bekend voor komen. De gebeurtenis maakt deel uit van de achtdelige serie The Serpent die begin dit jaar verscheen. In de productie van BBC One en Netflix is een hoofdrol weggelegd voor de Nederlandse diplomaat Herman Knippenberg, die verbeten jacht maakt op Sobhraj.

In de serie grijpt Billy Howle, de ­acteur die Knippenberg speelt, die nacht in één soepele beweging zijn wapen en richt het op de nachtelijke insluiper: zijn vrouw. In de realiteit ging het er klunziger aan toe, vertelt Knippenberg geamuseerd. Het gesprek vindt telefonisch plaats: na een kleine dertig jaar wereldwijd op ambassades gewerkt te hebben, is de oud-diplomaat in Nieuw-Zeeland blijven wonen, waar zijn huidige vrouw vandaan komt.

‘Ik had het wapen net te pakken toen mijn toenmalige echtgenote al bij me stond. Ik wilde wel op haar richten, maar ik was gelukkig te langzaam.’ Het geeft een idee hoe de serie zich verhoudt tot de realiteit. ‘De feiten kloppen bijna allemaal, maar hier en daar is het wat gedramatiseerd.’

Die feiten op zich zijn ongelooflijk. Als kersverse diplomaat wist Knippenberg de charismatische Sobhraj niet alleen te ontmaskeren als meedogenloze moordenaar die het had voorzien op westerse reizigers, hij is er ook medeverantwoordelijk voor dat de man uiteindelijk gepakt werd. Dat deed hij terwijl hij werd tegen­gewerkt door zowel de Thaise politie als zijn eigen baas, de Nederlandse ambassadeur die niets in het speurwerk van zijn ondergeschikte zag.

Of, zoals Knippenberg het in zijn in zijn statige diplomaten-Nederlands, verwoordt: ‘De ambassadeur vond dat dit niet tot mijn taken als diplomaat behoorde. Zelf vind ik dat diplomatiek werk niet alleen het verkopen van olie van Shell en de vliegtuigen van Fokker behelst. Als je het verschil kunt betekenen tussen leven en dood van landgenoten, waar dan ook ter wereld, is het in het landsbelang dat te doen.’

De zaak begon in 1975 met de verdwijning in Bangkok van twee ­Nederlandse backpackers: Cocky Hemker en haar vriend Henk Bintanja. Knippenberg was net begonnen als derde secretaris op de ­Nederlandse ambassade in de Thaise hoofdstad toen hij hoorde over de vermissing.

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Waarom was u zo begaan met dit stel?

‘Ik heb in mijn studententijd veel gereisd door het Midden-Oosten. Uit die tijd wist ik hoe belangrijk het was om contact te onderhouden met mijn moeder in Tubbergen, via de post. Toen ik in Bangkok begon, kreeg ik bij toeval een brief onder ogen van de zwager van het vermiste meisje. Hij schreef dat zijn schoonzus en haar partner zes ­weken niets van zich hadden laten horen, terwijl ze altijd trouw geschreven hadden. Toen dacht ik: hier is iets mis.’

Niet lang daarna stond u in het mortuarium om toe te zien op de identificatie van hun licham­en.

‘Ik had geregeld dat er een tandarts bij zou zijn om ze aan de hand van hun gebitten te identificeren. Toen we daar eenmaal stonden, had ik geen tandarts meer nodig. Ik herkende ze van de foto’s. Hun lichamen waren verbrand langs de kant van de weg gevonden. Ik kreeg te horen dat er roet in hun longen zat. Ze leefden nog toen ze in brand werden gestoken. Ik moet zeggen: dat gaf me een enorme dreun.’

De Thaise politie toonde weinig interesse in de zaak. In de serie wordt de indruk gewekt dat ze corrupt waren.

‘Het is nooit helemaal duidelijk geworden wat er precies is gebeurd. Maar Thaise journalisten die zeer goed geïnformeerd waren, vermoedden dat er inderdaad sprake van was van omkoping.’

