Van Welzijn via Deugd naar Gerechtigheid

Islamisten zijn er in Turkije al heel lang. Sinds 1983 beproeven ze hun geluk in de politiek. Ze hebben het niet makkelijk....

Van onze verslaggever

De Adalet ve Kalkinma Partisi (AKP), oftewel de Gerechtigheids- en Ontwikkelingspartij, valt te omschrijven als een kleinkind van de in 1983 gestichte Welzijnspartij (Refah Partisi). Deze werd vanaf 1987 geleid door Necmettin Erbakan, die al in de jaren zeventig islamistisch-fundamentalistische sympathieën had. Na de coup van 1980 kreeg hij een verbod op politieke activiteiten, dat zeven jaar later werd opgeheven.

Refah werd de grootste politieke partij in Turkije en in 1996 werd Erbakan de eerste islamistische premier. De strijdkrachten dwongen hem in februari 1997 tot aftreden bij de zogenoemde ‘fluwelen coup’ en een jaar later werd hij opnieuw uit de politiek verbannen.

De partij werd verboden omdat zij een gevaar zou zijn voor de seculiere republiek. Ze werd echter voortgezet als de Partij van de Deugd (Fazilet), die in 2001 op dezelfde gronden werd verboden.

Inmiddels was er onder de islamisten een schisma ontstaan, waardoor Fazilet twee opvolgers kreeg: de door Erbakan achter de schermen gesteunde Gelukzaligheidspartij (Saadet) van Recai Kutan en de door hervormers als de huidige premier Tayyip Erdogan en zijn minister van Buitenlandse Zaken Abdullah Gül in juli 2001 opgerichte AKP.

De kiezer stuurde in november 2002 de vermolmde coalitie van wijlen premier Bülent Ecevit naar huis en hielp de AKP aan een absolute meerderheid.

De partij maakte een vliegende start: in hoog tempo diende ze ingrijpende hervormingsvoorstellen in bij het parlement, die de kandidatuur voor de Europese Unie met grote schreden naderbij brachten. Een van de wapenfeiten was het omvormen van de Nationale Veiligheidsraad – een door de militairen gedomineerd orgaan dat feitelijk als een schaduwregering opereerde – tot een adviesraad waarin de burgerlijke autoriteiten de meerderheid kregen.

In december 2004 besloot Brussel dat de toetredingsonderhandelingen met Ankara officieel konden beginnen. De euforie was groot, maar de struikelblokken waren dat ook.

Dat geldt tot op de dag van vandaag. Het toetredingsproces heeft ernstige stagnatie opgelopen. De kwestie-Cyprus zit muurvast, om maar zwijgen over de benarde positie van de Koerdische minderheid in het zuidoosten van Turkije.

De AKP kan wijzen op een paar successen: economisch gaat het goed met het land. De inflatie is tot onder de 10 procent gedaald, ofschoon dit nog niet heeft geleid tot een daling van de schrikbarend hoge werkloosheid.

Buitenlands-politiek gezien speelt Turkije weer een rol. Turkse militairen namen deel aan de ISAF-missie in Afghanistan en aan de VN-macht in Libanon. Ook op het diplomatieke vlak wordt er in het Midden-Oosten weer geluisterd naar Ankara. Maar helaas voor Erdogan: daar gaan de verkiezingen van morgen niet over.

Meer over