AnalyseBesmettingsbron

Van steeds meer besmettingen is de bron onduidelijk: snappen we de verspreiding nog?

Jongeren bouwen een eigen festival in een weiland. Als iemand bij meerdere gelegenheden geen afstand hield, zie dan de bron nog maar te achterhalen.Beeld Marcel van den Bergh

Van steeds meer besmettingen met het nieuwe coronavirus kan de GGD niet achterhalen waar ze zijn ontstaan. Missen we een belangrijke besmettingsroute? ‘Er zitten gaten in de dijk.’

Het was de week waarin het front van de strijd tegen corona verschoof tot achter de voordeur. Wie iets wil vieren met zes gasten of meer, doet dat voortaan bij voorkeur niet meer thuis, zo luidde de nieuwe tegenzet die premier Rutte en gezondheidsminister Hugo de Jonge deze week bekendmaakten. Ook blijven we voorlopig thuiswerken – echt gezellig wil het nieuwe normaal maar niet worden.

Maar ‘in de privésfeer, achter de voordeur en in zaaltjes’ is nou eenmaal waar het virus zijn slag slaat, verklaarde Rutte deze week. Van alle besmettingen waarvan men de herkomst kan achterhalen, vindt zo’n 85 procent plaats in huishoudens en op familie- en vriendenfeestjes, blijkt uit het bron- en contactonderzoek van de GGD’s. Nog eens 5 tot 10 procent is herleidbaar tot de werkplek. Knijp het virus daar de keel dicht, en we krijgen het in zijn kooi zonder nieuwe horeca- of schoolsluitingen of mondkapjes in de supermarkt, is het paard waarop het kabinet wedt.

Het is alleen de vraag of dat werkt. Het venijn schuilt namelijk in een ander cijfer: iets meer dan de helft van de keren lukt het de GGD’s níét om de herkomst van een besmetting te achterhalen. En het aantal ongeïdentificeerde besmettingshaardjes stijgt: zo’n 40 procent begin juni, 60 procent een maand later, haast 70 procent de afgelopen weken. Van de haast 25 duizend besmettingen die de GGD’s sinds mei turfden, kon men van 13.014 de bron niet terugvinden.

Geen andere sporen

Dat is minder dramatisch dan het lijkt, zegt GGD-directeur Sjaak de Gouw desgevraagd. Vaak blijkt iemand die positief is getest domweg bij meerdere gelegenheden (te) dicht bij anderen te zijn gekomen. Achterhaal dan maar eens waar het misging, zegt De Gouw. Al helemaal als er geen andere sporen zijn, zoals een besmette barman, of meerdere gevallen die zijn te herleiden tot hetzelfde feestje.

Ook de ‘vermiste’ besmettingen zullen vooral in huiselijke kring of op feestjes plaatsvinden, denkt De Gouw. ‘Van mensen die misschien nooit als bron in beeld zijn geweest, omdat ze zich niet hebben laten testen, of geen duidelijke symptomen hadden’, zegt hij. Een klein deel zal onder de radar blijven omdat de haard bijvoorbeeld een illegaal feest was waarover de betrokkenen de kaken op elkaar houden. En, griezelig, een enkele besmetting zal ontstaan doordat men ergens in een winkel of op straat wordt ‘aangehoest’, zoals dat in het GGD-jargon eufemistisch heet.

Maar vaak zal dat laatste niet gebeuren, zegt hoogleraar medische microbiologie Marc Bonten (UMC Utrecht). ‘De trefkans in een vluchtig passerend contact is heel klein.’ Anders zit dat bij nauw contact: wie in huis woont met een geïnfecteerde, heeft 11 tot 18 procent kans om het virus zelf ook te krijgen, blijkt uit recente cijfers van het RIVM. Bij wie langer dan een kwartier de afstandsregel schendt met een besmettelijke persoon uit een ander huishouden, is die kans gemiddeld 3 tot 7 procent. ‘Als er echt een heel andere besmettingsroute bij zat’, zegt Bonten, ‘zouden we het onderhand wel weten.’

Minder controle

Maar Amrish Baidjoe, veldepidemioloog en een van de experts die is uitgenodigd om het ministerie van Volksgezondheid van tegenspraak te voorzien om tunnelvisie te voorkomen, is er niet gerust op. ‘Je hebt bij een epidemie altijd besmettingen die je zelfs met het beste bron- en contactonderzoek niet kunt traceren’, zegt hij. ‘Die vinden plaats in de rij, in de winkel, in de kroeg, het museum of het ov. En naarmate de besmettingen die je niet kunt traceren toenemen, heb je minder controle over de situatie.’

Vooralsnog lijkt de ‘gemeenschapstransmissie’, zoals dergelijke ontraceerbare besmettingen formeel heten, nog aan de lage kant. Slechts een op de vier keer gebeurt het dat de GGD uitsluit dat een geïnfecteerde contact heeft gehad met andere besmettingsgevallen – denk aan alleenwonende mensen die zich rond het tijdstip van hun besmetting keurig aan de coronaregels hielden.

Daarbij zullen mensen zitten die om de een of andere reden iets verzwijgen, erkent Baidjoe. ‘Maar zorgelijk is het wel, al die puntjes op de kaart waarvan we de herkomst niet kunnen achterhalen.’ Plus dat er subgroepen zijn die we onderschatten, zegt Baidjoe. Zoals vakantiegangers: bij maar liefst 9,3 procent van de geïnfecteerden van wie de bron bekend is, was de besmetting afgelopen week te herleiden tot het buitenland of medereizigers. Hoeveel reizigers zouden corona hebben meegenomen zónder het te beseffen?

Eerst maar eens het zichtbare deel aanpakken, vindt Bonten. ‘Die 50 procent waarvan we het wél weten. Dat is ontzettend nuttige informatie, waar we echt wat mee kunnen.’ Baidjoe hamert echter op duidelijkere coronaregels, betere voorlichting en nog veel meer inzet op bron- en contactonderzoek, die ‘goudmijn van informatie over de epidemie’, zegt hij.

‘Er zitten gaten in de dijk. En in plaats van ons reactief op te stellen, moet je juist pro-actief willen zijn. Dit is het moment om te voorkomen dat het gaat escaleren.’

Meer over