Opinie

'Van Tom Daams' foto's leer je niets over Syrië, wel veel over Daams zelf'

Nederlandse journalisten in Syrië zetten hun eigen avonturen centraal in plaats van het nieuws over het conflict, schrijft Maarten Zeegers. 'Oriëntalisme is in de journalistiek nog steeds springlevend.'

OPINIE - Maarten Zeegers
Een journalist samen met Syrische soldaat in Damascus, vrijgegeven door het Syrian Arab News Agency . Beeld EPA
Een journalist samen met Syrische soldaat in Damascus, vrijgegeven door het Syrian Arab News Agency .Beeld EPA

In 1978 publiceerde Edward Said het boek Oriëntalism waarin hij afrekende met westerse clichédenkbeelden die het Midden-Oosten afschilderde als achterlijk, gewelddadig en irrationeel. Deze opvattingen dienden volgens de schrijver alleen maar ter legitimering van de Europese dominantie over de regio, ter behartiging van eigenbelang, of zelfverheerlijking. Het Oosten was een magische bestemming voor de westerling om avonturen te beleven of zijn zakken te vullen. Hoewel het oriëntalisme in de wetenschap inmiddels achterhaald is, is ze in de journalistiek nog steeds springlevend.

Deze week vertrok de oorlogsfotograaf Tom Daams voor de tweede keer naar Syrië om foto's te maken van de rebellen die vechten tegen het regime van Assad. Hij beweerde tijdens een eerdere uitzending van Pauw & Witteman dat hij zo was aangegrepen door de beelden van de oorlog in Syrië, dat hij niet langer kon toekijken. Hij zou en moest iets doen. Hierop vertrok hij met zijn camera naar Syrië om de 'menselijke kant van het conflict' in beeld te brengen. Die was naar zijn mening gedurende het conflict namelijk onderbelicht geweest. Ook wilde hij de mensen helpen. Hij haalde daarom een doosje pijnstillers uit zijn medicijnkast om deze ter plekke uit te delen aan de opstandelingen. Hij had immers vernomen dat er een groot gebrek aan was.

Allemaal gezwam natuurlijk.

Hartverscheurende verhalen
De menselijke kant van het conflict in Syrië is helemaal niet onderbelicht. Ik zie elke dag de meest hartverscheurende verhalen en foto's voorbij komen op internet. Er zijn tientallen journalisten en fotografen in het land die verslag doen van de situatie. En dan heb ik het nog niets eens over de honderden Syrische activisten die vanaf het begin van de revolutie alles hebben gedocumenteerd met de camera's van hun mobiele telefoon.

Tijdens de uitzending van Pauw & Witteman toonde Daams zich dan ook helemaal niet geïnteresseerd in 'de menselijke kant van het conflict'. Het enige wat hij deed was uitgebreid opscheppen over zijn avonturen in oorlogsgebied. Want hoe stoer is het wel niet om op te trekken met mannen die de dood van anderen op hun geweten hebben? Het doel van zijn reis was niet het in beeld brengen van 'de menselijke kant van het conflict' in Syrië, het doel van de reis was Tom Daams zelf.

In de Volkskrant verscheen een collage van zijn foto's inclusief een portret van de fotograaf met de beschrijving van zijn reis. Over Syrië leerde je verder niets. Daams is dan ook de enige die iets aan het in beeld brengen van 'de menselijke kant van het conflict' heeft gehad. Dankzij de media-aandacht is zijn carrière als fotograaf in een stroomversnelling geraakt. Over de ruggen van de Syrische slachtoffers, dat wel.

Non-journalistiek
Daams pas in het rijtje van een grotere groep (oorlogs)journalisten die zichzelf schijnbaar belangrijker vinden dat het nieuws. Zij maken zichzelf onderwerp van reportages, in plaats van de ontwikkelingen waar ze eigenlijk over zouden moeten rapporteren. Nieuwe journalistiek heet dat, of eigenlijk non-journalistiek, want nieuwe inzichten over het conflict in Syrië levert het niet op. Dat is nog eens extra pijnlijk, wanneer je bedenkt dat de Syrische burgers juist niets liever willen dan hun verhaal doen aan internationale journalisten. Zij beseffen alleen niet dat zij gebruikt worden als handelswaar.

De schuld ligt natuurlijk niet alleen bij de journalisten zelf. Redacties die smullen van dit soort verhalen gaan ook niet vrijuit. Daarnaast hebben kranten en tijdschriften het financieel steeds zwaarder, waardoor zij alleen nog maar werken met freelancers. Om stukken te slijten aan redacties worden freelancers gedwongen om zichzelf in de kijker te spelen. Publiciteit levert bekendheid op, en dus extra publicaties. Begrijpelijk, en journalistieke ambitie is natuurlijk prima, maar wees daar dan in ieder geval eerlijk over.

Ook ik heb een boek geschreven over mijn studie aan een islamitische instelling en mijn liefdeservaringen in Syrië. Is het daarom niet een geval van de pot verwijt de ketel? Ben ik zelf dan ook niet een oriëntalist? Misschien, maar er is wel een groot verschil tussen enerzijds het optekenen van belevenissen die dienen om een culturele context uit te leggen en anderzijds pure sensatie. Het is in principe niet zo erg dat een journalist zichzelf als uitgangspositie neemt, als het maar functioneel is. Nieuwsuur-verslaggever Jan Eikelboom die in Aleppo met burgers discussieert: goede journalistiek. Jan Eikelboom die in Homs door een raam van een kapotgeschoten gebouw klimt: niet interessant.

Mortieraanval
Twee weken geleden las ik in het Algemeen Dagblad het verhaal van Mariëlle van Uitert en Irene de Zwaan die als freelancers naar Syrië waren gegaan. Syrische opstandelingen hielden hen enkele uren vast en de journalistes waren tijdens hun verblijf ook nog eens getuige van een mortieraanval op demonstranten. Op 20 november twitterde van Uitert hierover vol trots: Released after armed kidnap and wounded at a mortar attack in #Aleppo #Syria.

Spannend, maar niet zo vreemd in oorlogsgebied. Dus wat is het nut van deze tweet? Bezorgde familieleden geruststellen? Het in beeld brengen van 'de menselijke kant van het conflict'? Natuurlijk niet. Van Uiterts tweet diende alleen maar om zichzelf in de spotlight te zetten. Het is dan ook goed mogelijk dat zij het voorval om publiciteitsredenen nog eens extra heeft aangedikt.

Het had in ieder geval het gewenste effect. Headlines, voorpagina-artikelen en televisieoptredens volgden elkaar in rap tempo op. In De Wereld Draait Door verklaarde collega De Zwaan maar weer eens dat zij naar Syrië was gegaan om 'de menselijke kant van het conflict' onder de aandacht te brengen. Dat is natuurlijk mooi, maar alleen wel jammer dat dan in tien minuten met meer dan één miljoen kijkers alleen de eigen belevenissen aan bod komen.

Een journalist moet nieuws en achtergronden brengen, en niet zichzelf promoten. Anders is het niet meer dan verkapt oriëntalisme, waarin het Midden-Oosten wordt misbruikt voor persoonlijke doeleinden. De ellende, of 'de (on)menselijke kant van het conflict' in Syrië is hierbij slechts een spannend decor.

Maarten Zeegers is de auteur van Wij zijn Arabieren, Portret van ondoordringbaar Syrië (2012).

Meer over