Omdat niemand anders iets leek te doen, begon Knippenberg, ­samen met een Belgische collega, zelf een onderzoek. Al snel kwam een mogelijke dader in beeld: een man die zich uitgaf voor diamant­handelaar en meerdere toeristen zou hebben omgebracht. Dat gebeurde telkens volgens hetzelfde stramien. Hij nodigde rugzaktoeristen thuis uit, samen met zijn vriendin. Daar vergiftigde hij ze en bracht ze met geweld om het leven. Hun waardevolle bezittingen en paspoorten hield hij.

Tegen de tijd dat jullie de Thaise politie zover hadden deze diamanthandelaar, in werkelijkheid Charles Sobhraj, op te pakken, ontglipte hij.

‘Heel frustrerend. Sobhraj gaf zich bij zijn arrestatie uit voor een Amerikaan wiens paspoort hij in zijn kluis had liggen. De politie liet hem gaan, ondanks onze bezwaren. Toen kwam de zaak min of meer tot stilstand. Sobhraj was inmiddels gevlucht naar Maleisië. Het leek niemand wat uit te maken dat er een seriemoordenaar vrij rondliep.

‘Ik ben van mezelf vrij levenslustig, maar toen begon ik depressief te worden. Ik heb overwogen mijn baan op te zeggen. Ik zei tegen mezelf: ik kan niet functioneren in een systeem waarin het niemand wat kan schelen of mensen leven of sterven. Mijn vroegere vrouw heeft me daar gelukkig van af weten te houden.’

Met Sobhraj nog altijd op vrije voeten besloot Knippenberg zijn onderzoek naar de pers te lekken. Nadat er steeds meer stukken over de seriemoordenaar in de Bangkok Post waren verschenen, dook uiteindelijk Interpol op de zaak. Kort daarna werd Sobhraj in India opgepakt, waar hij werd veroordeeld tot twaalf jaar cel vanwege het beroven van toeristen.

Toen hij vrijkwam, ging hij in Parijs leven en werd hij een soort beroemdheid. Hoe was dat voor u?

‘Dat was ongelooflijk grievend, vooral voor de nabestaanden natuurlijk. Hij liet rijkelui vijfduizend dollar betalen voor een lunch met een serial killer.’

Jaren later reisde Sobhraj naar Nepal, waar hij nog altijd werd gezocht voor moord. Daar werd hij alsnog gearresteerd.

‘Op de allereerste dag van mijn pensioen werd ik gebeld door een vriendin. Heb je de krant gelezen? Toen heb ik tegen mezelf gezegd: het is nu of nooit. Dit is je kans om de zaak recht te zetten. Ik ben mijn archieven ingedoken. Mijn vrouw had al meermaals gevraagd of ik die dozen niet eens weg zou gooien, maar ik heb ze altijd mee verhuisd. Sobhraj ontkende dat hij eerder in Nepal was geweest, maar ik had een verklaring van zijn toenmalige vriendin waarin ze vertelde wat ze daar hadden meegemaakt. Die heb ik opgestuurd naar de FBI en naar Interpol.’

Mede daardoor kon Sobraj (77, inmiddels) alsnog voor moord worden veroordeeld. Hij heeft levenslang gekregen en zit nog altijd vast in Nepal.

Acht jaar geleden werd u benaderd door de makers van The Serpent. Was u meteen overtuigd om mee te werken?

‘Ik heb erover getwijfeld. Er zijn eerder boeken en documentaires verschenen over Sobhraj. Aan de feiten werd niet altijd evenveel belang gehecht. Dat heeft me over de streep getrokken. Ik wilde erop toezien dat het een serieus verhaal zou worden. En ik moet zeggen: de makers zijn heel zorgvuldig te werk gegaan.’

Uw ex-vrouw, Angela Kane, die u geholpen heeft bij het opsporen van Sobhraj, zei onlangs in een interview dat uw ‘obsessie’ met deze zaak uw carrière beschadigd heeft. Heeft ze daarin gelijk?

