Van wat niet te filmen was, had Het Journaal toch beelden weten te maken

Het beste hippieverhaal.

Bezoekers van het Holland Pop FestivalBeeld Onno Meeter

Juni 1970, ik was 17. In Rotterdam was het Holland Pop Festival bezig, met Jefferson Airplane, Soft Machine, The Byrds, Pink Floyd, Santana. Ik dacht dat mijn ouders wel zouden begrijpen dat ik daarnaartoe moest. Zondagmiddag reed ik met twee vrienden vanuit Delft erheen. Door een opening in de omheining kwamen we het festivalterrein op.

Het miezerde en over het terrein hing een mist van hasjiesj en marihuana. Handelaren in geestverruimende middelen spraken ons aan en overal liepen vrijwilligers in T-shirts met daarop in witte letters 'We help you'. Het podium was een doosje ergens aan de horizon. We konden de bands niet zien, alleen maar horen.

Tegen de ochtend begon Pink Floyd. De zon kwam aarzelend op en meegesleept door de psychedelische muziek werden we deel van het grote, kosmische geheel, een ervaring die niet was te filmen.

Moe van een doorwaakte nacht, maar opgewonden dat we een geschiedschrijvend festival hadden meegemaakt, reden we naar huis. Thuis sloop ik naar mijn kamer om de verloren slaap in te halen.

Kort daarna vloog de slaapkamerdeur open en stormde mijn moeder binnen, in haar hand een plastic schoenlepel van een halve meter lengte. Ze deelde een paar flinke meppen uit.

Van wat niet te filmen was, had Het Journaal toch beelden weten te maken. Die had mijn moeder gezien: spelende popmuzikanten, blowende hippies en chicks die poedelnaakt in de Kralingse Plas sprongen. Maar wij waren niet high geworden en die blote tieten hadden wij ook wel willen zien.

Peter Zuijdgeest, Soest

Wie overtreft dit beste hippieverhaal? didu@volkskrant.nl

Meer over