Van procenten naar centen en weer terug

'Centen in plaats van procenten' is een strijdkreet die in 1973 het land nog sociaal op zijn kop kon zetten. In 200 bedrijven legden toentertijd 80 duizend werknemers het werk neer. Het was een van de grootste na-oorlogse stakingen. Working class hero was Arie Groenevelt, een voormalig instrumentenmaker die was opgeklommen tot voorzitter van de industriebond NVV, een van de voorlopers van het huidige FNV Bondgenoten. Hij zette in op grootschalige nivellering. Op de achtergrond speelde een 34-jarige ambitieuze timmermanszoon een rol. Hij werd dat jaar voorzitter van de vakcentrale nadat de gematigde krachten waren weggewerkt. Zijn naam: Wim Kok.

Speerpunt voor de nivelleringseis was het staalconcern Hoogovens in IJmuiden, het huidige Tata Steel, dat in die tijd bekendstond als een vakbondsvriendelijk sociaal paradijs. Hier werd de trend gezet voor de andere cao's in Nederland. Hoogovens bood een loonsverhoging van 2,5 procent. Groenevelts NVV eiste echter, gesteund door de dan nog verzuilde andere bonden, dat het beschikbare geld werd omgezet in een bedrag voor iedereen. Iemand die 60 duizend gulden verdiende moest niet 1.500 gulden krijgen en de tien mensen die 10 duizend gulden verdienden 250. Het totale bedrag van 4.000 euro moest in gelijke porties onder alle elf worden verdeeld.

Onder druk van het hoger personeel weigerde Hoogovens op deze eis in te gaan. Nadat de rechter de bij Hoogovens uitgebroken staking had verboden, barstte de bom. Overal werd het werk neergelegd: machinefabriek Breda, Ericsson in Rijen, Stork in Boxmeer en Dongen, DAF in Eindhoven, Lips in Drunen, VBF in Oosterhout en De Schelde in Vlissingen. Pas toen de stakingskassen van de bonden leegraakten, bereikte SER-voorzitter Jan de Pous een paasbestand en later een compromis. De Pous werd de redder van het vaderland, maar de toon was gezet. Op 11 mei 1973 trad het kabinet-Den Uyl aan met de belofte de inkomensverschillen in Nederland te verkleinen.

De grote nivellering begon. Tien jaar later, na het uitbreken van de tweede oliecrisis, riepen economen dat nivellering leidde tot minder groei en de concurrentiekracht ondermijnde. Het kabinet-Lubbers I begon met denivellering. Centen werden procenten.

FNV Bondgenoten wil het tij weer keren: 900 euro voor iedereen. Economische (mensen met lagere inkomens consumeren meer) en sociale argumenten (de inkomensverschillen zijn gegroeid) zijn er te over om opnieuw de strijdkreet te laten klinken. Alleen is de tijd veranderd. Op de flexibele arbeidsmarkt zijn de mensen die op de barricaden willen staan met een zaklampje te zoeken, zodat ze bij voorbaat worden overschreeuwd door de economen die roepen dat nivellering de groei en concurrentiekracht ondermijnt.

Wim Kok zat dinsdag als oud-premier in de Ridderzaal. Misschien wil hij ook nog een keer terug naar de barricaden.

Reageren?

p.dewaard@volkskrant.nl

Meer over