‘Ik zou het zelf geen obsessie noemen. Eerder een soort malaria tropica die soms weer oplaait. Zo nu en dan was er een gebeurtenis die me weer bij de zaak betrok. Maar er zijn ook jaren geweest dat de naam Sobhraj thuis niet viel. Hij zat vast, ik was verder niet geïnteresseerd.

‘Of het mijn carrière geschaad heeft, kan ik niet met zekerheid zeggen. Dat gevoel heb ik wel gehad. Om een voorbeeld te geven: ik ben ooit in gesprek geweest voor een baan op de ambassade in Washington. Toen werd er gezegd: u hebt in het verleden zeer nauw ­samengewerkt met politie en justitie. Dat moet ophouden. Ik heb daar niet op gereageerd en ben ook nooit in Washington geplaatst.’

Hoe is dat nu?

‘Ik krijg sinds het verschijnen van de serie positieve reacties van collegae van over de wereld. Ze feliciteren me met wat ik bereikt heb. Dat is destijds nooit gebeurd. Toen kreeg ik het idee dat ik me eigenlijk moest schamen voor wat ik gedaan had. Er werd lacherig over gedaan door collegae. Knippenberg de speurder, zeiden ze.

‘Het heeft ook te maken met de tijdsgeest, denk ik. Je wordt nu meer afgerekend op je eigen prestaties als diplomaat. In die tijd ging het om het volgen van orders. Ik ging overal dwars tegenin.’

Geeft dat rust, die erkenning?

‘Het is een tweesnijdend zwaard. Het is enerzijds zeer prettig, maar de prijs is dat ik continu geconfronteerd word met wat zich in die tijd heeft afgespeeld. Dat heb ik ook als ik naar de serie kijk. Dan zie ik de toegetakelde lichamen van dat jonge Nederlandse stel weer voor me. Dat beeld: it burned into my soul.

‘Ik krijg ook veel reacties van betrokkenen. Nabestaanden die ternauwernood zijn ontsnapt aan Sobhraj. Ouders van kinderen die nooit zijn teruggekomen van hun reis vragen me om raad. Op dat soort momenten zeg ik tegen mezelf: godzijdank heb ik in elk geval kunnen zorgen dat er een zekere mate van afsluiting is gekomen voor de families als het gaat om de twaalf moorden waarvan duidelijk is dat Sobhraj ze heeft gepleegd. Niets is vreselijker dan dat je je 45 jaar naderhand als ouder, broer of zus nog afvraagt wat er gebeurd is.’

Sobhraj zit een levenslange straf uit. De dossiers over hem die u al die tijd bewaard heeft, kunnen dus weg?

‘Ik heb één ding geleerd uit het verleden: zeg nooit nooit. Je weet niet of er een regimewisseling komt in Nepal en iemand op de onzalige gedachte komt hem vrij te laten. Ik kan niets uitsluiten. Nee, ik houd die papieren in veilige bewaring.’

Acteur Billy Howle als Herman Knippenberg in The Serpent. Beeld Hollandse Hoogte / Everett Collection, Inc.
Acteur Billy Howle als Herman Knippenberg in The Serpent.Beeld Hollandse Hoogte / Everett Collection, Inc.

Slecht Nederlands

In de serie The Serpent wordt Knippenberg gespeeld door de Britse Billy Howle. Hij spreekt in de serie Engels en zo nu en dan een paar zinnen die voor Nederlands moeten doorgaan. Hoewel in Nederland gemopperd werd op zijn ongeloofwaardige Nederlands, stoort Knippenberg zich er niet aan.

‘Wat de makers hebben willen vermijden, is eindeloos allerlei verschillende talen te ondertitelen. Ze wilden zoveel mogelijk Engels aanhouden. Ik vind dat Howle een geweldige prestatie heeft neergezet. Hij sprak geen woord Nederlands, maar hij heeft met hulp van een Vlaamse accentcoach toch een Nederlands accent in zijn Engels weten aan te brengen. En belang­rijker: hij acteert buitengewoon goed.’

Herman Knippenberg Beeld Privéarchief
Herman KnippenbergBeeld Privéarchief